In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Welkom
Nederlands
Je legt klaar:
Leesboek
Slide 1 - Tekstslide
Tekst
timer
10:00
Slide 2 - Tekstslide
Welkom
Nederlands
Je legt klaar:
PO Recensie/ Betoog Schrijven.
Slide 3 - Tekstslide
Periode 2
Week 11: Schrijfplan + inleiding goedkeuring
Toets PO schrijven recensie/betoog a.d.h.v. schrijfplan!
Slide 4 - Tekstslide
Huiswerk woe. 5 maart
Stappenplan recensie/betoog is af deze les!
Schrijf het schrijfplan.
Start met inleiding en informatieve alinea.
Slide 5 - Tekstslide
Lesplanning
1. PO Recensie of Betoog.
2. Invullen Stappenplan/inlezen in de bronnen
3. Aan de slag: - Vul het schrijfplan in!
Slide 6 - Tekstslide
Aandacht trekken en het onderwerp introduceren.
Trek allereerst de aandacht van de lezer. Dit kun je doen door informatie te geven over het onderwerp of door een kort verhaaltje (anekdote) te vertellen.
Kondig vervolgens aan wat je gaat beoordelen/wat je standpunt is.
De inleiding
Slide 7 - Tekstslide
Het middenstuk
Geef in de eerste alinea kort de inhoud van het product weer, maar vertel niet te veel.
Bespreek in elke volgende alinea van het middenstuk een aspect. Geef met een beoordelingswoord je mening over dat aspect, noem je argumenten en licht die toe, het liefst met (een) voorbeeld(en).
Gebruik signaalwoorden voor bijvoorbeeld een opsomming, een tegenstelling, een mening, een argument of een voorbeeld.
Benoem de argumenten of geef je mening over de aspecten (met v oorbeelden) te benoemen.
Slide 8 - Tekstslide
Geef je eindbeoordeling (conclusie) en eventueel een aanbeveling/herhaal je standpunt en een belangrijk argument.
Gebruik een signaalwoord voor een conclusie.
Bedenk als laatste een titel. Kies bijvoorbeeld een quote die geschikt is als titel van je recensie, en noteer die boven de tekst.
Het slot
is het laatste stuk van de tekst
Slide 9 - Tekstslide
Onderwerpen/stellingen
Dieren mogen niet opgesloten leven, dierentuinen moeten sluiten.
Sociale media heeft een slechte invloed op je jeugd schadelijk.
Het openbaar vervoer moet gratis zijn.
Invoeren van de doodstraf.
Alcohol leeftijdsgrens.
Alle kinderen moeten aan teamsport doen.
Dierproeven moeten worden afgeschaft.
Er moet een landelijk vuurwerkverbod komen.
Slide 10 - Tekstslide
Onderwerpen/stellingen
Orgaandonatie moet verplicht worden.
Invoeren van verplicht schooluniform.
Er moet een verbod komen op roken.
De overheid moet niet bezuinigen op het onderwijs/de zorg)
Kindermishandeling moet stoppen, ouders moeten zwaardere straffen krijgen.
Sporten bij een sportclub moet betaald worden door de overheid.
Invoeren van een sociale dienstplicht.
Slide 11 - Tekstslide
Onderwerpen/stellingen
Rokers moeten zelf de zorgkosten betalen, kunnen zich niet verzekeren.
Voetballers verdienen teveel geld.
School/overheid moet meer doen om overgewicht te voorkomen.
Robotisering is goed voor de arbeidsmarkt.
We moeten zuiniger met voedsel omgaan.
Robots gaan de meeste banen overnemen.
Kunstmatige Intelligentie(AI) is gevaarlijk voor de toekomst van de mens.
Gamers zijn net zo sportief als voetballers.
Energie- en frisdranken moeten verboden worden voor jongeren < de 16 jaar.
Slide 12 - Tekstslide
Schrijfplan
Onderwerp en tekstdoel (=overtuigen)
Inleiding: 1e alinea leuke anekdote, pakkende inleiding.
Middenstuk: 1e alinea: informatie over het onderwerp in volgende elke alinea bespreek je een deelonderwerp/argument (uitleg en voorbeelden)
Slot: standpunt herhalen en een belangrijk argument
Slide 13 - Tekstslide
Huiswerk woe. 12 maart
Neem je leesboek mee naar de les!
Schrijfplan recensie/betoog is af deze les!
In de les schrijf je de inleiding en 1e alinea van het middenstuk.
Zorgen ervoor dat woorden, zinnen en alinea's met elkaar samenhangen.
Slide 20 - Tekstslide
SIGNAALWOORDEN
Aan een signaalwoordzie je met welk tekstverbandje te maken hebt.
Opsomming
Toelichting
Concluderend
Samenvattend
Slide 21 - Tekstslide
Log in bij de les
Tekstverbanden
(oefenen)
Slide 22 - Tekstslide
Zij moet eerst haar zere oor aan de dokter laten zien, daarna mag ze een pijnstiller innemen.
A
chronologisch (tijdaangevend)
B
opsommend
C
tegenstellend
Slide 23 - Quizvraag
De jongens in mijn klas leggen de lat niet al te hoog. Neem bijvoorbeeld Lex. Hij gaat altijd voor een 5,5.
A
toelichting/uitleg
B
reden
C
voorwaarde
Slide 24 - Quizvraag
Omdat het klimaat snel verandert, gaat het waterschap de dijken in een hoog tempo ophogen.
A
toelichting
B
reden
C
voorwaarde
D
oorzakelijk
Slide 25 - Quizvraag
Zet de signaalwoorden bij het juiste tekstverband.
Toelichtend
Opsommend
Bijvoorbeeld
Zoals
Verder
Ook
Slide 26 - Sleepvraag
Wat is een betoog?
Een betoog is een artikel waarin je anderen proberen te overtuigen van je mening over een bepaald onderwerp.
Om overtuigend over te komen, maak je gebruik van argumenten, feiten en meningen.
Slide 27 - Tekstslide
Een recensie is een beoordeling van een product, bijvoorbeeld een boek, verhaal, game, film of voorstelling, met als doel een ander te overtuigenof te activeren.
Recensies vind je in kranten, in tijdschriften en op websites.
Wat is een recensie?
Slide 28 - Tekstslide
De schrijver vertelt eerst kort iets over de inhoud. Daarna volgt zijn standpunt/beoordeling.
In de recensie/betoog komen verschillende aspecten/argumenten aan de orde. Zo kun je bij een recensie van een schilderij iets zeggen over het kleurgebruik, de vormgeving, de stijl of de bedoeling van de maker.
Bij een betoog onderbouw je de argumenten met feiten, voorbeelden of je geeft extra uitleg.
Een recensie en betoog
Slide 29 - Tekstslide
Tekststructuur van een betoog
De tekststructuur van een betoog is altijd:
Inleiding
Kern
Slot
Slide 30 - Tekstslide
Functies inleiding
een leuke binnenkomer
onderwerp noemen
aanleiding noemen
vraag stellen
mening geven
samenvatting geven
Slide 31 - Tekstslide
Functies van een kern
in elke alinea in het middenstuk vermeld je een argument die de stelling verdedigen.
geef feiten weer die je argument versterken.
geef toelichtingen en voorbeelden
Slide 32 - Tekstslide
Functies slot
herhaal je standpunt en een belangrijk argument
conclusie of samenvatting geven
advies of waarschuwing geven
een pakkende uitsmijter
Slide 33 - Tekstslide
Hoe gaan je te werk?
* Je zoekt een onderwerp uit waar je je betoog over wil schrijven.
* Als je een onderwerp weet, zoek je naar minstens vijf artikelen die te maken hebben met dit onderwerp. Deze bewaar je in een mapje.
* Je leest alle artikelen zorgvuldig door en onderstreept de moeilijke woorden en zoekt daarvan de betekenis op (woordraadstrategieën).
* Je onderstreept argumenten en feiten die je eventueel kunt gebruiken in je betoog.
Slide 34 - Tekstslide
Bouwplan
Om het betoog goed op te bouwen is het verstandig om een bouwplan te maken. Hierin beschrijf je in het kort wat je wilt gaan schrijven in het betoog.
Slide 35 - Tekstslide
Eigen mening
Je bedenkt een eigen mening bij het onderwerp van het betoog.
Slide 36 - Tekstslide
Drie argumenten
Bij het onderwerp zoeken je drie argumenten. Deze haal je uit de artikelen. Elk argument is een alinea in het betoog.
Bij het schrijven van de kern is het belangrijk om te letten op de juiste verbindingswoorden. Zet die alvast in het bouwplan.
Slide 37 - Tekstslide
Steekwoorden
Per alinea schrijf je steekwoorden op die je kunt gebruiken bij het schrijven van je betoog. De steekwoorden kun je uit de artikelen halen of bedenk de woorden zelf.
Slide 38 - Tekstslide
Slot
Bedenk aan de hand van je argumenten en steekwoorden een conclusie.
Herhaal de argumenten in de slotalinea. In het slot zorgen je ook voor een leuke uitsmijter.
Slide 39 - Tekstslide
Tekst schrijven
Voeg de tekst samen en controleer de tekst op de eisen van het betoog.
Slide 40 - Tekstslide
Uitleg
Geef uitleg en voorbeelden bij de door jou genoemde argumenten.
Slide 41 - Tekstslide
Eventuele onderwerpen:
1) De Ideale school
2) Klimaat
3) Olympische Spelen
4) De oorlog in Oekraïne
5) Elektrische auto’s
6) Politiek in Nederland/Wereldpolitiek
7) Plastic soep
8) Uitstervende diersoorten
9) Duurzaamheid: hoe leef je zo duurzaam mogelijk?
10) Gezonde leefstijl? Hoe?
11) Thema naar eigen keuze.
Slide 42 - Tekstslide
Eisen:
Bekijk het beoordelingsformulier in Teams en check of je betoog voldoet aan de eisen.
Lees de opdracht in Teams nog eens zorgvuldig door en bekijk of je betoog voldoet aan die eisen voor taalverzorging - grammatica - tekststructuur - spelling.
Slide 43 - Tekstslide
Aandacht trekken en het onderwerp introduceren.
Trek allereerst de aandacht van de lezer. Dit kun je doen door informatie te geven over de schrijver of door een kort verhaaltje (anekdote) te vertellen.
Kondig vervolgens aan wat je gaat beoordelen.
De inleiding
Slide 44 - Tekstslide
Het middenstuk
Geef in de eerste alinea kort de inhoud van het product weer, maar vertel niet te veel.
Bespreek in elke volgende alinea van het middenstuk een aspect. Geef met een beoordelingswoord je mening over dat aspect, noem je argumenten en licht die toe, het liefst met (een) voorbeeld(en).
Gebruik signaalwoorden voor bijvoorbeeld een opsomming, een tegenstelling, een mening, een argument of een voorbeeld.
Geef de inhoud van jouw boek weer en geef je mening over het boek door aspecten (met voorbeelden) te benoemen.
Slide 45 - Tekstslide
Geef je eindbeoordeling (conclusie) en eventueel een aanbeveling.
Gebruik een signaalwoord voor een conclusie.
Bedenk als laatste een titel. Kies bijvoorbeeld een quote die geschikt is als titel van je recensie, en noteer die boven de tekst.
Het slot
is het laatste stuk van de tekst
Slide 46 - Tekstslide
Inleveren
Betoog: getypt in Arial 12 pt.
Uitgewerkt bouwplan (volgens de regels).
Artikelenmap met vijf artikelen.
Alles in een mapje: met namen en klas!
Slide 47 - Tekstslide
Theorie voor deze opdracht:
• Taalverzorging: H. 12, 13, 28, 42
• Schrijfvaardigheid: H. 9, 10, 11, 24, 25, 26, 41