Rijmen

Rijmen
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Rijmen

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
Je kunt woorden rijmen
Je kunt een gedicht maken bestaande uit 6 zinnen 

Slide 2 - Tekstslide

Wat is rijmen?
Woorden achter elkaar zetten die dezelfde klank hebben.
  • Binnenrijm
  • In de zon begon een ballon te vliegen naar het station.
  • Klankrijm
  • Woorden met dezelfde klanken: oo, ee, aa, ei, ou).
  • Eindrijm
  • Het woord aan het eind rijmt


Slide 3 - Tekstslide

Wat is rijmen?
Woorden achter elkaar zetten die de zelfde klank hebben.

Bijvoorbeeld
Huis - muis
Maken - raken

Slide 4 - Tekstslide

Wat rijmt er op hond?

Slide 5 - Woordweb

Hond
. Avond                                      . stront
. blond                                       . gezond
. grond                                       . vond
. klont                                         . rond
. pont                                          . kont
. pond (gewicht)                    . ......

Slide 6 - Tekstslide

Maak de zin af met een rijmwoord:

Heb je even voor mij,
maak wat tijd voor me .....

Slide 7 - Open vraag

Maak de zin af met een rijmwoord:

He kom maar op, wij zijn niet bang,
We gaan de strijd aan ons hele leven ......

Slide 8 - Open vraag

Maak de zin af met de rijmwoorden:
Krijg toch allemaal de klere
Val voor mij part allemaal dood
Ik heb geen zin om braaf te ......
Ik eindig toch wel, in de ......

Slide 9 - Open vraag

Rijmen
De gemakkelijkste manier van een gedicht maken is dat je begint met een zin.
Daarna heb je een zin die daarop rijmt.

Slide 10 - Tekstslide

Rijmen
De gemakkelijkste manier van een gedicht maken is dat je begint met een zin.
Daarna heb je een zin die daarop rijmt.
Voorbeeld
Hij zag je lopen naar school over de weg,
met de fiets in de hand want je had pech.
De band van je fiets was lek,
je had een mooie sjaal om je nek.

Slide 11 - Tekstslide

Rijmen
Onze eigen zinnen van vorige week:
  • De gele zon zakt rond negen uur
  • Verdriet is iemand gaan missen
  • Het maakt niet uit welke kleur, iedereen is gelijk
  • Zwart en wit pas bij elkaar
  • De lucht is blauw
  • Hand en hand wandelen met rode wangen
  • Ik zit graag rustig op een blauwe stoel

Slide 12 - Tekstslide