Introductie medicatie (VPO41C)

VTH periode 3: Medicatie






(zie Word document ITS learning)
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

VTH periode 3: Medicatie






(zie Word document ITS learning)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Aan het eind van de les kun je uitleggen wat de wet BIG is en wat deze wet voor de verpleegkundige betekent

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoek mij eens op:

79915265130

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Lees: 
Hoofdstuk 1
Bladzijde  2 t/m 9

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het o.a. het doel van de wet BIG
A
Het beschermen van de belangen van zorginstellingen
B
Het regelen van salarissen van zorgverleners
C
Het bewaken van de kwaliteit van zorg
D
Het geven van richtlijnen voor hygiëne in ziekenhuizen

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een voorbehouden handeling?
A
Katheteriseren bij de man
B
Het meten van een bloeddruk
C
Hechtingen verwijderen
D
zuurstof toedienen

Slide 7 - Quizvraag

Voorbehouden handelingen zijn risicovolle handelingen die in de wet BIG staan en staat beschreven welke hulpverlener deze zelfstandig mag uitvoeren

Risicovolle handelingen staan niet in de wet BIG-> zorgverlener moet wel aan dezelfde eisen voldoen (zorgvuldig handelen)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je als verpleegkundige controleren voordat je een voorbehouden handeling uitvoert
A
Of de patiënt akkoord gaat met de handeling
B
Of de arts aanwezig is bij de handeling
C
Of er genoeg verpleegkundigen in de buurt zijn
D
Of je bevoegd/ bekwaam bent voor de handeling

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Naar bevoegd en bekwaam

-> theorie op school eigen maken
-> meekijken bij de handeling
-> meehelpen bij de handeling
-> onder begeleiding doen
-> zelfstandig uitvoeren

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan er gebeuren als een verpleegkundige een voorbehouden handeling uitvoert zonder bevoegd en bekwaam te zijn
A
Er gebeurt niks zolang de patiënt geen klachten heeft
B
De verpleegkundige kan een waarschuwing van de leidingevende
C
de verpleegkundige kan tuchtrechtelijk vervolgd worden
D
De verpleegkundige wordt automatisch overgeplaatst naar een andere afdeling

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klacht
Maatregel

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meer lezen? 
https://www.venvn.nl/nieuws/7-lessen-voor-verpleegkundigen-en-verzorgenden-uit-tuchtzaken-van-2023/

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een verpleegkundige dient per ongeluk het verkeerde medicijn toe. Wat betekent dit volgens de Wet BIG
A
Het is niet erg, want fouten maken is wenselijk
B
De verpleegkundige moet de fout direct melden (MIC)
C
De verpleegkundige mag de fout zelf corrigeren
D
De verpleegkundige wordt ontslagen

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie is verantwoordelijk bij het verrichten van een voorbehouden handeling?
A
De opdrachtgever
B
De opdrachtnemer
C
Allebei

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je bent als verpleegkundige bevoegd om een voorbehouden handeling te verrichten als:
A
Je hiervoor een opdracht hebt gekregen
B
Je jezelf bekwaam acht om de opdracht uit te voeren
C
Allebei

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vragende voornaamwoorden
  • Er zijn vier vragende voornaamwoorden (vrag.vnw):
    wie, wat, welk(e), wat voor (een).

  • Een vrag.vnw staat meestal aan het begin van een vraag. Welke spieren train je met hardlopen?

  • Wanneer een vrag.vnw midden in een zin staat, kun je er een vraag van maken waarin het vragend voornaamwoord vooraan komt te staan.

    Weet jij wie er morgen op je verjaardag komen
    Wie komen er vanavond op je verjaardag, weet jij dat?
    Wie = vragend voornaamwoord



Heb je nog vragen?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les
Theorie medicatie

Huiswerk: maak de e-learnings:
  • Medicijnen
  • Soorten medicijnen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies