1.3 Economische globalisering: gevolgen

Havo 5 paragraaf 1.3 Economische globalisering: gevolgen
1.3 Economische globalisering: gevolgen
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Havo 5 paragraaf 1.3 Economische globalisering: gevolgen
1.3 Economische globalisering: gevolgen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen 1.3 gevolgen
1. Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je verklaren waarom het merendeel van de handels-, geld- en informatiestromen verloopt tussen de drie mondiale centrumgebieden en kun je uitleggen dat dit aan het veranderen is.
2. Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je de ruimtelijke gevolgen van economische globalisering voor gebieden en mensen noemen.
3. Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je uitleggen dat de manier waarop globalisering vorm krijgt in een land samenhangt met de positie van dat land in de economische wereldorde.
4. Als je deze paragraaf hebt bestudeerd, kun je verklaren waarom economische globalisering vaak tot regionale en sociale ongelijkheid leidt.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Door welke ontdekking in het Midden-Oosten veranderde de verhoudingen met het westen?

Slide 4 - Open vraag

Waarom kwam de Iraanse bevolking eind jaren 70 in opstand?

Slide 5 - Open vraag

Lees het 'subkopje' van paragraaf 1.3 met de titel:
 De mondiale centra bedreigd?

Slide 6 - Tekstslide

Bekijk bron 13 op pagina 20.
Geef de namen van de drie economische kerngebieden.

Slide 7 - Open vraag

Bekijk bron 13 op pagina 20.
In Europa is het aandeel van de export binnen de eigen regio veel groter dan in andere gebieden. Leg uit hoe dat komt. Je uitleg bevat een oorzaak-gevolgrelatie. (begin met oorzaak, benoem dan het gevolg)

Slide 8 - Open vraag

Waarom staat het mondiale netwerk van de drie kerngebieden (triade)onder druk?

Slide 9 - Open vraag

Wat is global shift?
A
Wereldwijde verbinding tussen gebieden en landen op economisch, politiek en sociaal-cultureel gebied.
B
Een verschuiving van het economische en politieke zwaartepunt in de wereld.

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Hoe heeft de global shift de relatieve ligging van Australië veranderd, uitgaande van de wereldhandel?

Slide 13 - Open vraag

De global shift heeft voordelen voor de semi-periferie maar nadelen voor centrumlanden.
Geef een nadeel.

Slide 14 - Open vraag

Lees het 'subkopje' van paragraaf 1.3 met de titel:
 De ruimtelijke gevolgen van globalisering.

Slide 15 - Tekstslide

Geef een positief gevolg van de nieuwe arbeidsverdeling sinds 1980.

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Video

Op welke manier botst globalisering in dit voorbeeld bij een outsourcing bedrijf vanuit de VS?

Slide 18 - Open vraag

Wat is de belangrijkste reden dat de maakindustrie zich verplaatst van centrumlanden naar de (semi)periferie?

Slide 19 - Open vraag

Geef 6 geografische gevolgen van de snelle economische globalisering.

Slide 20 - Open vraag

De ruilvoet van een land verbetert als zij hoogwaardige producten exporteert en laagwaardige producten importeert.
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Twee beweringen:
1. Offshoring is de productie verplaatsen van centrum naar periferie en semi-periferie
2. Reshoring is het verplaatsen van de productie van de semi-periferie naar de periferie
A
Bewering 1 is juist, 2 onjuist
B
Bewering 2 is juist, 1 is onjuist
C
Beide beweringen zijn onjuist
D
Beide beweringen zijn juist

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Vraag n.a.v. voorgaande foto's.
Waarom is hier zowel sprake van ruimtelijke afwenteling als van afwenteling in de tijd?

Slide 26 - Open vraag

Lees het 'subkopje' van paragraaf 1.3 met de titel:
Mee (kunnen) doen of niet?

Slide 27 - Tekstslide

Bekijk bron 14 op pagina 21.
Welk werelddeel heeft de meeste potentiële groeigebieden?

Slide 28 - Open vraag

Globalisering zorgt voor meer eenheid in de wereld, maar ook voor meer tegenstellingen.
Leg dit uit.

Slide 29 - Open vraag

Waardoor zijn het met name de lagere inkomensgroepen in rijke landen die zich slachtoffer voelen van globalisering?

Slide 30 - Open vraag

En nu?
- Maak de opdrachten van 1.3 (route B)
- Doorloop de nabespreking van 1.2 (dia's hierna!)

Slide 31 - Tekstslide

Opdrachten 1.2 (nabespreking)

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Waar staat de afkoring BBP voor?

Slide 34 - Woordweb

Slide 35 - Link

Verschil BNP en BBP
Het bruto nationaal product (bnp) is het totale inkomen van de mensen die in een land wonen, ongeacht of ze in dat land of het buitenland werken. Het bnp per hoofd van de bevolking is een veelgebruikte maatstaf voor de grootte van een economie.
Het bruto binnenlands product (bbp) van een land of van een regio is de marktwaarde van alle goederen en diensten die er in één jaar tijd worden geproduceerd.

Slide 36 - Tekstslide

Leg uit dat de daling van het bbp in China toch meer bijdraagt aan de afkoeling van de wereldeconomie dan de daling van het bbp in Brazilië en Rusland. Je uitleg bevat een oorzaak-gevolgrelatie.

Slide 37 - Open vraag

Regel: door de opdeling van de productieketen nemen de wereldhandel en het transport van goederen veel sneller toe dan de productie van goederen. Leg deze regel uit. Je uitleg bevat een oorzaak en een gevolg!

Slide 38 - Open vraag

Slide 39 - Link

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Het containerschip in bron 9 is een van de grootste ter wereld. Aan de schaalvergroting in de scheepvaart lijkt geen einde te komen.
Welke ruimtelijke ontwikkeling hebben de Rotterdamse havenbekkens doorgemaakt?
Noem hiervoor twee verschillende redenen.
Eén reden ontleen je aan bron 9.
Gebruik de bronnen 9 en 12.

Slide 42 - Open vraag

Leg het verband uit tussen bron 9 en economische globalisering.
Gebruik in je antwoord het begrip knooppunt. Je uitleg bevat een oorzaak-gevolgrelatie.

Slide 43 - Open vraag