P4H7LJ3

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Heb je al eens eerste hulp moeten bieden? Hoe was dat? Als je dat nog niet hebt gedaan, denk je dat je het zou kunnen?

Slide 2 - Open vraag

Wat is een slachtoffer?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Welke professionele hulpverlening heb je nodig bij een ernstig auto-ongeluk?

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

Wat kan er gebeuren als je een slachtoffer verplaatst?

Slide 8 - Open vraag

Wat is de Rautekgreep?

Slide 9 - Woordweb

Waarmee kun je het slachtoffer beschermen tegen zon, regen...?

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Tekstslide

Wat betekent het als iemand bewusteloos is?

Slide 12 - Woordweb

Hoe controleer je of iemand bewusteloos is?

Slide 13 - Woordweb

Waarom is het gevaarlijk als iemand bewusteloos is?

Slide 14 - Woordweb

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Waarom moet de centralist weten waar het slachtoffer is?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Video

Zou jij een EHBO cursus willen doen? waarom wel/ niet?

Slide 19 - Open vraag

Maak
opdracht 7.09 op bldz 256-258 in je boek. 

Slide 20 - Tekstslide

Welk nummer bel je als iemand in gevaar is?

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Tekstslide

Wat is EHBO?
A
Iemand die voor zijn beroep actief is in de hulpverlening.
B
Eerste hulp bij onhandigheidjes
C
Eerste Hulp Bij Ongelukken
D
Gevaar voor het instorten/ in elkaar vallen van bijvoorbeeld gebouwen of bruggen.

Slide 23 - Quizvraag

Wat is een professionele hulpverlener?
A
Iemand die voor zijn beroep actief is in de hulpverlening.
B
ongeluk
C
Eerste Hulp Bij Ongelukken
D
Gevaar voor het instorten/ in elkaar vallen van bijvoorbeeld gebouwen of bruggen.

Slide 24 - Quizvraag

Wat is een ongeval?
A
Iemand die voor zijn beroep actief is in de hulpverlening.
B
ongeluk
C
Eerste Hulp Bij Ongelukken
D
Gevaar voor het instorten/ in elkaar vallen van bijvoorbeeld gebouwen of bruggen.

Slide 25 - Quizvraag

Wat is een instortingsgevaar?
A
Iemand die voor zijn beroep actief is in de hulpverlening.
B
ongeluk
C
Eerste Hulp Bij Ongelukken
D
Gevaar voor het instorten/ in elkaar vallen van bijvoorbeeld gebouwen of bruggen.

Slide 26 - Quizvraag

Wat is een alarmnummer?
A
Wanneer een persoon buiten bewustzijn is reageert het slachtoffer niet op aanspreken of aanraken.
B
Toename van de lichaamstemperatuur boven de norm.
C
Verlaging van de lichaamstemperatuur onder de norm.
D
Telefoonnummer dat je in geval van nood kunt bellen.

Slide 27 - Quizvraag

Wat is buiten bewustzijn?
A
Wanneer een persoon buiten bewustzijn is reageert het slachtoffer niet op aanspreken of aanraken.
B
Toename van de lichaamstemperatuur boven de norm.
C
Verlaging van de lichaamstemperatuur onder de norm.
D
Telefoonnummer dat je in geval van nood kunt bellen.

Slide 28 - Quizvraag

Wat is oververhitting?
A
Wanneer een persoon buiten bewustzijn is reageert het slachtoffer niet op aanspreken of aanraken.
B
Toename van de lichaamstemperatuur boven de norm.
C
Verlaging van de lichaamstemperatuur onder de norm.
D
Telefoonnummer dat je in geval van nood kunt bellen.

Slide 29 - Quizvraag

Wat is onderkoeling?
A
Wanneer een persoon buiten bewustzijn is reageert het slachtoffer niet op aanspreken of aanraken.
B
Toename van de lichaamstemperatuur boven de norm.
C
Verlaging van de lichaamstemperatuur onder de norm.
D
Telefoonnummer dat je in geval van nood kunt bellen.

Slide 30 - Quizvraag

Wat een centralist?
A
Iemand die voor zijn beroep actief is in de hulpverlening.
B
Telefoonnummer dat je in geval van nood kunt bellen
C
Persoon die de apparatuur in de alarmcentrale bedient.
D
Telefoonnummer dat je in geval van nood kunt bellen.

Slide 31 - Quizvraag

Wat de Rautekgreep?
A
Het verplaatsen van het slachtoffer naar een veilige plaats door middel van een noodvervoerdersgreep
B
Wanneer een persoon buiten bewustzijn is reageert het slachtoffer niet op aanspreken of aanraken.

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide