Thema 4 BS4: Transplantatie & bloedtransfusie

Thema 4: 
Afweer
BS4: Transplantatie & bloedtransfusie
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Thema 4: 
Afweer
BS4: Transplantatie & bloedtransfusie

Slide 1 - Tekstslide

T-cellen behoren tot...
A
... het specifieke immuunsysteem
B
... het aspecifieke immuunsysteem

Slide 2 - Quizvraag

Welke geheugencellen heb je vanaf de geboorte?
A
B-geheugencellen tegen A antigeen
B
B-geheugencellen tegen resus antigeen
C
T-geheugencellen tegen A antigeen
D
T-geheugencellen tegen resus antigeen

Slide 3 - Quizvraag

Waaraan kunnen de receptoren op B- en T-cellen binden?
A
Antigenen
B
Antistoffen
C
Plasmacellen
D
Lichaamscellen

Slide 4 - Quizvraag

Waarvan heb je geheugencellen na een infectie?
A
B cellen
B
B cellen en T cellen
C
T cellen
D
macrofagen

Slide 5 - Quizvraag

Waaraan herkennen T-cellen of een cel geïnfecteerd is?
A
Antistoffen
B
Antigenen
C
Plasmacellen
D
Cytokines

Slide 6 - Quizvraag

Worden bij het tot stand komen van actieve immunisatie tegen een bepaalde ziekteverwekker geheugencellen gevormd? En bij passieve immunisatie?
A
bij geen van beide
B
alleen bij actieve immunisatie
C
alleen bij passieve immunisatie
D
bij beide

Slide 7 - Quizvraag

Wat doen de B-cellen?
A
Ze doden de geïnfecteerde cellen
B
Ze doden de ziekteverwekkers
C
Ze ruimen de dode cellen op
D
Ze maken antistoffen

Slide 8 - Quizvraag

Waar of niet waar?
T-cellen kunnen cellen afbreken.
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

De B cellen horen bij de....
A
specifieke afweer
B
aspecifieke afweer

Slide 10 - Quizvraag

T-cellen ontstaan in .... /
T-cellen ontwikkelen zich in .....
A
beenmerg/beenmerg
B
beenmerg/thymus
C
milt/lymfeknopen
D
milt

Slide 11 - Quizvraag

Leerdoelen
  1. Je kunt beargumenteren welke problemen kunnen ontstaan door antigenen bij transplantaties en bloedtransfusies en op welke wijze deze kunnen worden aangepakt.

Slide 12 - Tekstslide

Transplantatie
Een transplantatie is het vervangen van een aangetast weefsel of orgaan.

Acceptor: ontvanger
Donor: leveraar

Afstoting: lichaam zit de MHC-1 als lichaamsvreemd

Slide 13 - Tekstslide

Afstoting
Bij een orgaan of weefsel dat afkomstig is van een donor kan een afstotingsreactie optreden.

MHC I-eiwitten op donororgaan worden gezien als lichaamsvreemde antigenen en bestreden door het immuunsysteem 

Slide 14 - Tekstslide

Human Leukocyte Antigen
HLA-eiwitten zijn in wezen de menselijke versie van de MHC-eiwitten. Het HLA-systeem omvat de MHC-I-eiwitten en andere componenten die uniek zijn voor het immuunsysteem van mensen.

HLA-matching is belangrijk bij transplantaties om afstoting te voorkomen.

Het HLA-systeem is erfelijk, dus is onderling meer gelijk binnen de familie


Slide 15 - Tekstslide

Acute afstoting
Acute afstoting is de directe afstoting van een donororgaan of weefsel door de vorming van antistoffen of de reactie van T-cellen.

Slide 16 - Tekstslide

Donorregister
Met de donorverklaring geef je wel of geen toestemming

Iedereen in Nederland vanaf 18 jaar die ingeschreven is in een Nederlandse gemeente staat in het Donorregister.


Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Bloedgroepen
Op rode bloedcellen zitten antigenen. Het indelen in bloedgroepen gaat via het AB0-systeem.

Slide 19 - Tekstslide

Resusfactor
Resusantigenen
  • Rh+ als je het resusantigeen 
     hebt op je bloedcellen.
  • Rh- als je geen resusantigeen
     hebt op je bloedcellen.

Slide 20 - Tekstslide

Bloedgroepen 
genotypes en fenotypes
Twee co-dominante allelen,
Een recessief allel

IAIA    Bloedgroep A
IAi       Boedgroep A
IBIB    Bloedgroep B
IBi       Bloedgroep B
IAIB    Bloedgroep AB
ii          Bloedgroep 0 (nul)

Slide 21 - Tekstslide

Bloedgroep bepalen
P: stolling met Anti-A
  • P heeft dus bloedgroep A
Q: stolling met Anti-B
  • Q heeft bloed groep B
R: stolling met anti-A en anti-B
  • R heeft bloedgroep AB
S: geen stolling met anti-A of anti-B
  • S heeft bloedgroep 0

Slide 22 - Tekstslide

Resusbaby
  • Als de moeder is resusnegatief is en in verwachting is van een resuspositief kind dan komt de resusfactor van de vader. 
  • Bij deze zwangerschap levert dat geen problemen op
  • Bij bevalling: contact tussen bloed moeder en kind -> moeder maakt anti-resus en geheugencellen 
  • Bij tweede zwangerschap: anti-resus door placenta naar foetus -> bloedafbraak bij het kindje

Slide 23 - Tekstslide

A-
A+
B+
B-
AB+
AB-
0+
0-
A-
A+
B+
B-
AB+
AB-
0+
0-
bloedgroep Acceptor
bloedgroep Donor
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie geslaagd!
Gelijke bloedgroep
Resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie niet mogelijk!
aanwezigheid van anti-A in acceptorbloed

Transfusie niet mogelijk!
aanwezigheid van anti-A in acceptorbloed
Transfusie geslaagd!
AB universele acceptor
Resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie geslaagd!
AB universele acceptor
gelijke resusfactor
Transfusie niet mogelijk!
aanwezigheid anti-A in acceptorbloed
Transfusie niet mogelijk!
Aanwezigheid van anti-A in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie ongewenst!
aanwezigheid anti-B in donorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-B in donorbloed
Transfusie geslaagd!
AB universele acceptor
gelijke resusfactor
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
aanwezigheid anti-A in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-A in acceptorbloed
resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
AB universele acceptor
gelijke resusfactor
Transfusie ongewenst!
resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed

Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie geslaagd!
AB universele acceptor
Resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie geslaagd!
AB universele acceptor
gelijke resusfactor
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anati-B in acceptorbloed
resus- kan niet ontvangen van resus+

Tranfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-A in acceptorbloed

Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-A in acceptorbloed
resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-A en anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid anti-A en anti-B in acceptorbloed
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Tranfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-B in acceptorbloed

Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-A in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-A in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-A en anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Aanwezigheid van anti-A en anti-B in acceptorbloed
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
O universele donor
gelijke resusfactor
Transfusie geslaagd!
O universele donor
gelijke resusfactor
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
O universele donor (AB universele acceptor)
Gelijke resusfactor
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Transfusie ongewenst!
Resus- kan niet ontvangen van resus+
Transfusie geslaagd!
O universele donor
gelijke resusfactor
Transfusie geslaagd!
O universele donor
resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie geslaagd!
O universele donor
Resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie geslaagd!
O universele donor
gelijke resusfactor
Transfusie geslaagd!
O universele donor (AB universele acceptor)
resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie geslaagd!
O universele donor (AB universele acceptor)
gelijke resusfactor
Transfusie geslaagd!
Gelijke bloedgroep
resus+ kan ontvangen van resus-
Transfusie geslaagd!
Dezelfde bloedgroep
Dezelfde resusfactor
Stappenplan
1. check of de bloedgroepen matchen*. Ja? ga door naar 2. 
2. check of de resusfactor matcht. Ja? Dan is het een match!
*let hierbij op de antistoffen in het acceptorbloed. Je mag ervan uit gaan dat het donorbloed geen antistoffen meer bevat.

Slide 24 - Tekstslide

Hemolyse
Bij het contact tussen antigeen en antistof ontstaat een bloedprop.

Bij hemolyse, de afbraak van rode bloedcellen komt vervolgens hemoglobine vrij in het bloedplasma.

Door enkel rode bloedcellen toe te dienen wordt de kans op een afweerreactie kleiner.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

vragen
VRAGEN 

Slide 29 - Tekstslide

Bloedgroep patiënt A

Slide 30 - Sleepvraag

Bloedgroep patiënt B

Slide 31 - Sleepvraag

Bloedgroep patiënt AB

Slide 32 - Sleepvraag

Bloedgroep patiënt 0

Slide 33 - Sleepvraag

Aan welke bloedgroep kan 0 geven?
A
A
B
B
C
AB
D
Alle bloedgroepen

Slide 34 - Quizvraag

Iemand heeft bloedgroep AB.
Deze persoon kan donor zijn voor mensen met de bloedgroep...
A
A
B
B
C
AB
D
0

Slide 35 - Quizvraag

Aan de slag
Maken
opdracht 31 t/m 38

Slide 36 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Je kunt beargumenteren welke problemen kunnen ontstaan door antigenen bij transplantaties en bloedtransfusies en op welke wijze deze kunnen worden aangepakt.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Heb je de leerdoelen onder de knie?
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll

Waren er lastige onderdelen?
Of heb je nog vragen over bepaalde onderdelen?

Slide 40 - Open vraag