wo 26 maart 2025

Mittwoch, der sechsundzwanzigste März 2025
Ziel: Ik kan Modalverben in de verleden tijd gebruiken en de derde naamval in een zin toepassen

  1. Wiederholung Grammatik van Kapitel 3: VT Modalverben + Dativ Präpositionen und Personalpronomen
  2. Wiederholung 3 (und 2) machen
  3. selbständig/ zusammen mit Frau Janssen Lesen üben    Hausaufgaben: Test vorbereiten
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 75 min

Onderdelen in deze les

Mittwoch, der sechsundzwanzigste März 2025
Ziel: Ik kan Modalverben in de verleden tijd gebruiken en de derde naamval in een zin toepassen

  1. Wiederholung Grammatik van Kapitel 3: VT Modalverben + Dativ Präpositionen und Personalpronomen
  2. Wiederholung 3 (und 2) machen
  3. selbständig/ zusammen mit Frau Janssen Lesen üben    Hausaufgaben: Test vorbereiten

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

uitlegvideo's / sheets van jaar 2 om terug te kijken

Slide 6 - Tekstslide

Wat heb ik nodig bij het schrijven van een email?

Slide 7 - Open vraag

uitlegvideo's / sheets van vorige lessen om terug te kijken

Slide 8 - Tekstslide

Waar let ik op bij het lezen van een tekst? geef meerdere voorbeelden

Slide 9 - Open vraag

hoe vervoeg je een regelmatig werkwoord en geef een voorbeeld met alle persoonlijke voornaamwoorden?!

Slide 10 - Open vraag

hoe vervoeg je können en alle persoonlijke voornaamwoorden?!

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Video

Kloktijden: welke woorden heb je nodig? 

het is = Es ist
kwart voor = Viertel vor
Kwart over = Viertel nach
minuten= Minuten
half = halb
uur = Uhr



Slide 13 - Tekstslide

Kloktijden: voorbeelden
12.30 Es ist halb eins/ Es ist zwölf Uhr dreißig 
13.00: Es ist ein Uhr/ Es ist dreizehn Uhr
14.45: Es ist Viertel vor drei/ Es ist vierzehn Uhr fünfundvierzig
17.30: Es ist halb sechs/ Es ist siebzehn Uhr dreißig
22.40 Es ist zehn nach halb elf/ Es ist zweiundzwanzig Uhr vierzig



Slide 14 - Tekstslide

______ du eine Frage?
A
habe
B
hast
C
haben
D
habt

Slide 15 - Quizvraag

______ ihr einen Hund?
A
habe
B
hast
C
haben
D
habt

Slide 16 - Quizvraag

Ich ______ eine Schwester
A
habe
B
hast
C
haben
D
habt

Slide 17 - Quizvraag

Ich ______ ein Junge
A
bin
B
sind
C
ist
D
seid

Slide 18 - Quizvraag

Die Mutter von Jesse ______ sehr lieb
A
bin
B
sind
C
ist
D
seid

Slide 19 - Quizvraag

Die Eltern von Jesse ______ sehr nett
A
bin
B
sind
C
ist
D
seid

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video