Week 3, les 1

Mevrouw de cuba
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Mevrouw de cuba

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

La clase de hoy: De les vandaag

La meta de la clase: het doel van les
Het kunnen gebruiken van de werkwoorden “Ser, estar, tener". Het gebruik van het werkwoord "ir"
Aan het eind van de les kennen jullie de doelen van hoofdstuk 4. 

Actividades: Grammaticale regels!!
- Jullie oefenen met de vervoeging van "ser-estar-tener" 
- Jullie oefenen met het werkwoord "ir".
                                                                    

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El programa 
5 min - Bienvenidos
15 min -  Capitulo 4 
10 min -  A trabajar
15 min- Repaso y verbo ir 
PO
Los deberes 






Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Capítulo 4
¡Vamos al instituto!

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cuál es la fecha de hoy?

Hoy es _____(dag)___________
 _____(datum)__________
de _____(maand)__________


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Capítulo 4 - inhoud & leerdoel
Thema: 'school' (= el instituto)
Vocabulario: vakken, mening geven, vervoersmiddelen, kloktijden

Aan het eind van dit hoofdstuk kun je..
...vertellen over school
...je mening geven over vakken & docenten

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Capítulo 4 - gramática
* Het onregelmatige werkwoord 'ir' (=gaan)
* El horario (=het rooster) / tijden
* Ontkenning zoals niet, geen, nooit, niemand

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

                                      Unidad 4

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

herhalen-herhalen-herhalen
  • klok
  • IR
  • no/ nada / nunca / nadie
  • tips

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

waar ligt?
  • wat ligt er westelijk? en noordelijk? en zuidelijk?
  • pyreneen
  • navarra
  • madrid
  • barcelona
  • malaga
  • canarische eilanden
  • balearen

Slide 12 - Video

intro t/m theme song, dan 2:00 - 4:20 (t/m Barcelona)
Asignaturas

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los días de la semana

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lunes
Martes
Miércoles
Jueves
Viernes
Sábado
Domingo
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag

Slide 15 - Sleepvraag

sleepvraag asignaturas
Los días 
  1. ¿Qué día viene a continuación? Martes, miércoles,  __________

  2.  Antes* del martes está el  ___________.                                            *voor

  3. Después** el jueves está el ___________.                                            **na

  4. ¿Cuáles son los días del fin de semana?  _______________ y ________________.

  5. Hoy es: _____________

  6.  El tercer(3) día de la semana: _____________

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los días 
  1. ¿Qué día viene a continuación? Martes, miércoles,  jueves

  2.  Antes* del martes está el  lunes.                                            *voor

  3. Después** el jueves está el viernes.                                            **na

  4. ¿Cuáles son los días del fin de semana?  sábado y domingo.

  5. Hoy es: martes

  6.  El tercer(3) día de la semana: miércoles

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!

¿Qué?  TB blz 34 WB blz 6 opdracht 1 en 2
¿Cómo? Individualmente 
¿Tiempo? 10 min 
¿Meta?  Orientación del capítulo 4
¿Listo? repasar el vocabulario 4.1 

timer
10:00

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Zeggen om hoe laat je iets doet
A las....
beber agua (11.00)
ir a casa (14.30)
escuchar música (17.00)





Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeggen om hoe laat je iets doet
beber - ir a casa - escuchar 
Bebo agua a las once.
A las once bebo agua.
Voy a casa A las dos y media.
A las dos y media voy a casa.
Escucho música a las cinco.
A las cinco escucho música.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bron F - El horario

Es la una 
Son las dos / tres / cuatro etc 
Son las ocho y cuarto
Son las ocho y media
Son las nueve menos cuarto

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ser of estar?
ser gebruiken we voor eigenschappen die niet veranderen, zoals karaktertrekken. 
estar gebruiken we voor plaatsbepalingen en voor 
eigenschappen die wél veranderen, zoals emoties/toestanden.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ser y estar
                                        Ser = zijn                  Estar = zijn/zich bevinden



soy
eres
es
somos
sois
son
Yo
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
estoy
estás
está
estamos
estáis
están

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tener
  1. Wat betekent tener?
  2. Hoe vervoeg je tener?
  3. Wanneer/hoe kun je tener gebruiken?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. ¿Cómo?
Tener = hebben

Yo
Él/ella/usted
Nosotros
Vosotros
Ellos/ellas/ustedes
Tengo
Tienes
Tiene
Tenemos
Tenéis
Tienen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak 2 zinnen met de ik-vorm
tener hambre  (honger)
tener sed  (dorst)
tener calor  (warm)
tener frío (koud) 
tener sueño (dromen)
tener hijos (kinderen) 
Tener gatos/perro ( katten/ honden)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Cómo funciona el verbo "ir"?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El verbo ir
vais

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de juiste vorm van 'ir' naar het juiste doel.
Stacy y Fiene _____ (ir) a escuchar música.
Rick y yo______(ir) al cine
¿Tú________ (ir-tú) a casa en coche?
Yo _______ (ir) a la peluquería
¿Lisa y tú _____(ir - vosotros) de vacaciones a Francia?
van
vamos
vas
voy
vais

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

¡A trabajar!

¿Qué? blz 12 en 13 ejercicio 12 en 13 
¿Cómo? Individualmente 
¿Tiempo? 15 min 
¿Meta? Repasar la unidad 3 y saber el uso del verbo ir 
¿Listo? repasar el vocabulario 4.1 

timer
10:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PO 
timer
20:00

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepjes van 2

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ken nu alle vormen van de werkwoorden SER - ESTAR - TENER - IR
😒🙁😐🙂😃

Slide 34 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Los deberes 
Leren: 
Vocabulario 4.1

Maken: 
ejercicio 12, 13 y 14


Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies