Maak met de leerling naast je opdracht 1:
- leerling 1 leest de alinea voor
- leerling 2 benoemt de kernzin
- Ben je het eens met elkaar? Onderstreep de kernzin
Volgende alinea
- leerling 2 leest de alinea voor; leerling 1 benoemt de kernzin; onderstreep de kernzin samen