H.9 9.1 en 9.2 Neoclassicisme / Romantiek

ROMANTIEK              1750-1900


We beginnen met het neoclassicisme


NEOCLASSICISME
NEGENTIENDE EEUW
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

ROMANTIEK              1750-1900


We beginnen met het neoclassicisme


NEOCLASSICISME
NEGENTIENDE EEUW

Slide 1 - Tekstslide

DEZE LES
1. Neoclassicisme 
2. Romantiek

Je gaat informatie opzoeken en je krijgt informatie (lezen en video) over de kunstgeschiedenis. Je gaat vragen beantwoorden over de kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing.

Slide 2 - Tekstslide

Periode 1750-1900
Na 1750 sterk nationaal bewustzijn in Europa (inwoners staat hebben gemeenschappelijke culturele identiteit). 
Museum ontstaat: instituut waarin de wereld en de geschiedenis van de mens wordt getoond. In het begin richten meeste museums zich op meerdere onderwerpen. 

Slide 3 - Tekstslide

Periode 1750-1900
Bijvoorbeeld: Teylers Museum --> kunst, wetenschap en natuurhistorie. 
De Ovale Zaal is voorbeeld van neoclassicistische architectuur, maar ook voor deze tijd kenmerkende aandacht voor verzamelen.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de volgende stijl?

Grieken - Romeinen - romaans - gotiek - renaissance - barok - rococo - ...
A
romantiek 1800 - 1840
B
neoclassicisme 1400 - 1530
C
neoclassicisme 1760 - 1840
D
romantiek 1890 - 1910

Slide 5 - Quizvraag

Neoclassicisme
Zet zich af tegen het overdadige van barok en rococo. Kunstenaars laten zich opnieuw inspireren door klassieke kunst (net als in de renaissance), maar grote verschil is dat ze nu niet letterlijk de beelden nabootsen, maar eigentijdse ideeën weergeven. 

Slide 6 - Tekstslide

Leg in je eigen woorden uit, wat is het neoclassicisme?

Slide 7 - Open vraag

Neoclassicisme: terug grijpen naar het verleden en iets nieuws ervan maken.
Teruggrijpen naar heel ver verleden; Rome en Griekenland.
Reden: niet nostalgie maar teruggrijpen naar het verleden is modern. Modern en nieuw.

Neoclassicisme zet zich af van het overdadig versierde rococo.
Kenmerken: zeer strak, kleurloos, totaal
anders. Geeft een grote breuk tussen de twee
stijlen. Neoclassicisme gaat gepaard met de
Verlichting.
NEOCLASSICISME
ROCOCO

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen de versieringen in de architectuur van de rococo en het neoclassicisme?

Slide 9 - Open vraag

De versieringen in de architectuur van het rococo zijn veel overdadiger dan die van het neoclassicisme. 
Zie ook het interieur van 2 dia's terug.
ROCOCO
NEOCLASSICISME

Slide 10 - Tekstslide

3

Slide 11 - Video

01:20
Als je voor dit gebouw staat, wat maakt dan indruk? Noem 3 aspecten.

Slide 12 - Open vraag

01:56
Dit museum is gebouwd in de stijl van het neoclassicisme, beschrijf hoe je dat kan zien aan dit gebouw?

Slide 13 - Open vraag

03:05
De rotonda is de belangrijkste expositieruimte, hoe kan je dat zien aan de architectuur?

Slide 14 - Open vraag

We laten de 18e eeuw achter ons en gaan door naar de 19e eeuw. 

Vanaf nu volgen de stijlen elkaar steeds sneller op.

Als tegenhanger op het neoclassicisme ontstaat: de romantiek.

Slide 15 - Tekstslide

Geschiedenis
 In de 17e eeuw waren er in het noorden van Europa geen vorsten met absolute macht. Daardoor konden alternatieve ideeën ontstaan. Verlichtingsdenken: rationaliteit staat voorop (wetenschap en logisch denken worden belangrijker dan geloof en traditie). Filosofen van de verlichting willen de macht in de samenleving beter verdelen. Dit mondt in Frankrijk uit in de revolutie van 1789. 
Door de Franse Revolutie en andere soortgelijke conflicten nam de rol van de adel in de maatschappij af en die van de bourgeoisie (boer-zjwaa-zie, de burgerij) toe. Voor kunstenaars had dat grote gevolgen.

- Met het verdwijnen van de adel verween ook een groot deel van de opdrachtgevers.
- Kunstenaars moesten zelfstandig werk bedenken en maken.
- Kunstenaars moesten meer werken met de ‘markt’, de verkoopbaarheid van hun
product in het achterhoofd.
- Er ontstond een nieuw publiek met een andere smaak / voorkeuren.


Slide 16 - Tekstslide

Gevolgen van de Industriële Revolutie
 Vanaf tweede helft 18e eeuw belangrijke uitvindingen, waaronder stoommachine. 
Handwerk werd vervangen door werk in fabrieken.

 Het stadsbeeld veranderde door de fabrieken, arbeiderswoningen, stations en het toenemende verkeer.
 Veel arme mensen trokken naar de steden in de hoop op werk. De bevolking in de steden nam daardoor enorm toe.
 Er ontstond een rijke bourgeoisie, de nieuwe klantenkring voor de kustenaars.
 Op de lange duur kregen ook de arbeiders het financieel steeds beter.







Slide 17 - Tekstslide

Uitvinding van de stoommachine
 In de eerste helft van de negentiende eeuw werd Groot‐Brittannië de grootste en machtigste natie van de wereld op het gebied van handel en industrie. Dat was een gevolg van de Industriële Revolutie die daar begon.

De uitvinding van de stoommachine.
Die maakte snelle en grootschalige machinale productie mogelijk, zorgde tevens voor snel transport middels boten en treinen, dus voor meer en makkelijker import en export van goederen.

Kolonisatie door Europese landen is nog volop bezig --> verlangen naar het vreemde en onbekende =  'exotisme'



Slide 18 - Tekstslide

Ontwikkelingen kunstwereld.
Door de maatschappelijke veranderingen in de 19e eeuw zetten steeds meer mensen zich af tegen de rationele manier van denken van de verlichting. Kunstenaars verzetten zich met een bohemien levensstijl tegen burgerlijke normen. 
De rijke burgers werden nieuwe kunstkopers, zij wilden niet meer de smaak overnemen van de adel, het academisme, ze stonden open voor nieuwe vormen van kunst.

Slide 19 - Tekstslide

ROMANTIEK
1780-1880
hang naar het verleden
ontsnappen aan de alledaagse werkelijkheid
hang naar het fantastische (sprookjesachtige)
natuur op emotionele wijze ondergaan
grootsheid van de natuur
mens is slechts een nietig, vergankelijk wezen

Slide 20 - Tekstslide

William Turner, de sneeuwstorm
Waarom past dit onderwerp bij de Romantiek?

Zie je het schip?

Vind je de voorstelling heel realistisch weergegeven?

Kijk eens naar de wilde penseelstreken!

Slide 21 - Tekstslide

Het sublieme
In dit schilderij van William Turner spelen licht en kleur de hoofdrol. Het lijkt bijna abstracte kunst, maar als je goed kijkt, is er altijd een detail uitgewerkt. 

In dit geval zie je een stoomboot die bijna wordt opgeslokt door de storm. Hij probeert grootsheids van de natuur uit te werken. 

Slide 22 - Tekstslide

Turner schildert het meest hevige moment van een storm op zee.
3p Noem drie aspecten van de VOORSTELLING waaruit blijkt dat het om een
hevig moment tijdens een storm gaat.

Voorstelling = wat je ziet (dingen)
Vormgeving = hoe is het gemaakt (vorm kleur ruimte compositie licht)

Slide 23 - Open vraag

Emotie
Francisco de Goya schildert dit werk om het begin van de Spaanse opstand tegen Napoleon te herdenken.
De schilderstijl is eigenzinnig en staat helemaal los van de academische stijl van het neoclassicisme. 

Slide 24 - Tekstslide

Gericault - Het vlot van de Medusa
Waarom zitten deze mensen op een vlot?

Kijk eens naar alle mensen op het vlot.

Hoe zou je de sfeer omschrijven?

Slide 25 - Tekstslide

De schipbreukelingen zijn diagonaal geordend.
Deze ordening versterkt het dramatische karakter van
het schilderij.
- Leg uit dat deze ordening het dramatische karakter versterkt.

Slide 26 - Open vraag

Friedrich - De wandelaar boven de nevelen.
Een eenzame man kijkt uit over de mist tussen de bergtoppen. Hij voelt de grootsheid van de natuur. Caspar David Friedrich vond in de ruige natuur van Saksisch Zwitserland het symbool van de ontembare menselijke ziel.

Slide 27 - Tekstslide

De man staat op de voorgrond en is van achteren weergegeven.

2p Noem twee effecten die de kunstenaar met deze weergave bereikt.
Geef OOK aan hoe het komt dat deze effecten ontstaan.

Slide 28 - Open vraag

Friedrich schilderde niet zomaar een landschap. Hij wilde iets overbrengen van
de religieuze ervaring die de natuur bij de mens kan oproepen.

3p BESPREEK drie aspecten van het schilderij die een religieuze sfeer oproepen.
Bespreek = leg je antwoorden uit!

Slide 29 - Open vraag

5

Slide 30 - Video

00:25
Welke kenmerken uit de VOORSTELLING verwijzen naar een exotische wereld?

Welke exotische attributen zie je allemaal?

Slide 31 - Open vraag

00:40
De vrouw met het snaarinstrument valt op.
Hoe is zij met de vormgeving benadrukt?

Slide 32 - Open vraag

00:58
Bij Ingres spreekt men vaak van romantisch-classicisme. 
Wat hoort bij het classicistisch en wat hoort bij romantisch?
Sleep de onderdelen naar de juiste stijl.
Classicistisch
Romantisch
Exotisch onderwerp
Vormgeving met gladde hanteringswijze en detaillering.

Slide 33 - Sleepvraag

01:34
Wat is het verschil in hanteringswijze?

De manier waarop ze schilderen?

Slide 34 - Open vraag

03:56
Hoe kan je zien, aan de schilderijen die geïnspireerd zijn op het werk van Ingres, dat er veel gaat veranderen in de stijl van de beeldende kunst?
Ze hebben immers allemaal hetzelfde onderwerp (vrouwelijk naakt)

Slide 35 - Open vraag

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video