In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
Veilige seks
basisstof 4.6
Slide 1 - Tekstslide
SOA'S
Slide 2 - Tekstslide
SOA'S
Seksueel Overdraagbare Aandoeningen
Via geslachtsgemeenschap en ander intiem contact (mond/geslachtorganen/anus)
Slide 3 - Tekstslide
soa's en fabeltjes
Een soa kun je niet oplopen door:
- een vieze wc te gebruiken
- te drinken uit het glas van iemand anders
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
soa's
- worden veroorzaakt door een bacterie óf een virus
- voor sommige soa's bestaan geneesmiddelen (bijv chlamydia)
-van sommige soa's kun je niet genezen (bij aids)
Slide 6 - Tekstslide
Chlamydia
- meest voorkomende soa in Nederland
- wordt veroorzaakt door bacterie
- is te genezen met antibioticum
- geeft lang niet altijd ziekteverschijnselen
- soms waterige afscheiding en pijn bij het plassen
- veroorzaakt onvruchtbaarheid
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
HPV
HPV is een virus dat wordt overgedragen door seksueel contact en baarmoederhalskanker kan veroorzaken.
Inenting tegen HPV vermindert de kans op het ontstaan van baarmoederhalskanker, anuskanker en keelkanker.
Ook jongens worden
gevaccineerd tegen
HPV.
Slide 9 - Tekstslide
voorkomen van SOA'S?
Slide 10 - Tekstslide
geboorteregeling
Opdracht:
Een vruchtbaar heteroseksueel koppel heeft een seksuele relatie. Ze willen niet zwanger raken. Welke vormen van anticonceptie zouden ze kunnen gebruiken?
Slide 11 - Tekstslide
anticonceptie
periodieke onthouding
coïtus interruptus
condoom
de pil
nuvaring
prikpil
anticonceptiepleister
implanon
vrouwencondoom
pessarium
spiraaltje
sterilisatie (man/vrouw)
Slide 12 - Tekstslide
periodieke onthouding
Slide 13 - Tekstslide
Coïtus interruptus
Slide 14 - Tekstslide
voorkomen van een bevruchting
door hormonen:
de pil (dagelijks)
anticonceptiepleister (wekelijks)
nuvaring (3 weken)
prikpil (12 weken)
implanon (3 jaar)
hormoonspiraaltje
Slide 15 - Tekstslide
voorkomen van bevruchting
barrièremethode
- condoom (ook tegen soa's)
- vrouwencondoom (ook tegen soa's)
- pessarium (niet tegen soa's)
Slide 16 - Tekstslide
sterilisatie man
sterilisatie vrouw
Slide 17 - Tekstslide
morning
afterpil
is geen
voorbehoed-middel,
maar een noodgreep!
Slide 18 - Tekstslide
Waarom is een meisje ongeveer 5 dagen per 4 weken vruchtbaar?
A
Een eicel blijft 5 dagen in leven
B
Een zaadcel blijft 5 dagen leven
C
Een ovulatie duurt gemiddeld 5 dagen
D
Een menstruatie duurt gemiddeld 5 dagen
Slide 19 - Quizvraag
Slide 20 - Tekstslide
Waarom is een condoom een populair voorbehoedsmiddel?
A
Het is goedkoop
B
Het is betrouwbaar
C
het beschermt ook tegen geslachtsziekten
D
Alle antwoorden zijn goed
Slide 21 - Quizvraag
Coïtus interruptus
Slide 22 - Tekstslide
Waarom is coïtus interruptus onbetrouwbaar
A
In het voorvocht zitten al wat zaadcellen
B
jongens zijn vaak te laat met het terugtrekken
Slide 23 - Quizvraag
Slide 24 - Tekstslide
Wat is niet waar?
A
de pil geeft hormonen af
B
je moet de pil dagelijks innemen
C
je krijgt geen eisprong als je de pil slikt
D
de pil is onbetrouwbaar
Slide 25 - Quizvraag
Slide 26 - Tekstslide
De Nuvaring.....
A
...moet je elke week vervangen
B
...beschermt ook tegen geslachtsziekten
C
..,kan bloedstolsels veroorzaken
D
..zorgt dat een bevrucht eitje niet kan innestelen
Slide 27 - Quizvraag
Slide 28 - Tekstslide
wat is een nadeel van de prikpil?
A
Het kan jaren duren voor je weer ongesteld wordt
B
het is onbetrouwbaar
C
Je kunt het makkelijk vergeten
D
Je moet alle weken een injectie
Slide 29 - Quizvraag
Slide 30 - Tekstslide
Een anticonceptiepleister...
A
...moet je op je eierstokken plakken
B
...is onbetrouwbaar
C
...moet je elke week vernieuwen
D
...geeft geen hormonen af
Slide 31 - Quizvraag
Slide 32 - Tekstslide
wat is een voordeel van een vrouwencondoom?
A
Je kunt het al uren voor je vrijt indoen
B
het is betrouwbaarder dan het mannencondoom
C
het is goedkoper dan het mannencondoom
D
Je kunt het meerdere keren gebruiken
Slide 33 - Quizvraag
Slide 34 - Tekstslide
wat is een nadeel van een koperspiraaltje?
A
je moet het niet vergeten in te brengen
B
het kan aborterend werken
C
het moet vaak vervangen worden
D
je kunt je maar 1 keer gebruiken
Slide 35 - Quizvraag
Slide 36 - Tekstslide
wat is waar over sterilisatie?
A
ingreep is minder ernstig bij mannen dan bij vrouwen
B
bij mannen worden de teelballen verwijderd
C
bij vrouwen worden de eierstokken verwijderd
D
kan niet meer ongedaan maken
Slide 37 - Quizvraag
0
Slide 38 - Video
andere soa's
Genitale wratten: goedaardige afwijkingen van de huid op en rond de geslachtsdelen
oorzaak: virus
behandeling: zalf of wegbranden/bevriezen
Herpes genitalis: terugkomende blaasjes en zweertjes op en rond de geslachtsorganen
oorzaak: virus
behandeling: medicijnen om de groei van het virus te remmen.
géén genezing
Gonoroe: pus of slijm uit de urinebuis van mannen (vrouwen hebben vaak geen klachten)