3 vwo - chapitre 3 vocabulaire F + phrases-clés G

Bienvenue VWO 3!
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bienvenue VWO 3!

Slide 1 - Tekstslide

PROGRAMME
terugblik: vocabulaire F
au travail
Aan het eind van de les:
- ken ik woorden die te maken hebben met vervoer en reizen;

Slide 2 - Tekstslide

Vocabulaire F
le mois
la région
la pluie
la saison
la femme
l'homme
avoir envie de
appeler
le temps libre
bon marché
pour cela
c'est pourquoi
sucré(e)
salé(e)
le miel
le beurre
l'équipement
la retraité
la particularité
le Maghreb
déguster
plaire
abandonner
jeter

Slide 3 - Tekstslide

Vocabulaire F
Traduisez les phrases ci-dessous.

  1. Om die reden houd ik niet van honing. Het is veel te zoet.
  2. Het is het seizoen van de regen in deze regio.
  3. Ik heb zin om mijn vriendin te bellen. Ik doe het vaak in mijn vrije tijd. (het = cod!)

Slide 4 - Tekstslide

Vocabulaire F
Traduisez les phrases ci-dessous.

  1. Pour cela je n'aime pas le miel. C'est beaucoup trop sucré.
  2. C'est la saison de la pluie en cette région.
  3. J'ai envie d'appeler mon amie. Je le fais souvent dans mon temps libre.

Slide 5 - Tekstslide

Phrases-clés G
Tu es en vacances ici?
lComment tu le trouves?
1. Ja, ik zit in hotel Aloha.
  1. Niet slecht, er is een zwembad.
  2. Het ontbijt is erg lekker.
  3. Het is naast de skipiste.
  4.  Tegenover is er zelfs een ijsbaan.
  5. Maar de slaapkamer is te klein.
  6. Mijn bed is niet comfortabel.

Slide 6 - Tekstslide

AU TRAVAIL
Fais exercice 29, 30, 31 et 32 à la page 120-123

Contrôlez si vous avez fini les exercices: 
6, 7, 9, 10, 17, 18, 20b, 25 (vanaf blz. 98)

Apprends vocabulaire A-B-E-F à la page 124-125


Slide 7 - Tekstslide

Benoem drie woorden die je deze les hebt geleerd.

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Comment viens-tu à l'école?



à pied



en bus




en tram




en vélo
Comment viens-tu à l'école?
Je viens à l'ecole ... (moyen de transport)
Tu pars à quelle heure?
Je pars à ...

Slide 10 - Tekstslide