In deze les zitten 30 slides, met tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
¡Hola!
Slide 1 - Tekstslide
Hoy en la clase de español
Día de los inocentes
Repaso la hora
¡Vamos a escuchar!
Verbos con cambio vocálico
Leerdoelen van vandaag:
Ik ken de kloktijden
Ik ken de vervoegingen van de werkwoorden met klinkerwisseling.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Día de los inocentes
1 APRIL!
Mundo Deportivo verraadde zichzelf door Inocêncio dos Santos als auteursnaam te noteren. Hij zou geboren zijn in Madeira, het eiland waar ook de wortels van Ronaldo liggen.
Volgens de krant zou Ronaldo al aan oud-ploeggenoot Gerard Piqué hebben gevraagd of hij het huis van Lionel Messi kan huren. De reden? Dat hij in dat geval eindelijk zeven Gouden Ballen in huis zou hebben. Het wordt nog gekker: hij zou het nummer 17 van Luuk de Jong willen overnemen en dromen van het spelen in de Europa League.
veintiocho de diciembre
Slide 4 - Tekstslide
Schriftelijke overhoring
vrijdag 28 januari, 2e uur
Noteer in je leefboek:
Alle grammatica en woordenschat van tarea 1.
Slide 5 - Tekstslide
Repasar
la hora
Slide 6 - Tekstslide
Vul woordenlijst 1.4 in
Beantwoord daarna de volgende vragen in je schrift (maak hele zinnen):
1. Wanneer zeg je “es la” en wanneer “son las”?
2. Wat is het verschil tussen “a las dos” en “son las dos?”
3. Vertaal: Hoe laat ontbijt je?
4. Vertaal: Hoe laat eet je ?
5. Vertaal: Hoe laat dineer je?
6. Vertaal: Hoe laat studeer je?
• Stel deze vragen nu aan een klasgenoot. Geef elkaar antwoord in het Spaans.
Let op: je dient de werkwoorden te vervoegen.
Slide 7 - Tekstslide
español
holandés
¿Qué hora es?
Hoe laat is het?
¿Tiene hora?
Weet u hoe laat het is?
Es la una
Het is 1 uur
Son las dos (en punto)
Het is 2 uur (precies)
Son las tres y cinco
Het is 5 over 3 (3:05)
Son las cuatro y cuarto
Het is kwart over 4 (4:15)
Son las cinco y veinte
Het is 10 voor half 6 (5:20)
Son las seis y media
Het is half 7
Son las siete menos veinticinco
Het is 5 over half 6 (6:35)
Son las ocho menos cuarto
Het is kwart voor 8 (7:45)
Son las nueve menos diez
Het is 10 voor 9 (8:50)
¿A qué hora?
(om) hoe laat?
A la/las…..
Om……
1.4
Slide 8 - Tekstslide
Las respuestas
1. [es] bij 13:00 of 1:00 en [son] bij alle andere gevallen.
2. “A las dos” betekent “om 2 uur” en “son las dos” betekent “het is 2 uur”.
3. ¿A qué hora desayunas?
4. ¿A qué hora comes?
5. ¿A qué hora cenas?
6. ¿A qué hora estudias?
Slide 9 - Tekstslide
Libro del alumno
página sesenta y siete
Haz el ejercicio 3
Slide 10 - Tekstslide
Samen oefenen
Libro de ejercicios
página veintisiete
Slide 11 - Tekstslide
Zelfstandig
oefenen
Libro de ejercicios
página veintiocho
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Las respuestas
• Pagina 67, opdracht 3 (LA)
A: Es la una menos veinte, B: Son las seis (en punto), C: es la una menos cinco, D: Son las siete y cinco.
A: Son las doce y cuarto, B: Son las cuatro menos veinte, C: Son las cinco y veinticinco, D: Son las nueve menos veinticinco, E: Es la una y media, F: Son las once y cinco.
Slide 14 - Tekstslide
Las respuestas 4.11
Por la mañana:
A: son las ocho y veinte
C: Son las nueve y cuarto
F: Son las once y media
I: Son las seis y media
Por la tarde
B: Son las tres menos cuarto
G: Son las cinco menos diez
H: Son las ocho
K: Son las tres y cinco.
Por la noche
D. Son las once menos veinte
F. Son las once y media
J. Son las diez menos cuarto
Slide 15 - Tekstslide
Verbos con cambio vocálico
opción 1
opción 2
Je gaat zelfstandig werken!
We maken de opdracht samen met extra uitleg
Je mag muziek luisteren als je je dan beter kan concentreren.
Slide 16 - Tekstslide
Opdracht 1.5 uit je module
Beantwoord deze vragen in je schrift.
In de vorige module heb je 2 soorten klinkerwisselingen
geleerd bij de vervoeging van de werkwoorden.
1. Welke waren dat?
2. Wanneer verandert de stamklinker?
3. Welke stappen zet je om zo’n werkwoord te vervoegen?
Slide 17 - Tekstslide
A. Rellena con la forma correcta
Vul de juiste vorm van het werkwoord in: (B)
(Let op de klinkerwisseling, welke moet je hier gebruiken?)
1. Yo ______________________(querer) un zumo de naranja.
2. ¿Qué ______________________(preferir) tú?
3. ¿A qué hora ___________________(cerrar) el supermercado?
4. Paco y yo ____________________(empezar) a las ocho y media.
5. ¿Y vosotros, ¿a qué hora ______________(empezar) la clase?
6. Carmen no ___________________(entender) a la profesora.
Slide 18 - Tekstslide
B. Rellena con la forma correcta -
Vul de juiste vorm van het werkwoord in: (B)
(Let op de klinkerwisseling, welke moet je hier gebruiken?)
1. ¿Nosotros _____________________(pedir) la cuenta?
2. Sí, yo la ____________________(pedir).
3. El cuchillo ____________________(servir) para cortar la carne.
4. El profesor _____________________(repetir) todo.
5. ¿Qué _______________________(elegir) tú?
6. Los niños ______________________(seguir) a los padres.
Slide 19 - Tekstslide
C. ¡A mezclar! - Door elkaar nu! (G)
(Let goed op welke klinkerwisseling er moet worden toegepast.)
1. Mañana __________________(empezar, yo) mi nuevo curso de inglés.
2. ¿Paco, qué __________________(pedir) para comer?
3. Por la mañana ___________________(repetir, nosotros) todo el vocabulario.
4. ¿Javi y tú ____________________ (seguir) Enzo Knol?
5. ¿Tú _______________________(cerrar) la puerta por favor?
6. Ahora yo ______________________(entender) los verbos en español.
7. En este restaurante ____________________(servir, ellos) la mejor paella de la ciudad.
8. Paula ______________________(elegir) la chaqueta verde.
9. Carmen y Ana ______________________(preferir) café.
10. ¿__________________________(querer, tú) ir al cine?
Slide 20 - Tekstslide
Expert opdracht: Zet de werkwoorden op de juiste plek(E)
Deze opdracht mag je maken als je meer uitdaging wil!
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.