Nieuw Nederlands Cursus 1 Meer dan lezen Par. 5

§ 5 Alinea's en kernzinnen
De belangrijkste informatie van een alinea staat in de kernzin
Vaak is dat de eerste of laatste zin van de alinea. 

In de zinnen voor of na de kernzin staat een voorbeeld of een verdere uitleg. In het volgende voorbeeld hieronder is de eerste zin de kernzin.
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

§ 5 Alinea's en kernzinnen
De belangrijkste informatie van een alinea staat in de kernzin
Vaak is dat de eerste of laatste zin van de alinea. 

In de zinnen voor of na de kernzin staat een voorbeeld of een verdere uitleg. In het volgende voorbeeld hieronder is de eerste zin de kernzin.

Slide 1 - Tekstslide

§ 5 Alinea's en kernzinnen
Alinea’s en kernzinnen
Een tekst is meestal verdeeld in alinea’s. 
Een alinea bestaat uit een aantal zinnen die bij elkaar horen, omdat ze over hetzelfde deelonderwerp gaan. 
In een tekst over vakanties kunnen de alinea’s bijvoorbeeld gaan over wandelvakanties, kampeervakanties of verre reizen.

Slide 2 - Tekstslide

Alinea's en kernzinnen

Slide 3 - Tekstslide

Toetsweek Nederlands
donderdag 20 maart 
Meer dan Lezen 
par. 5: Alinea's en kernzinnen
par.6: Inleiding, middenstuk en slot

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet jij al over alinea's?
- Maak een woordspin/woordweb met in het midden het woord
'alinea'
- Vergelijk de teksten die je straks ziet 
- Noteer om 'alinea' wat je al weet over een alinea
- Kijk ook goed naar de teksten


Slide 5 - Tekstslide

§ 5 Alinea's en kernzinnen
Zo herken je alinea’s - kenmerken van een alinea

  • Een nieuwe alinea begint altijd op een nieuwe regel.
  • Zinnen die samen één alinea vormen, beginnen niet op een nieuwe regel.
  • Soms begint de eerste regel van een alinea met een stukje wit. Dat noem je inspringen.
  • Soms wordt er tussen twee alinea’s een regel overgeslagen (witregel).

Slide 6 - Tekstslide

Alinea's maak je door:
A
Een witregel ertussen te laten.
B
Dikgedrukte woorden erboven te zetten
C
Leestekens
D
Alle drie de antwoorden zijn goed.

Slide 7 - Quizvraag

Hoeveel alinea's heeft de tekst?
A
Twee alinea's
B
Drie alinea's
C
Vier alinea's
D
Vijf alinea's

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de kernzin van alinea 2?
A
Het Nederlandse team werd kampioen.
B
Een onderdeel van de kampioenschappen is het overgooien van rauwe eieren.
C
Nederlanders kampioen eieren gooien.

Slide 9 - Quizvraag

Een tekst is meestal verdeeld in alinea’s. Een alinea bestaat uit:
A
twee zinnen.
B
een inleiding, een kern en een slot.
C
een aantal zinnen die bij elkaar horen, omdat ze over hetzelfde deelonderwerp gaan.
D
een paar plaatjes, zinnen en tussenkopjes die over hetzelfde onderwerp gaan.

Slide 10 - Quizvraag

Wat is een kernzin?
A
De eerste zin van de inleiding
B
De laatste zin van het slot
C
De belangrijkste zin van een tekst
D
De belangrijkste zin van een alinea

Slide 11 - Quizvraag

Meer dan Lezen par. 5: alinea's en kernzinnen 
In duo's werken 
Maak met de leerling naast je opdracht 1:
- leerling 1 leest de alinea voor
- leerling 2 benoemt de kernzin
- Ben je het eens met elkaar? Onderstreep de kernzin
Volgende alinea 
- leerling 2 leest de alinea voor; leerling 1 benoemt de kernzin; onderstreep de kernzin samen
timer
10:00

Slide 12 - Tekstslide

Klaar? 

Maak opdracht 2 (blz. 33) - zoek de woordbetekenissen
je mag een woordenboek gebruiken

Huiswerk: opdracht 2 + 3 (blz. 33)

Slide 13 - Tekstslide

Gebruik je eigen naam 
Kahoot!

Slide 14 - Tekstslide