In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 25 min
Onderdelen in deze les
Beeldspraak
- vergelijking
- metafoor
- personificatie
Slide 1 - Tekstslide
Beeldspraak
Beeldspraak is figuurlijk taalgebruik. Je bedoelt niet letterlijk wat je zegt, maar gebruikt beelden om iets sterker uit te drukken. In deze LessonUp komen drie vormen van beeldspraak voorbij: de vergelijking, de metafoor en de personificatie.
Slide 2 - Tekstslide
De vergelijking
Bij een vergelijking gebruik je eenbeeldom
eigenschappen van iets of iemand (het object)
te benadrukken.
Hoe groot een hond (object)is, bijvoorbeeld,
kun je aangeven door hem te vergelijken
met een kalf (beeld).
Slide 3 - Tekstslide
"De jongen die een tien had gehaald was zo trots als een pauw." Wat is hier het object?
A
De jongen
B
een pauw
Slide 4 - Quizvraag
"Het 'neuzen' van eskimo's is al zo oud als de weg naar Rome." Wat is hier het beeld?
A
Het 'neuzen' van eskimo's
B
de weg naar Rome
Slide 5 - Quizvraag
De metafoor
De metafoor is uiteraard ook een vorm van beeldspraak.
Hij lijkt ook een beetje op de vergelijking, maar het object ontbreekt hierbij: alleen het beeld wordt genoemd. Spreekwoorden en veel vaste uitdrukkingen zijn metaforen. Denk bijvoorbeeld aan:
'De appel valt nooit ver van de boom.'
Slide 6 - Tekstslide
Welke zin bevat een metafoor?
A
Jouw ogen zijn als sterren.
B
Wat een boom van een kerel.
C
Als het kalf verdronken is, dempt men de put.
D
Dat meisje lijkt wel een prinses, zo elegant!
Slide 7 - Quizvraag
"Wie de schoen past, trekke hem aan." Is dit een metafoor of een vergelijking?
A
metafoor
B
vergelijking
Slide 8 - Quizvraag
"Dat oude dametje is zo mager als een lat." Is dit een metafoor of een vergelijking?
A
metafoor
B
vergelijking
Slide 9 - Quizvraag
Personificatie
De personificatie is een bijzondere vorm van beeldspraak. Hierbij doen we net alsof levenloze dingen iets kunnen wat mensen kunnen. Denk bijvoorbeeld aan tijd die voorbij kruipt, of aan wind die huilt. Kruipen en huilen zijn dingen die mensen wél kunnen, maar dingen niet.
Slide 10 - Tekstslide
"Wolken en zon spelen haasje over." Is dit een personificatie?
A
ja
B
nee
Slide 11 - Quizvraag
"Het papier is geduldig." Is dit een personificatie?
A
ja
B
nee
Slide 12 - Quizvraag
"De leerlingen uit havo 2 gebruiken bij tekenen altijd sprekende kleuren!" Waarom is dit een personificatie?
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.