2 a Het persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord verwijzen allebei naar personen, dieren of dingen.
b Het persoonlijk voornaamwoord komt altijd zelfstandig voor, terwijl het bezittelijk. voornaamwoord vaak bij een zelfstandig naamwoord staat.
b Als haar een bezittelijk voornaamwoord was geweest, had er geen lidwoord achter gestaan. haar
is dus een persoonlijk voornaamwoord.