les 4 - 19 maart 2025

Aujourd'hui c'est mercredi 19 mars
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Aujourd'hui c'est mercredi 19 mars

Slide 1 - Tekstslide

Présence
tout le monde est présent?

Slide 2 - Tekstslide

Au programme:


- correction des devoirs
- le passé composé
- les devoirs

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Chapitre 3

Départ immédiat

Slide 7 - Tekstslide

Objectifs H3
aan het einde van H3, 
Dit hoofdstuk gaat over reizen.
Je leert:
- woorden binnen het thema reizen
- jezelf redden op reis
- je kan een gesprek over reizen met de trein begrijpen

Slide 8 - Tekstslide

les buts

- Je kunt vertellen over je vorige vakantie. (A2)
- Je kunt de passé composé met être gebruiken.

 

  
.

Slide 9 - Tekstslide

Le passé composé
J'ai voyagé en avion.

Slide 10 - Tekstslide

Le Passé Composé
Deel 1: passé composé met 'avoir'
  • Uitleg (livre page 106)
  • Uitlegfilmpje werkwoord (youtube)
  • Oefenvragen
Deel 2: passé composé met 'être'
  • Uitleg
  • Uitlegfilmpje werkwoord (youtube)
  • Uitlegfilmpje werkwoord (boek)
  • Oefenvragen
Algemeen
  • Websites met extra oefeningen

Slide 11 - Tekstslide

Deel 1: Grammaire | Passé Composé met avoir

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
Hulpwerkwoord 'avoir'
ai
as
a
avons
avez
ont

Slide 14 - Sleepvraag

parler
regarder
écouter
voyager
travailler
acheter
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
Voltooid deelwoord (regelmatig op -er)
Infinitief      | Voltooid deelwoord 
parlé
regardé
écouté
voyagé
travaillé
acheté

Slide 15 - Sleepvraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: U heeft gepraat

Slide 16 - Open vraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Jij hebt gekocht

Slide 17 - Open vraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Jean en Marie hebben gekeken

Slide 18 - Open vraag

attendre
vendre
répondre
entendre
perdre
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
Voltooid deelwoord (regelmatig op -re )
Infinitief     | Voltooid deelwoord 
perdu
vendu
entendu
attendu
répondu

Slide 19 - Sleepvraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Ik heb gewacht (attendre)

Slide 20 - Open vraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Men heeft verkocht (vendre)

Slide 21 - Open vraag

finir
réfléchir
réussir
remplir
choisir
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
Voltooid deelwoord (regelmatig op -ir )
Infinitief     | Voltooid deelwoord 
fini
réfléchi
réussi
rempli
choisi

Slide 22 - Sleepvraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Ik heb gekozen (choisir)

Slide 23 - Open vraag

Passé composé
faire
j'ai
prendre
tu as
comprendre
nous avons
être
il a
avoir
on a
Voltooid deelwoord (onregelmatige)
fait
été
eu
pris
compris

Slide 24 - Sleepvraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Jij bent geweest (être)

Slide 25 - Open vraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Ik heb gemaakt/gedaan (faire)

Slide 26 - Open vraag


Passé composé met hulpwerkwoord avoir
Vertaal: Wij hebben gehad (avoir)

Slide 27 - Open vraag

Einde deel 1
Fini (klaar)
Je hebt nu alles geleerd over de passé composé met het hulpwerkwoord avoir (ik heb gehad, wij hebben gepraat etc.)
Extra oefenen? Zie alle oefenwebsites aan het einde van deze LessonUp.
 
Maak nu exercice 15 c,d (livre page 106 et 107)

Deel 2 
Hierna komt deel 2. Hier leer je alles over de passé composé met het hulpwerkwoord être  (ik ben gegaan, wij zijn gevallen etc.)

Slide 28 - Tekstslide

Deel 2: Grammaire | Passé Composé met être

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

gaan
aller
blijven

rester
aankomen

arriver
vallen

tomber
naar binnen gaan
entrer
Combineer de juiste vorm van 'être' met het onderwerp
Voltooid deelwoorden met hulpwerkwoord être
Deel 1, van de werkwoorden die in de passé composé het hulpwerkwoord être krijgen.
allé
resté
arrivé
tombé
entré

Slide 32 - Sleepvraag

Passé composé
Voltooid deelwoord (onregelmatige)
M
V
Enk.
-
e
Mv.
s
es
Let op het onderwerp in de zin!
extra e en/of s achter het voltooid deelwoord:

Slide 33 - Sleepvraag


 Grammaire 'Passé composé' | être
Pierre ...... (tomber)
A
tombe
B
est tombé
C
est tombée
D
est tombés

Slide 34 - Quizvraag


 Grammaire 'Passé composé' | être
Monsieur, vous ..... ? (rester)
A
restez
B
êtes restée
C
êtes restés
D
êtes resté

Slide 35 - Quizvraag


Grammaire 'Passé composé' | être
Les filles .... ..... à Paris (aller)
A
vont
B
ont été
C
sont allé
D
sont allées

Slide 36 - Quizvraag

Einde deel 2
Fini (klaar)
Je hebt nu alles geleerd over de passé composé met het hulpwerkwoord avoir en être
Extra oefenen? Zie alle oefenwebsites aan het einde van deze LessonUp.
 
Maak nu exercice 16 a,c,d (livre page 107 et 108)

Slide 37 - Tekstslide

Extra oefenen ? 1/2
Onbeperkte oefeningen:
  • www.verbuga.eu  [ klik op Nederlandse vlag!]
  • Temps (tijd): 
    * = passé composé
    ** = présent +  passé composé (voor het verschil)
  • Irréguliers (onregelmatige) : avoir & être, faire, prendre, apprendre, comprendre
  • réguliers: arriver, parler, rester, aller, finir, choisir, vendre, entendre
  • Vink aan: Nederlands - Frans
  • Bevestig
  • Probeer zo veel mogelijk op 100% te houden.

Slide 38 - Tekstslide

Extra oefenen ? 2/2
Websites

Slide 39 - Tekstslide

au travail-
les devoirs

Départ immédiat


réviser: A, B et le futur

apprendre : le passé composé
faire: 15 - 18





Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Je kunt vertellen over je vorige vakantie. (A2)

Slide 43 - Poll

Je kunt de passé composé met être gebruiken.

Slide 44 - Poll

au travail-
les devoirs

Départ immédiat


réviser: A, B et le futur

apprendre : le passé composé
faire: 15 - 18





Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide