1.3 lezen 1bk

1.3 Lezen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1.3 Lezen

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Stillezen
  • Lesdoelen
  • Uitleg over de lesstof
  • Aan de slag!

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Aan het eind van de les kun je een titel en tussenkopje herkennen
  • Aan het eind van de les kun je het onderwerp van een tekst benoemen
  • Aan het einde van de les kan je uitleggen wat een alinea is en kun je deze herkennen in een tekst

Slide 3 - Tekstslide

Wat vond jij van begrijpend lezen op de basisschool?

Slide 4 - Woordweb

Waarom is begrijpend lezen belangrijk, denk je?

Slide 5 - Woordweb

Je hebt begrijpend lezen overal nodig: op school, thuis als je een krant leest en later in je beroep. 

Je hebt begrijpend lezen ook bij veel andere schoolvakken nodig.

Slide 6 - Tekstslide

Waar staat de titel van een tekst?

Slide 7 - Woordweb

Titel en tussenkopjes
Bijna elke tekst heeft een titel. Meestal noemt de titel het onderwerp óf hij geeft een aanwijzing over het onderwerp. Een titel in een (online) krant noem je ook wel kop of krantenkop.

 Soms staan er in de tekst ook tussenkopjes (of kopjes). Tussenkopjes vertellen je waarover het tekstgedeelte eronder gaat. Zo kun je gemakkelijk deelonderwerpen vinden in een tekst.
Deze staan boven tekstgedeeltes.

Slide 8 - Tekstslide

We gaan naar een tekst kijken
Pak blz. 19 voor je van je boek. 

Slide 9 - Tekstslide

Wat is de titel in deze tekst?

Slide 10 - Open vraag

Hoeveel tussenkopjes telt de tekst?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Onderwerp
= waar de tekst over gaat.
Het onderwerp van een tekst vind je zo:
• Lees de titel en de eerste alinea van de tekst.
• Kijk naar woorden die vet- of schuingedrukt zijn.
• Bekijk de plaatjes en de tekst onder de plaatjes.
• Stel jezelf de vraag: waarover gaat deze tekst?

Het onderwerp schrijf je altijd in één woord of in een paar woorden op.
Bijvoorbeeld: vmbo-leerlingen presteren goed.

Slide 13 - Tekstslide

Alinea
= een tekstblokje van twee of meer zinnen die bij elkaar horen. 

Zo kun je een alinea herkennen:
- Een alinea begint altijd op een nieuwe regel.
- Soms staat er een witregel tussen twee alinea's.
- Soms begint de eerste regel van een nieuwe alinea met een stukje wit. Dat noem je inspringen.
- De laatste zin van een alinea loopt meestal niet door tot het einde van de regel.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Aan de slag
H1.3 Lezen
Maken:
Opdracht 1 t/m 7 





timer
10:00
Je mag fluisterend  overleggen met je buurman/buurvrouw

Slide 16 - Tekstslide