Grooteheden en eenheden toets N4 + uitleg

De invoering van het metriek stelsel in Nederland is een van de belangrijke veranderingen die Napoleon Bonaparte tot stand bracht in Europa. Voor afstand, gewicht en temperatuur kwamen uniforme standaardeenheden. De meter verving oudere maten als de duim, de el en de voet.

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

De invoering van het metriek stelsel in Nederland is een van de belangrijke veranderingen die Napoleon Bonaparte tot stand bracht in Europa. Voor afstand, gewicht en temperatuur kwamen uniforme standaardeenheden. De meter verving oudere maten als de duim, de el en de voet.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

30 cm = ? meter
A
300
B
0,3
C
3
D
3000

Slide 6 - Quizvraag

Een vliegtuig vliegt op 8500 meter hoogte. Op hoeveel kilometer hoogte vliegt het vliegtuig?
A
850 km
B
85 km
C
8,5 km
D
0,85 km

Slide 7 - Quizvraag

5,2 ton is hetzelfde als
A
520.000 kg
B
52kg
C
5200 kg
D
5200g

Slide 8 - Quizvraag

3700 mg is hetzelfde als
A
3,7g
B
370g
C
37g
D
0,037g

Slide 9 - Quizvraag

Hoeveel milliliter zit er in dit pak?
A
240 ml
B
2.400 ml
C
24.000ml
D
240.000 ml

Slide 10 - Quizvraag

Esmee wil een bak water zuiveren. De bak is 70 cm bij 80 cm bij 50 cm.
Hoeveel waterzuiveringstabletten heeft Esmee nodig?

A
14
B
140
C
20
D
25

Slide 11 - Quizvraag

Esmee wil een bak water zuiveren. De bak is 70 cm bij 80 cm bij 50 cm.
Hoeveel waterzuiveringstabletten heeft Esmee nodig?
1 dm = 10 cm
 dm x dm x dm = dm3
dm3= liter
in de bak zit 7x8x5= 280 liter
280 liter : 20 = 14

Slide 12 - Tekstslide

Gijsbert koopt tapijt voor zijn slaapkamer van 4 m en bij 325 cm.
Hoeveel moet Gijsbert betalen?
A
€ 335
B
€ 260
C
€ 112
D
€ 182

Slide 13 - Quizvraag

Gijsbert koopt tapijt voor zijn slaapkamer van 4 m en bij 325 cm.

Hoeveel moet Gijsbert betalen?
oppervlakte uitrekenen is
lengte x breedte
4 x 3.25 = 13

13m2 x 14 euro = 182 euro

Slide 14 - Tekstslide

Maxim vult de zandbak tot de rand met zand. Hij haalt het zand op met een kruiwagen. In de kruiwagen past 80 l zand.

Hoeveel kruiwagens heeft Maxim nodig?
A
5
B
8
C
9
D
11

Slide 15 - Quizvraag

Maxim vult de zandbak tot de rand met zand. Hij haalt het zand op met een kruiwagen. In de kruiwagen past 80 l zand.

Hoeveel kruiwagens met zand moet Maxim halen om de zandbak te vullen?
dm3 = liter
12 x 12 x 5 = 720

720 liter : 80 liter = 9 kruiwagens

Slide 16 - Tekstslide

Thalia loopt mee met een hardloopgroep. Ze loopt een tocht van 8.800 meter in 44 minuten.
Wat is de gemiddelde snelheid van Thalia in kilometer per uur?
A
12
B
9
C
14
D
5

Slide 17 - Quizvraag

Thalia loopt mee met een hardloopgroep. Ze loopt een tocht van 8.800 meter in 44 minuten.
Wat is de gemiddelde snelheid van Thalia in kilometer per uur?
8800
200
12000
44
1
60
12000 meter = 12 kilometer

12 km / u

Slide 18 - Tekstslide

Grooteheden en eenheden toets N4 + uitleg

Slide 19 - Tekstslide

1.

Slide 20 - Tekstslide

1.
765 + (9,6 x 65) + ( 3,9 x 170) =
765 + 624 + 663 = 2052

Slide 21 - Tekstslide

2

Slide 22 - Tekstslide

2
Een gemiddeld mens loopt 5 km  per uur
                                                          114 min + 30 min = 144 min
                                                           2 uur en 24 min
5km
1 km 
9,5 km
60 min
12 min
114 min

Slide 23 - Tekstslide

3.

Slide 24 - Tekstslide

6,4 km
1 km
15 km
32 min
5
75 min
75 min - 32 min = 43 minuten 

Slide 25 - Tekstslide

4.

Slide 26 - Tekstslide

4.
260 km
260.000
72,22
1083,3
60 min
3600 sec.
1 sec
15 sec
:3600
:3600
x 15
x 15
1083,3 = 1083 meter

Slide 27 - Tekstslide

5.
£ 56,13
£ 11,226
5 lbs
1 lbs
£ 11,226 x € 1,1315 = € 12,70
€ 151, 16
453,5924 gram
5400 g
:5
:5
5400 : 453,5924 = 11,90



Antwoorden tussen:
€ 151,16 en € 151,22 zijn goed
x 11,90
x 11,90

Slide 28 - Tekstslide

5.

Slide 29 - Tekstslide

6.

Slide 30 - Tekstslide

6.
September heeft 30 dagen
van 20 september naar 14 oktober is 24 dagen

Slide 31 - Tekstslide

7.

Slide 32 - Tekstslide

5, 58 kg = 5580 g 
5580 g  + 131 g = 5711 g
7.

Slide 33 - Tekstslide

8.

Slide 34 - Tekstslide

8.
4 liter x 75% = 3 liter
3 liter = 30 deciliter( dl)
50 cl = 5 deciliter
9 dl + 5 dl = 14 dl
30 - 14 = 16 dl tomatensap

Slide 35 - Tekstslide

9.

Slide 36 - Tekstslide

9.
08.50 + 100 minuten
08.50 + 60 = 09.50
09.50 + 40 = 10.30

Slide 37 - Tekstslide

10.

Slide 38 - Tekstslide

10.
de grootste kast die past is de Pola
€ 265, - + € 39,99 = € 304,99 

Slide 39 - Tekstslide

11.

Slide 40 - Tekstslide

11.

hectare = 100 x 100 = 10.000 m2
300 x 400 = 120.000 m2

120.000 m2 : 10.000 = 12 hectare
12 hectare x 10 schapen = 120 schapen

Slide 41 - Tekstslide

12.

Slide 42 - Tekstslide

12.
0,3 ml = 300 ml
 90 mg/ 100 ml
90 x 3 = 270 mg = 0,27 g

Slide 43 - Tekstslide