HV2 les 2 uitleg hoofdgedachte en hoofd- en bijzaken

Vandaag
Lezen - 'Boek in tas' 
Herhaling functiewoorden
Aan de slag: keuze uit tekstenlab (verkennend/verdiepend/uitdagend)
Extra tips bij begrijpend lezen: o.a. uitleg hoofdgedachte en hoofd- en bijzaken

Planning
Diataal volgmeting: week 21 (Het resultaat telt 3 keer mee.)
Vakantie: week 17/18 (vrijdag 11 en 18 april en maandag 5 mei vervallen)

We behandelen 
H17: functiewoorden H18: verbindingswoorden H19: verwijswoorden
H32 onderwerp & hoofdgedachte H33 hoofd- en bijzaken H34 samenvatten

Elke les behandelen we gezamenlijk, in tweetallen of individueel een tekst net iets boven jouw niveau. 

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vandaag
Lezen - 'Boek in tas' 
Herhaling functiewoorden
Aan de slag: keuze uit tekstenlab (verkennend/verdiepend/uitdagend)
Extra tips bij begrijpend lezen: o.a. uitleg hoofdgedachte en hoofd- en bijzaken

Planning
Diataal volgmeting: week 21 (Het resultaat telt 3 keer mee.)
Vakantie: week 17/18 (vrijdag 11 en 18 april en maandag 5 mei vervallen)

We behandelen 
H17: functiewoorden H18: verbindingswoorden H19: verwijswoorden
H32 onderwerp & hoofdgedachte H33 hoofd- en bijzaken H34 samenvatten

Elke les behandelen we gezamenlijk, in tweetallen of individueel een tekst net iets boven jouw niveau. 

Slide 1 - Tekstslide

Stil lezen
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Je kunt in een tekst de hoofdzaken van de bijzaken onderscheiden door de belangrijkste informatie te herkennen en minder belangrijke details weg te laten.








Slide 3 - Tekstslide

 Steek 1, 2 of 3 vingers op. 
Welke functiewoorden geven een conclusie aan?

A) daarom, dus, kortom
B) maar, hoewel, echter
C) bijvoorbeeld, zoals, namelijk
D) eerst, daarna, vervolgens

Slide 4 - Tekstslide

Functiewoorden
Functiewoorden kondigen de functie van een alinea aan.

Voorbeelden: 'conclusie', 'samengevat'

Functiewoorden: meestal in de eerste zin van een alinea. 
Zo kan je een tekst beter begrijpen.
Soms staan er geen functiewoorden -> bepaal dan zelf de functie van de alinea

Slide 5 - Tekstslide

Belangrijk bij leesvaardigheid
Lees de titel en tussenkopjes → Zo krijg je alvast een idee waar de tekst over gaat.

Let op signaalwoorden → Woorden zoals maar, omdat, daarom, ten eerste geven verbanden aan in de tekst.

Maak een samenvatting → Schrijf in je eigen woorden op wat de belangrijkste punten zijn.

Onderstreep moeilijke woorden → Probeer de betekenis uit de tekst te halen of zoek ze op.

Stel jezelf vragen → Waar gaat de tekst over? Wat is de hoofdgedachte? Wat wil de schrijver duidelijk maken?

Lees rustig en geconcentreerd → Haast je niet, lees liever een keer extra om het goed te begrijpen.

Gebruik voorkennis → Denk na over wat je al weet over het onderwerp voordat je begint met lezen.

Lees actief → Probeer echt te begrijpen wat er staat en denk na over de boodschap.

Slide 6 - Tekstslide

Hoofd- en bijzaken onderscheiden
Lees de inleiding en het slot goed.

De hoofdzaak (belangrijkste informatie) staat vaak in de eerste en laatste alinea. Let op kernzinnen.

De eerste of laatste zin van een alinea bevat vaak de hoofdgedachte.
De rest van de alinea geeft extra uitleg of voorbeelden (bijzaken).
Vraag jezelf af: Wat is echt belangrijk?

Hoofdzaak: Wat wil de schrijver je echt laten weten?
Bijzaak: Welke details, voorbeelden of extra uitleg worden erbij gegeven?
Kijk naar signaalwoorden: want, omdat.....


Slide 7 - Tekstslide

Hoofd- en bijzaken onderscheiden
Belangrijkste informatie wordt vaak ingeleid met: de belangrijkste reden, het belangrijkste is, samenvattend, kortom.
Voorbeelden en extra uitleg (bijzaken) herken je aan woorden als: bijvoorbeeld, zoals, een mogelijke reden is.

Als je alleen de hoofdpunten opschrijft zonder de details, houd je de hoofdzaken over.

Oefen met skimmen: lees snel en sla voorbeelden en extra uitleg over om direct de hoofdzaken te vinden.

Slide 8 - Tekstslide

Hoofdgedachte 
De hoofdgedachte is de belangrijkste boodschap van een tekst in één zin. Het geeft weer waar de hele tekst over gaat.

Hoe vind je de hoofdgedachte?
Lees de titel en inleiding → Vaak wordt hier al duidelijk wat het belangrijkste onderwerp is.
Zoek de kernzin per alinea → De eerste of laatste zin van een alinea bevat vaak de hoofdinformatie.
Bekijk de conclusie of samenvatting → Hier wordt de hoofdgedachte vaak nog eens herhaald.
Schrijf in één zin op waar de tekst over gaat → Dit moet zonder details of voorbeelden zijn.


Slide 9 - Tekstslide

Lees de onderstaande tekst en beantwoord daarna de vragen
Tekst:

Veel mensen weten dat voldoende water drinken gezond is. Water helpt bij het afvoeren van afvalstoffen en zorgt ervoor dat je lichaam goed functioneert. Daarnaast kan het drinken van water hoofdpijn verminderen en je concentratie verbeteren. Sommige mensen drinken liever frisdrank of sap, maar deze dranken bevatten vaak veel suiker. Te veel suiker kan leiden tot overgewicht en andere gezondheidsproblemen. Daarom wordt aangeraden om dagelijks minstens anderhalve liter water te drinken.

Slide 10 - Tekstslide

Vragen
1. Wat is de hoofdzaak van deze tekst?
a) Water drinken helpt bij het afvoeren van afvalstoffen.
b) Frisdrank bevat veel suiker.
c) Het is belangrijk om voldoende water te drinken voor je gezondheid.

2. Welke zin is een bijzaak?
a) Veel mensen weten dat voldoende water drinken gezond is.
b) Sommige mensen drinken liever frisdrank of sap.
c) Daarom wordt aangeraden om dagelijks minstens anderhalve liter water te drinken.


Slide 11 - Tekstslide

Vragen
3. Wat is een voorbeeld in de tekst?
a) Water helpt bij het afvoeren van afvalstoffen.
b) Water drinken kan je concentratie verbeteren.
c) Te veel suiker kan leiden tot overgewicht en andere gezondheidsproblemen.


Slide 12 - Tekstslide

Antwoorden
1. Wat is de hoofdzaak van deze tekst?
✅ c) Het is belangrijk om voldoende water te drinken voor je gezondheid.
→ Dit is de kernboodschap van de tekst.

2. Welke zin is een bijzaak?
✅ b) Sommige mensen drinken liever frisdrank of sap.
→ Dit is extra informatie en niet de hoofdgedachte van de tekst.

3. Wat is een voorbeeld in de tekst?
✅ c) Te veel suiker kan leiden tot overgewicht en andere gezondheidsproblemen.
→ Dit is een voorbeeld van waarom frisdrank minder gezond is dan water.


Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag
1. Huiswerk nakijken H17 opdr. 1 t/m 4
2. Kies een (nieuwe) tekst in Teams. Begin met het werkblad en volg de instructies. Hoe? Met een schoudermaatje. 

Keuze verkennend (naar 2F)

Keuze verdiepend (2F)

Keuze uitdagend (naar 3F)

Slide 14 - Tekstslide

Zijn voor jou de lesdoelen behaald
Je weet in een tekst de hoofdzaken van de bijzaken onderscheiden door de belangrijkste informatie te herkennen en minder belangrijke details weg te laten.

Vertel....

Slide 15 - Tekstslide

Volgende les
H18 verbindingswoorden

Slide 16 - Tekstslide