Pluriforme samenleving

Pluriforme samenleving
Leerdoelen:

1. De leerlingen begrijpen wat een pluriforme samenleving is en kunnen voorbeelden geven van subculturen binnen de Nederlandse samenleving.
2. De leerlingen kunnen het verschil uitleggen tussen de dominante cultuur en subculturen, en weten hoe deze zich tot elkaar verhouden.
3. De leerlingen kunnen de kenmerken van verschillende culturen identificeren en begrijpen hoe deze kenmerken de cultuur van een groep mensen bepalen.
4. De leerlingen zijn zich bewust van de voordelen van een pluriforme samenleving en kunnen uitleggen waarom het belangrijk is om verschillende culturen te respecteren.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Pluriforme samenleving
Leerdoelen:

1. De leerlingen begrijpen wat een pluriforme samenleving is en kunnen voorbeelden geven van subculturen binnen de Nederlandse samenleving.
2. De leerlingen kunnen het verschil uitleggen tussen de dominante cultuur en subculturen, en weten hoe deze zich tot elkaar verhouden.
3. De leerlingen kunnen de kenmerken van verschillende culturen identificeren en begrijpen hoe deze kenmerken de cultuur van een groep mensen bepalen.
4. De leerlingen zijn zich bewust van de voordelen van een pluriforme samenleving en kunnen uitleggen waarom het belangrijk is om verschillende culturen te respecteren.

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een pluriforme samenleving?
A
Een samenleving waarin mensen allemaal dezelfde cultuur hebben
B
Een samenleving waarin mensen verschillende culturen hebben
C
Een samenleving waarin mensen geen cultuur hebben
D
Juiste antwoord staat er niet tussen

Slide 2 - Quizvraag

Wat is de dominante cultuur?
A
De cultuur van een kleine groep mensen
B
De cultuur van de meerderheid van de mensen in een samenleving
C
De cultuur van mensen die zich anders voelen dan anderen
D
De cultuur van mensen met een migratie achtergrond

Slide 3 - Quizvraag

Wat is een subcultuur?
A
Een cultuur die dominant is in een samenleving
B
Een cultuur die bestaat binnen een grotere cultuur, maar verschilt op bepaalde punten
C
een tegencultuur
D
Een cultuur die geen invloed heeft op de samenleving

Slide 4 - Quizvraag

Welke van de volgende is geen voorbeeld van een cultuurkenmerk?
A
Huidskleur
B
Dansen
C
Eten en Drinken
D
Taal

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het belangrijkste verschil tussen de dominante cultuur en subculturen?
A
De dominante cultuur is homogeen en subculturen zijn heterogeen
B
De dominante cultuur is een synoniem van subcultuur
C
De dominante cultuur is groter dan subculturen
D
De dominante cultuur heeft meer macht dan subculturen

Slide 6 - Quizvraag

Hoe kunnen mensen culturele verschillen respecteren?
A
Door te begrijpen waarom mensen bepaalde gewoonten hebben
B
Door te eisen dat mensen hun cultuur opgeven en zich aanpassen aan de dominante cultuur
C
Door allemaal zelfde gewoontes te hebben
D
Door te weigeren om met mensen van andere culturen om te gaan

Slide 7 - Quizvraag

Waarom is het belangrijk om een pluriforme samenleving te hebben?
A
Omdat het de enige manier is om mensen te laten samenleven
B
Omdat het een manier is om verschillende perspectieven te krijgen en problemen op te lossen
C
Omdat het ervoor zorgt dat er minder subculturen zijn
D
Dan is het gezelliger

Slide 8 - Quizvraag

Welke van de volgende is een voorbeeld van een subcultuur?
A
De cultuur van Nederlandse voetbalfans
B
De cultuur van Nederlandse politici
C
De cultuur van de meeste Nederlanders
D
Koningsdag

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een nadeel van een pluriforme samenleving?
A
Dan zijn er teveel verschillende talen
B
Dan heb je teveel verschillende culturen
C
Dan weet je niet meer wat de dominante cultuur is
D
Het kan leiden tot conflicten tussen verschillende groepen

Slide 10 - Quizvraag

Reflectievragen
1.Probeer nu antwoord te geven op de leerdoelen van deze les.
2. Welke leerdoelen beheers je nog niet? Schrijf deze leerdoelen op.
3. kies een van de leerdoelen die je nog niet beheerst. Zoek op internet of in je boek naar dit leerdoel en schrijf in je eigen woorden op wat het antwoord is.
4. Wat zou je nog meer willen weten over dit onderwerp? Schrijf voor jezelf minimaal 3 leerdoelen op. Volgende les ga je aan de slag met je eigen leerdoelen.

Slide 11 - Tekstslide