In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Temperatuur
Slide 1 - Tekstslide
H 6. Het weer. 6.1 Temperatuur
Slide 2 - Tekstslide
Lesdoelen:
Je leert hoe de temperatuurverschillen in verschillende seizoenen ontstaan
Je leert hoe je temperatuur kunt meten
Je leert de functies en kenmerken van verschillende temperatuurmeters.
Slide 3 - Tekstslide
seizoenen
Het komt door de hoeveelheid warmte van de zon die op de aarde valt of het winter of zomer is. In de zomer is het door de stand van de aarde langer licht dus de zon kan de aarde langer verwarmen. In de winter is de nacht langer dus dan kan de aarde meer afkoelen.
Als tweede reden is het omdat in de zomer de zon veel hoger aan de hemel staat en maar 1 m2 verwarmt terwijl hij in de winter de warmte verspreid over 4 m2.
Anders gezegd in de winter krijgt 1 m2 maar een kwart van de zonnewarmte dan in de zomer.
Slide 4 - Tekstslide
weersverwachting
gegevens om een weerbericht op te stellen komen uit verschillende landen. de meeste metingen aan het weer gebeuren automatisch in een weerstation.
weerstation is een kastje met verschillende meetinstrumenten voor metingen aan het weer.
de eerste waar we het vandaag over hebben is de temperatuur.
Slide 5 - Tekstslide
maximum en minimum temperatuur
voor temperatuurmeting is de maximumtemperatuur belangrijk dit is de hoogste temperatuur op de dag, dit is laat in de middag.
en de minimumtemperatuur is de laagste temperatuur op die dag, dit is meteen na zonsopkomst
Slide 6 - Tekstslide
Soorten termometers
* vloeistof thermometer
* bimetaal thermometer
*digitale thermometer
Slide 7 - Tekstslide
De vloeistofthermometer
Slide 8 - Tekstslide
Hoe meet je de temperatuur?
Vloeistofthermometer --> Alcohol + Kleurstof
Vloeistof vanuit het reservoir
gaat uitzetten in de stijgbuis.
Je kiest een thermometer met een
geschikt meetbereik.
Slide 9 - Tekstslide
De vloeistofthermometer ijken
Slide 10 - Tekstslide
Bimetaal thermometer
Slide 11 - Tekstslide
Digitale thermometer
maakt gebruik van NTC-weerstand = temperatuursensor
NTC laat meer stroom door bij hogere temperatuur
hoeveelheid doorgelaten stroom wordt vertaald naar bepaalde temperatuur
waarde wordt in cijfers op scherm weergegeven
bij het gebruik van een temperatuur sensor moet de computer dit signaal wel omzetten naar de juiste waarde. hiervoor moet hij geijkt worden, ijken is het juist instellen van het meetinstrument,
Slide 12 - Tekstslide
Infrarood-thermometer
- Maakt gebruik van warmte straling.
- Warmer voorwerp geeft meer warmte af.
- Oorthermometer meet temperatuur op deze manier.
Slide 13 - Tekstslide
nog vragen???
Je kunt nu:
*aangeven wat de oorzaak is van temperatuurverschillen in de seizoenen
* de temperatuur aflezen bij verschillende thermometers
* de begrippen minimum en maximum temperatuur gebruiken
Slide 14 - Tekstslide
seizoenen:
in de zomer is het langer licht en kan de zon de aarde langer verwarmen
door de stand van de aarde tov de zon.
thermometers:
vloeistof thermometer
digitale thermometer
bimetaal thermometer
Slide 15 - Tekstslide
huiswerk 6.1
opdracht 1, 4, 5, 7, 12, 15, 16, 17, 18, 21, 22
Slide 16 - Tekstslide
Wat gebeurt er als je water gaat verwarmen?
A
Temperatuur daalt
B
Temperatuur blijft hetzelfde
C
Temperatuur stijgt
D
Temperatuur heeft niets met verwarmen te maken
Slide 17 - Quizvraag
in de zomer is het meer dan 2 keer zo lang licht als in de winter. in de winter verwarmt een even grote bundel zonlicht 4x zoveel oppervlak dan in de zomer. wat is de juiste uitspraak over de instraling van de warmte door de zon?
A
in de zomer is de dagelijkse zonnewarmte per m2- ongeveer 2 x zo groot als in de winter
B
in de zomer is de dagelijkse zonnewarmte per m2 ongeveer 4 x zo groot als in de winter
C
in de zomer is de dagelijkse zonnewarmte per m2 ongeveer 6 x zo groot als in de winter
D
in de zomer is de dagelijkse zonnewarmte per m2 8 x zo groot als in de winter.
Slide 18 - Quizvraag
Als de zon hoger staat dan is de zonnewarmte per m2 kleiner
A
juist
B
onjuist
Slide 19 - Quizvraag
De hogere zomertemperatuur komt door meer zonnewarmte per oppervlak