Examentraining VWO Aardrijkskunde - Domein Leefomgeving_zelfstandig

1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Examentraining VWO Aardrijkskunde 
Domein Leefomgeving
Programma vandaag en dinsdag
- een blik in de syllabus en de examenstof algemeen (vandaag, 1e deel) 
- herhalen domein Leefomgeving - Water uit 4 VWO, deel 1 
(vandaag en dinsdag)
Hoe? 
- Doornemen begrippen en processen --> jullie bepalen welke!
- Maken en goed nabespreken oude examenopgaven
- Keuze? Jazeker: meedoen klassikaal of zelfstandig aan de slag!

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel Wateroverlast: 
Je kunt in verschillende situaties bepalen hoe we in Nederland met het oog op de toekomst om moeten gaan met de waterproblematiek

Slide 4 - Tekstslide

Uit de syllabus
De commissie heeft besloten bij het domein E integraal waterbeleid centraal te plaatsen. Het bijbehorende onderwijs zou erover moeten gaan hoe we in Nederland met het oog op de toekomst om moeten gaan met de waterproblematiek. Het overstromingsrisico langs de grote rivieren is daar één onderdeel van. De Tweede Deltacommissie heeft echter ook op andere zaken gewezen zoals een mogelijke peilstijging van het IJsselmeer. Daarnaast spelen er ook op regionale schaal allerlei vraagstukken rondom water zoals verzilting in diepe polders en waterberging in stedelijke gebieden


Slide 5 - Tekstslide

Even een voorbeeld
 De mogelijke peilstijging in het IJsselmeer

- Bekijk de volgende video
- Beredeneer in welk jaargetijde de pompen het vaakst gebruikt zullen worden. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Beredeneer in welk jaargetijde de pompen het vaakst gebruikt zullen worden (3p, I).

Slide 8 - Open vraag

Domein E 
Leefomgeving - wateroverlast


Een blik in de syllabus voor dit onderdeel

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Belangrijke werkwijzen
  • Relaties leggen tussen klimaatverandering en menselijk ingrijpen en het risico op overstromingen en wateroverlast. 
  • Relaties leggen tussen (mondiale) zeespiegelstijging en effecten aan de Nederlandse kust, in het rivierengebied, het IJsselmeer gebied en de Zuidwestelijke delta.
  • Overstromingen en overstromingsrisico’s vanuit verschillende dimensies (natuur, economie, politiek en sociaal-cultureel) en op verschillende ruimtelijke schalen analyseren. 

Slide 11 - Tekstslide

Begrippen Leefomgeving
Wateroverlast

Slide 12 - Tekstslide

Begrippen Leefomgeving
Wateroverlast

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Belangrijke werkwijzen
  • Het leggen van relaties tussen verschillende onderdelen van het waterbeleid. 
  • Kust- en rivierbeleid vanuit verschillende dimensies analyseren
  • Een ingreep uit het integraal waterbeleid kunnen analyseren op verschillende ruimtelijke schalen en vanuit verschillende dimensies. 

Slide 15 - Tekstslide

Begrippen Leefomgeving
Beleid

Slide 16 - Tekstslide

Begrippen Leefomgeving
Wateroverlast

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Belangrijke werkwijzen
  • Relaties leggen tussen (mondiale) klimaatverandering en risico’s op wateroverlast of watertekorten op regionale schaal
  • Mogelijke maatregelen om wateroverlast of watertekorten op regionale schaal te voorkomen analyseren vanuit verschillende dimensies (natuurlijk, politiek, economisch en sociaal-cultureel) 

Slide 19 - Tekstslide

Begrippen Leefomgeving - Regionale vraagstukken
Beleid

Slide 20 - Tekstslide

Aan de slag
Opgave 7 – Leefomgeving: Versterking van de Markermeerdijken 

- Lees de volledige opgave + bronnen heel goed door
- Onderstreep de begrippen die je denkt dat belangrijk zijn bij de beantwoording van de vragen
- Noteer de begrippen die je niet meer kent of niet begrijpt

Slide 21 - Tekstslide

Geef met de kaart in bron 16 aan waarom je deze aanduiding van de Markermeerdijken ter discussie kan stellen.

Slide 22 - Open vraag

Leg uit dat door een noordwesterstorm op de Waddenzee ook het waterpeil van het Markermeer stijgt. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Slide 23 - Open vraag

Beredeneer waarom dit gemaal in de toekomst steeds vaker ook als inlaat gebruikt zal worden.

Slide 24 - Open vraag

Geef een argument dat de lokale bevolking zou kunnen hebben gehad
- vóór de aanleg van deze oeverdijk;
- tegen de aanleg van deze oeverdijk.

Slide 25 - Open vraag

Aan de slag
Opgave 6: waterbeheer in Fryslan

- Lees de volledige opgave + bronnen heel goed door
- Onderstreep de begrippen die je denkt dat belangrijk zijn bij de beantwoording van de vragen
- Noteer de begrippen die je niet meer kent of niet begrijpt

Slide 26 - Tekstslide

Waterbeheer in Fryslan
1e vraag: 

Slide 27 - Tekstslide

voor nog een ander deel van Friesland aan waarom de grenzen van de provincie daar niet samenvallen met de grenzen van het beheergebied van Wetterskip Fryslân.

Slide 28 - Open vraag

26: Leg uit dat het veranderende neerslagregiem steeds vaker tot wateroverlast leidt. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten. Tip: wat verandert er aan het neerslagregiem en wat is het gevolg op water-gebied?

Slide 29 - Open vraag

Geef twee voorbeelden waaruit blijkt dat bij de herinrichting van de Hemrikkerscharren sprake is van integraal waterbeheer.
Tip: Wat hoort allemaal bij integraal waterbeheer? Zoek daar voorbeelden van in de bron

Slide 30 - Open vraag

Geef aan waarom
− zo’n oefening met bewoners goed past bij integraal waterbeheer;
− de kans dat de zandzakken ook daadwerkelijk gebruikt moeten gaan worden door de herinrichting van de Hemrikkerscharren kleiner geworden is.

Slide 31 - Open vraag

Uitspraak 1: de reikwijdte van voorzieningen speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van de kaart in bron 20.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 32 - Quizvraag

Uitspraak 3: ongeveer de helft van de studenten aan de universiteit in Leiden woont in Leiden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 33 - Quizvraag

Uitspraak 1: de reikwijdte van voorzieningen speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van de kaart in bron 20.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 34 - Quizvraag

Beredeneer waarom Leiden niet als primair regionaal centrum aangeduid wordt, maar Dordrecht wel. Betrek in je redenering beide steden.

Slide 35 - Open vraag

31 Beredeneer waarom de vestiging van een groot aantal studenten zowel een positieve als een negatieve invloed kan hebben op de sociale cohesie in Leiden.

Slide 36 - Open vraag

32 Beredeneer dat de ontwikkelingen in Leiden goed aansluiten bij het ruimtelijk beleid ten aanzien van de Randstad zoals dat in de Structuurvisie 2040 beschreven is.

Slide 37 - Open vraag