Bezittelijke Voornaamwoorden

 Wiederholung: het bezittelijk voornaamwoord
 het bezittelijk voornaamwoord
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

 Wiederholung: het bezittelijk voornaamwoord
 het bezittelijk voornaamwoord

Slide 1 - Tekstslide

Welk geslacht hebben de woorden? Sleep ze naar het juiste geslacht.
Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Meervoud
Buch
Freundin
Baby
Eltern
Kinder
Haus
Vater 
Blume
Freund
Handy
Mutter
Mann
Kleider
Zeitung

Slide 2 - Sleepvraag

Wat zijn voorbeelden van een bezittelijk voornaamwoord?

Slide 3 - Woordweb

Bezittelijke voornaamwoorden
mijn
jouw
zijn
haar
ons/onze
jullie
hun/uw
mein
dein
sein
ihr
unser
euer
ihr/Ihr

Slide 4 - Sleepvraag

Bezittelijke voornaamwoorden horen ook
bij de EIN-Gruppe:
Wanneer komt er een -e achter ein + kein en alle bezittelijke voornaamwoorden.
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud
DER
DIE
DAS
DIE
meine
mein
mein
meine

Slide 5 - Sleepvraag

Wanneer krijg je achter het bezittelijk voornaamwoord een extra E ?
A
mannelijk / der
B
vrouwelijk / die
C
onzijdig / das
D
meervoud / die

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Was ist sein Name ?
A
Was
B
ist
C
sein
D
Name

Slide 7 - Quizvraag

Het bezittelijk voornaamwoord wordt op dezelfde manier vervoegd als het lidwoord "ein"
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

LINKS:
sleep het  bezittelijk voornaam-
woord
naar de 
juiste vertaling

RECHTS:
Sleep de juiste uitgang naar het zelfstandig- naamwoord
mijn
haar
onze
jouw
Läden (mv)
Verkäuferin (v)
Kunde (m)

ihr

mein

dein

unser

eine

ein


Keine

Slide 9 - Sleepvraag

Bezittelijk voornaamwoord
Kies het juiste antwoord.
[onze] ... Lehrerin
A
unser
B
unsere

Slide 10 - Quizvraag

Kies het juiste antwoord.
[mijn] ... Vater
A
mein
B
meine

Slide 11 - Quizvraag

Bezittelijk voornaamwoord
Wat is de betekenis van 'jouw'?
A
mein / meine
B
dein / deine
C
sein / seine
D
ihr / ihre

Slide 12 - Quizvraag

Hier ist (mijn)…...Buch


A
meine
B
meiner
C
meines
D
mein

Slide 13 - Quizvraag

vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Maaike ist (haar)... Freundin
A
meine
B
seine
C
ihre
D
eure

Slide 14 - Quizvraag

vertaal het bezittelijk voornaamwoord:

Ist das ( uw).... Fahrrad?
A
ihr
B
Ihre
C
ihre
D
Ihr

Slide 15 - Quizvraag

Vervoeg het bezittelijk voornaamwoord:
Er ist (mijn)…...Vater


A
meine
B
meiner
C
meines
D
mein

Slide 16 - Quizvraag

vertaal het bezittelijk voornaamwoord

Das sind (onze) .... Eltern
A
meine
B
dien
C
ihre
D
unsere

Slide 17 - Quizvraag

Vul het juiste bezittelijk voornaamwoord in.
(zijn) ..... Oma

Slide 18 - Open vraag

Vul het juiste bezittelijk voornaamwoord in.
(jullie) ..... Bruder

Slide 19 - Open vraag

Vul het juiste bezittelijk voornaamwoord in.
(jouw) ..... Geschwister

Slide 20 - Open vraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord

(haar) Bücher

Slide 21 - Open vraag

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord

(jullie) Klassenzimmer (o)

Slide 22 - Open vraag

De bezittelijke voornaamwoorden vind ik ...
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll