In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
3.5 De hersenen
Slide 1 - Tekstslide
Herhaling 3.4 - Proeven en ruiken
Slide 2 - Tekstslide
Waar is je reukzintuig een onderdeel van?
A
Neusslijmvlies
B
Neusholte
C
Mondholte
D
Tong
Slide 3 - Quizvraag
Wat is de goede volgorde?
A
Geurstoffen - reukzintuig - hersenen - reukzenuw
B
Geurstoffen - reukzenuw - reukzintuig - hersenen
C
Geurstoffen - reukzintuig - reukzenuw - hersenen
Slide 4 - Quizvraag
Hoe worden de smaakzintuigen op de tong ook wel genoemd?
A
Smaakpupillen
B
Smaakpippen
C
Smaakpapillen
D
Smaakpipillen
Slide 5 - Quizvraag
Hoe komt het dat je verschillende geuren kan ruiken?
Slide 6 - Open vraag
Geuren onderscheiden
Je neus bestaat uit verschillende typen zintuigcellen om geuren waar te nemen.
Aan de onderkant van een reukzintuigcel zit een receptor, een speciale vorm waar een geurstof aan vast kan hechten (net als een sleutel voor een slot).
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Proeven en ruiken
Smaakzintuigen liggen in groeven in de tong.
5 smaken:
Zout
Zuur
Bitter
Zoet
Umami
Slide 9 - Tekstslide
Hoeveel smaakzintuigen heb je op je tong?
A
2
B
5
C
4
D
8
Slide 10 - Quizvraag
3.5 Hersenen
Slide 11 - Tekstslide
Hoe zitten je hersenen in elkaar?
Hersenen bestaan uit:
- Grote hersenen
- Kleine hersenen
- Hersenstam
Slide 12 - Tekstslide
Grote hersenen
Ruggenmerg
Hersenstam
Kleine hersenen
Slide 13 - Sleepvraag
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Deel van de hersenen dat gaat over bewuste waarneming en beweging, onthouden en nadenken.
Bestaan uit grote en kleine hersenen en de hersenstam.
Deel van de hersenen dat bewegingen coördineert.
Deel van de hersenen dat de grote en kleine hersenen met het ruggenmerg verbindt.