Verkeer les 9 en 10

Verkeer les 9 en 10
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Verkeer les 9 en 10

Slide 1 - Tekstslide

Je fietst richting het verkeerslicht. Voor het licht staat een vrachtauto te wachten.

Waar ga jij staan?
A
Naast de vrachtauto
B
Ver achter de vrachtauto

Slide 2 - Quizvraag

Esré wordt ingehaald door een groot voertuig.

Wat moet Esré doen?
A
Achter de vrachtauto gaan rijden
B
Beide handen aan het stuur houden
C
Uit de dode hoek van de vrachtauto blijven
D
Voorrang geven aan de auto van rechts

Slide 3 - Quizvraag

Wie mag er eerst?
A
Bo
B
De fietser
C
Tegelijk

Slide 4 - Quizvraag

De fietser wil rechtdoor.
Ze scant haar omgeving.
Wat moet ze opmerken
en zich bedenken?
A
Op deze rotonde geldt: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor.
B
Van de auto die van de rotonde komt, heb ik geen last.
C
Aan de haaientanden zie ik wie voorrang moet krijgen.

Slide 5 - Quizvraag

Sven wil links afslaan. De auto wil rechts
afslaan en de voetganger wil oversteken.
Welke verkeersdeelnemers moet
Sven voor laten gaan?
A
Alleen de auto
B
Alleen de voetganger
C
De auto en de voetganger

Slide 6 - Quizvraag

Cheyenne wil
links afslaan.
Moet ze voorsorteren?
A
Nee, het is hier te druk en onoverzichtelijk.
B
Ja, dat moet altijd als je links afslaat.
C
Ja, dat moet als er geen voorsorteervak of fietsstrook is.

Slide 7 - Quizvraag

Jaafar wil linksaf.

Op welke plaats moet
hij voorsorteren?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 8 - Quizvraag

Welke verkeersbord is voor een rotonde?
A
Blauw bord met 1 pijl
B
blauw bord met pijltjes in een rondje
C
Rood met wit bord
D
Geel met wit bord

Slide 9 - Quizvraag

Waar kan Bo het beste oversteken?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 10 - Quizvraag

Wat had Nev anders
moeten doen?
A
Bellen met de fietsbel om de bestuurder van de auto te waarschuwen.
B
Stoppen en de auto voorrang geven.
C
Zijn hand uitsteken, omdat hij afslaat.

Slide 11 - Quizvraag

Succes morgen met de toets! 

Slide 12 - Tekstslide