hfdst 2 media Par Media Samenleving

hfdst 2 media Par Media Samenleving
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

hfdst 2 media Par Media Samenleving

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.2 Media en de samenleving

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten media
• oude media
• nieuwe media
• sociale media

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Traditionele en nieuwe media
van brieven en boeken naar sociale media en apps. 





Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Traditionele en nieuwe media
van brieven en boeken naar sociale media en apps. 




In een informatiesamenleving is alle informatie non-stop beschikbaar. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Publieke omroep
Geregeld in de Mediawet
Betaald met Belastinggeld

Voor pluriform aanbod
Op NPO 1, 2, 3

Voorbeelden:
NOS, BNN/Vara / KRO/NCRV
Commerciële omroepen
Verdienen geld met (veel) reclame

Gericht op hoge kijkcijfers (dus niet op kleinere groepen)

Voorbeelden:
RTL4, RTL6, Net5, Veronica

Oja, en er is ook nog "On demand"

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Digitalisering van media
We leven in een on-demand economie: een economie waarbij de wens van de klant of gebruiker direct of z.s.m. vervuld wordt.
De rol van de ontvanger is veranderd, niet de zender bepaalt wat er wordt gekeken.

Maar ook de zender is verandert, op sociale media kun je zelf informatie delen met anderen.
Social Influencers worden een voorbeeld of rolmodel.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

2.2 Mediasamenleving

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Redactie
De redactie (= een paar redacteuren) van een krant, journaal of actualiteitenprogramma is elke dag op zoek naar nieuws. 

De redactie bepaalt dus wat er in het nieuws komt!
(Wat er wordt uitgezonden of in de krant kom te staan)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kranten
Er zijn twee verschillende soorten gedrukte media:
  1. kranten
  2. tijdschriften. 

Kranten verschijnen elke dag! Er zijn zo'n 60 verschillende landelijke en regionale kranten in NL.
Er is een verschil tussen landelijke dagbladen en regionale dagbladen:
  • Landelijke dagbladen: kan je overal in Nederland krijgen! hierin staat veel binnen- en buitenlands nieuws over bijvoorbeeld de economie, politiek en maatschappij. Bijvoorbeeld: Telegraaf, Volkskrant, Trouw
  • Regionale dagbladen: zijn alleen te vinden in een bepaalde streek, hierin vertellen zij ook veel plaatselijk nieuws. Noord-Hollands dagblad, Purmerends Nieuwsblad.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kranten
Je hebt twee verschillende soorten Landelijke dagbladen:
  1. Populaire kranten
  2. kwaliteitskranten
Het grootste verschil is dat ze zich richten op een andere doelgroep.

doelgroep  = groep mensen met  dezelfde gemeenschappelijke kenmerken
voorbeelden van doelgroepen: mannen, vrouwen, ouderen, jongeren, mensen met kinderen, mensen die van sport houden, mensen met huisdieren, enzovoort...

let op! Het is NIET zo dat de ene soort beter is dan de andere soort, ze richten zich op een andere doelgroep. Ze willen voor hun eigen doelgroep een goede krant maken.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Beeldvorming
Op een bepaalde manier naar situaties kijken. 
  • Beeldvorming- je vormt je steeds een beeld van iets, iemand of situatie. 
  • Hoeft niet altijd de waarheid te zijn.
  • Informatie die compleet is, is betrouwbaarder.



https://schooltv.nl/video/beeldvorming-hoe-ontstaat-beeldvorming-in-de-pers/#q=media

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdschriften
Tijdschriften hebben een aantal kenmerken:
  • Ook een tijdschrift wordt gemaakt voor een doelgroep (bijvoorbeeld mensen die van voetbal houden of jongeren).
  • Een tijdschrift verschijnt niet elke dag, zoals een krant, maar elke week of elke maand.
 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Traditionele media
De programma's op televisie of radio worden uitgezonden via omroepen: organisaties die via radio, tv en internet informatie uitzenden naar een groot publiek.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Commerciele omroepen

  1. Zenders die winst willen maken en aan televisie kijken willen verdienen.
  2. RTL, SBS, VERONICA, NET5 538, QMUSIC 
  3. Kijkcijfers zijn belangrijk
  4. Veel reclame

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

On demand

Er zijn ook bedrijven die hun programma’s online hebben staan. Als je op deze ‘streaming diensten’ geabonneerd bent, kan je op elk gewenst moment iets bekijken. Dit noemen we on demand.




On demand

Op verzoek of op aanvraag.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interactief = nieuwe media
Vroeger kwam nieuws alleen van journalisten. 
= traditionele media
Tegenwoordig kan iedereen via internet informatie verzenden.
Bijvoorbeeld via YouTube, een blog of Instagram.

Deze nieuwe media of internetmedia zijn interactief: je kunt
online direct op elkaars berichten reageren.


Slide 18 - Tekstslide

Met z'n vieren: Dit spel speelt zich af in een kamer met zittende mensen, waarvan er telkens vier moeten staan. Deze vier personen mogen in totaal slechts 10 seconden staan; daarna moeten ze gaan zitten en worden ze onmiddellijk vervangen door anderen uit de groep.

Het misverstand: Bij dit spel moeten twee personen rug aan rug tegen elkaar gaan zitten. De eerste persoon heeft een object gekregen en moet dit beschrijven (uiteraard zonder expliciet te zeggen wat het object is) aan persoon B. Persoon B moet op basis van deze beschrijving het voorwerp vervolgens proberen te gaan tekenen.