5.3 Zouthydraten.

5.3 Zouthydraten
Leerdoelen:
- Wat zijn zouthydraten en hoe worden ze gevormd?
- Waar worden zouthydraten voor gebruikt?
- De naamgeving en formules van zouthydraten
- De reactievergelijking kunnen opstellen van de vorming of breken van een zouthydraat
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

5.3 Zouthydraten
Leerdoelen:
- Wat zijn zouthydraten en hoe worden ze gevormd?
- Waar worden zouthydraten voor gebruikt?
- De naamgeving en formules van zouthydraten
- De reactievergelijking kunnen opstellen van de vorming of breken van een zouthydraat

Slide 1 - Tekstslide

Zouthydraten
Sommige zouten lossen op in water (hydratatie)
Dit gebeurt als er genoeg water is om ionen uit het kristalrooster los te "trekken"

Sommige zouten nemen water op (hydraatvorming)
Water IN het kristalrooster (kristalwater)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeeld
Wit kopersulfaat REAGENS voor water

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld
Wit kopersulfaat REAGENS voor water
Vormt hydraat

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld
Wit kopersulfaat REAGENS voor water
Vormt hydraat
Kopersulfaatpentahydraat
(Let op faseaanduiding!)

Slide 8 - Tekstslide

Zelf aan de slag OF verder met uitleg
Groep A: krijgt verlengde instructie
Groep B: verder aan de slag met vragen: 
34, 37, 40, 42.   (38 is optioneel)
timer
10:00

Slide 9 - Tekstslide

Hydraat naamgeving
  • Een zouthydraat wordt weergegeven als zout en de hydraten erachter met een punt
  • CaSO4 . 2 H2O
  • calciumsulfaatdihydraat

  • Naam zout + hoeveel hydraten (telling in Binas T66-C)

Slide 10 - Tekstslide

Wat is de naam van dit zouthydraat?

Slide 11 - Tekstslide

Wat is de naam van dit zouthydraat?
Natriumfosfaatdodecahydraat

Slide 12 - Tekstslide

Water uit het hydraat krijgen
zouthydraat is droog en vast
Wanneer je een zouthydraat verwarmd, komt het water vrij
-omdat je het moet verwarmen, is dit een endotherm proces
-hydraatvorming is dus exotherm
(het wordt warm)

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk
Groep A: 33, 34, 35, 39, 40.
Groep B: 34, 37, 40, 42 (38 is optioneel)

Slide 14 - Tekstslide

Par. 5.3: Zouthydraten
Rekenen aan zouthydraten

Slide 15 - Tekstslide

Planning
- Huiswerk nakijken en bespreken in groepjes 
- Instructie voorbeeldopgave: rekenen aan hydraat
- Groep A: verlengde instructie
- Groep B: Verder met de opdrachten

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoel

- Hoeveel water kan een zout opnemen en hoe reken je dat uit?

Slide 17 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
- Ga wederom zitten bij een leerling die dezelfde vragen heeft gemaakt
- Kijk eerst zelf je antwoorden na en vul de checklist in. 
- Wissel hierna van blaadjes / kijk of je punten herkent die ook bij jou fout waren, bespreek met elkaar de fouten. Als je juist de vraag goed hebt die je klasgenoot fout had dan probeer je uitleg te geven.
- Vul hierna op je eigen checklist een korte evaluatie.
timer
15:00

Slide 18 - Tekstslide

Rekenen met hydraten
Calciumchloride kan water vanuit de lucht opnemen in zijn kristalrooster en vormt dan calciumchloridehexahydraat

Geef de reactievergelijking voor de vorming van dit hydraat.


Slide 19 - Tekstslide

C
Calciumchloride = CaCl
Dus calciumchloridehexahydraat = CaCl   6 H O

De reactievergelijking is dus:
 


2

2            2 

Slide 20 - Tekstslide

Rekenen met hydraten
Calciumchloride kan water vanuit de lucht opnemen in zijn kristalrooster en vormt dan calciumchloridehexahydraat

Bereken hoeveel gram water kan worden opgenomen door 
15,0 gram calciumchloride.


Slide 21 - Tekstslide

CaCl2 is 110,98 g/mol, dus:
15,0 g / 110,98 g/mol = 0,135 mol CaCl2 

molverhouding CaCl2 : H2O is 1 : 6, dus 0,135 x 6 = 0,810 mol water.

H2O is 18,016 g/mol.
0,810 mol x 18,016 gram/mol = 14,610 gram H2O

15,0 gram calciumchloride kan 14,6 gram water opnemen.
Bereken hoeveel gram water kan worden opgenomen door 15 gram calciumchloride

Slide 22 - Tekstslide

Zelf aan de slag OF verder met uitleg
Groep A: krijgt verlengde instructie
Groep B: verder aan de slag met vragen:
42, 43 en 44
timer
10:00

Slide 23 - Tekstslide

Rekenen met hydraten

Je hebt calciumsulfaat en voegt hier water aan toe tot alle calciumsulfaat is gereageerd tot gipshydraat.
Je giet het overige water af en weegt 10.3 gram gipshydraat.
Reken uit hoeveel gram water heeft gereageerd.

Slide 24 - Tekstslide

Noem een toepassing van een zouthydraat in het dagelijks leven.
A
Droog- en koelmiddelen
B
Bouwmaterialen zoals gips, cement en beton
C
Reagentia zoals kopersulfaat
D
Alle drie de keuzes zijn goed

Slide 25 - Quizvraag


Uitgevoerd:  Na2CO3   + x H2O (g) --> Na2CO3·x H2O (s) 
(= zouthydraat verwarmen levert --> watervrij zout en water)
Vraag: waar staat x voor?
A
gram water
B
mol water
C
aantal mol water ten opzichte van mol Na2CO3
D
aantal waterdruppels

Slide 26 - Quizvraag


Bekijk de volgende reactie:
CaSO. 2 H2O (s) --> CaSO4 + 2 H2
Deze reactie is een:
A
voorbeeld van ontledingsreactie
B
voorbeeld van het binden van water
C
voorbeeld van oplossen van calciumsulfaat
D
voorbeeld van verhitten van zouthydraat

Slide 27 - Quizvraag

Hoeveel kristalwater bevat kristalsoda, natriumcarbonaatdecahydraat
A
5
B
8
C
2
D
10

Slide 28 - Quizvraag

Wat is ons DEEL van calciumsulfaatdihydraat als we massa% kristalwater moeten berekenen?
A
CaSO4.2H2O
B
Ca2SO4
C
H2O
D
2H2O

Slide 29 - Quizvraag

Wat is kristalwater?
A
water in kristalvorm
B
water dat is opgenomen in het kristalrooster
C
water waar een zout in is opgelost
D
ijs

Slide 30 - Quizvraag

Wat zien we op de foto?
A
Kristalwater
B
Hydratatie
C
Indampen
D
Zoutreactie

Slide 31 - Quizvraag

Het opnemen van kristalwater is
A
een exotherm proces
B
een endotherm proces

Slide 32 - Quizvraag