Geschiedenis Carnaval + quiz

Carnaval 
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Carnaval 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Carnaval
Carnaval

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Carnaval is ...
A
Leuk
B
Stom
C
Geen idee, nog nooit gevierd.
D
Ik ben gewoon blij dat het vakantie is

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Korte geschiedenis
  • Katholiek feest, vooraf de periode van het vasten. 
  • In februari of maart plaatsvindt: datum hangt af van Pasen (7 weken voor Pasen)
  • Nog even feesten voordat de vastentijd begint. 
  • De vastentijd is een tijd van matiging, eenvoud en bezinning.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Korte geschiedenis
  • Officieel van zondag tot en met dinsdag.         (in veel steden op zaterdag al een carnavalsoptocht)
  • Dinsdag heet vette dinsdag (dan mocht je nog even lekker veel en vet eten voordat het vasten begon) 
  • Woensdag na het carnaval heet Aswoensdag. (Vroeger ging iedereen dan naar de kerk om een askruisje te gaan halen) 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De naam

- Van 'Carnevale': Latijn voor 'vaarwel vlees' .
Tijdens de vastentijd at men geen vlees. 


- 'Carrus Navalis'. Latijn voor 'scheepswagen'. 
Een schip op wielen met narren die de mensen
belachelijk maakten. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ronde 1: witte gij 't?
  • weetjes rondom carnaval
  • je krijgt een aantal meerkeuzevragen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het woord carnaval?
A
Vaarwel feest
B
Vaarwel bier
C
Vaarwel vlees
D
Vaarwel

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vanuit welke tijd stamt het oorspronkelijke carnaval?
A
middeleeuwen
B
renaissance
C
prehistorie
D
verlichting

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de achterliggende gedachte van carnaval?
A
de omgekeerde wereld beleven
B
reden om je te vergrijpen aan een ander
C
jaarlijkse zuippartij
D
laatste keer zondigen voor het vasten

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoelang duurde carnaval oorspronkelijk?
A
vier dagen: zaterdag tot en met dinsdag
B
drie dagen: zondag tot en met dinsdag
C
twee dagen: maandag en dinsdag
D
één dag: dinsdag

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer start carnaval?
A
11 weken na Kerstmis
B
11 weken voor Hemelvaart
C
49 dagen voor Pasen
D
49 dagen na Kerstmis

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat zijn de carnavalskleuren
A
rood wit blauw
B
rood geel groen
C
blauw geel wit
D
oranje geel groen

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de woensdag na carnaval
A
Kruisjeswoensdag
B
Haringhapwoensdag
C
Aswoensdag
D
Waswoensdag

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke periode komt na carnaval?
A
Uitkateren
B
Bidden
C
Vasten
D
Naar de kerk gaan

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang duurt de vastenperiode?
A
30 dagen
B
40 dagen
C
45 dagen
D
60 dagen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welk feest wordt de vastenperiode afgesloten?
A
Pasen
B
Hemelvaart
C
Pinksteren
D
Kerst

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de symboliek van het getal 11?
A
de 11/11 is 11 weken voor carnaval
B
de 11/11 is het startschot voor carnaval
C
11 is het gekkengetal
D
er waren 11 apostelen in de Bijbel

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom krijgt de Raad van elf de sleutel van de stad?
A
vanwege de sociale omkering
B
de burgemeester heeft dan vrij
C
om aan te geven dat het carnaval is
D
de Raad van elf krijgt het gezag over de stad

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom verkleedt men zich met carnaval?
A
om onherkenbaar te zijn
B
vanwege de sociale omkering
C
om de ander angst aan te jagen
D
vanwege de gelijkheid

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ronde 2: ken uw omgeving
Je krijgt een aantal plaatsen te zien met de carnavalsnaam. 
Noteer de 'normale' naam van deze stad.
Je krijgt steeds 20 seconden de tijd.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Krabbegat

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Paplaand

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Altere

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Strienestad

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Grôôt Pesôôt

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Puitelaand

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wjeeldrecht
(... en ....)

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

'T SANEGAT

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

de Straot

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ronde 3: muziekronde
Maak de zin van het liedje af

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het feest kan beginnen
Er staat een paard in de gang (daar staat-ie)
Ja, ja, een paard in de gang (o, o!)
O, o, een paard in de gang bij buurvrouw .....
Blijf de glazen vullen met nog meer alcohol
We zijn niet meer te houden, gooi de vrouwkes lekker vol
Zitten, hangen, liggen, zo zijn wij niet getrouwd
Allemaal van links naar rechts, ...
Weet je wat ik wel zou willen zijn
Een bloemetjesgordijn een bloemetjesgordijn
Van het plafond tot ...
Ja, Tada!
We doen het overal
Maar het meest ...
As ’n zeepèèrd gaan ik op en neer
As ’n vis in ’t water één en weer
Nim d’n plons en -up- mè d’éél de meut
Kopke n’onder ....
Dat is de nieuwe rage
(Kontebonke)
Je ziet het overal
(Kontebonke)
De beste ...
Ik heb een gerecht met ...., maar hoemoes da ok alweer?
Hoemoes da ok alweer? Hoemoes da ok alweer?
Wat heb je geleerd over carnaval?
Wat heb je geleerd over carnaval?

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies