In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Onderdelen in deze les
Helpende plus
Hoofdstuk 8 Mictie
Slide 1 - Tekstslide
Planning
Vorige les?
Voorkennis mictie?
Lesdoelen
Handelingen
Theorie uitleg
Terugkoppeling leerdoelen
Evaluatie en afronding
Huiswerk en vooruitblik volgende les
Slide 2 - Tekstslide
Terugblik vorige les
Wie kan uitleggen welke verschillende wonden er zijn?
Wat is het belang van een wondbehandelingsplan?
Slide 3 - Tekstslide
Voorkennis
Wie kan mij vertellen wat mictie betekend?
Slide 4 - Tekstslide
Lesdoelen
Aan het einde van deze les:
kun je uitleggen hoe het urinewegstelsel werkt.
kun je de volgende begrippen uitleggen: incontinentie, aandoeningen van het urinewegstelsel, katheters en urineopvangzak.
Slide 5 - Tekstslide
Handelingen bij mictie:
Verwisselen van externe katheter (condoomkatheter/uritip)
Katheterzak/urineopvangzak legen
Katheterzak/urineopvangzak verwisselen
Doorkoppelen urineopvangzak
Gezonde huid hygiënisch verzorgen rond urethrale verblijfskatheter of suprapubisch katheter
Slide 6 - Tekstslide
welke organen zijn betrokken bij het maken en lozen van urine?
Slide 7 - Woordweb
Urinewegstelsel
Bestaat uit 2 nieren, 2 urineleiders, blaas en een plasbuis.
Een nier heeft de vorm van een boon, 4x7 cm groot
Bovenop de nieren zitten de bijnieren (maken hormonen)
In de nier bevinden het nierbekken.
Het bloed wordt in de nier gefilterd en komt via de nierbekken>urinebuis (ureter)> blaas> plasbuis (urethra) naar buiten.
Slide 8 - Tekstslide
Urinewegstelsel
Slide 9 - Tekstslide
functies van de nieren
Zuiveren van bloed
Vocht- en zoutbalans regelen
Bloeddruk regelen
Aanmaak van hormonen
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Video
Blaas
Rekt uit als er urine in komt
Er past ongeveer 1,5 liter urine in
Bij 0,2 liter voel je aandrang
Via de plasbuis gaat de urine naar buiten
Plasbuis mannen 20-25 cm
Plasbuis vrouwen 3-5 cm
Slide 12 - Tekstslide
Waarom heeft een vrouw meer kans op een blaasontsteking dan een man?
Slide 13 - Open vraag
Incontinentie
Moeite met/geen controle over:
-urine
-ontlasting
-beide
Kan op alle leeftijden voorkomen
Het kan o.a komen door:
-ziekte of zwangerschap komen
-aangeboren zijn
Slide 14 - Tekstslide
verschillende soorten:
1) Urge-incontinentie: je voelt aandrang en moet meteen
plassen. De blaasspier is te actief.
2) Stressincontinentie: lichamelijke druk in de buikholte. Tijdens lachen, niezen en hoesten verlies je druppeltjes urine. Het bekkenbodemspier is verslapt.
Slide 15 - Tekstslide
3) Overloopincontinentie: de blaas zit zo vol dat je druppeltjes verliest.
4) Reflexincontinentie: als gevolg van afwijkingen in het zenuwstelsel. De reflexen worden verkeerd aangestuurd, bv. bij CVA, dwarslaesie of Parkinson.
5) Volledige incontinentie: geen controle over blaas- en darmfunctie. Oorzaken: stoornissen in de hersenen/ dementie.
Onvoldoende bloedaanvoer naar de nier (bv door kalkafzetting in de aderen).
Onvoldoende afvoer van urine: door bijvoorbeeld verstoppingen, door afvoerbelemmeringen, blaasstenen en nierstenen of door een vergrote prostaat bij de man.
Slide 19 - Tekstslide
Aandoeningen urinewegstelsel
Ziekten aan het nierweefsel
Kanker aan de nier of blaas
Anatomische afwijkingen
hoefijzernier
Slide 20 - Tekstslide
Katheter
Is een dun slangetje dat via de plasbuis in de blaas zit.
Er zijn 2 hoofdgroepen:
Externe katheter
Interne katheter
Slide 21 - Tekstslide
Externe katheter
Ook wel condoomkatheter genoemd.
Voor mannen met matige tot zware incontinentie.
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Video
Interne katheter
Ook wel blaaskatheter genoemd.
Een slang gaat in de blaas en de urine wordt in een opvangzak opgevangen.
Gebruik kan bij mannen als bij vrouwen.
Wanneer wordt deze gebruikt?
Slide 24 - Tekstslide
Interne katheter
Er zijn hiervan twee soorten:
Eenmalige katheter: eenmalig ingebracht en dan verwijderd. Wordt gebruikt om de blaas snel te legen.
Verblijfskatheter: blijft in de blaas en wordt ook wel ballonkatheter genoemd.
Slide 25 - Tekstslide
Er zijn twee manieren om een verblijfskatheter in te brengen:
De katheter wordt via de urinebuis in de blaas in gebracht.
De katheter wordt via een incisie in de buikwand boven het schaambeen in de blaas ingebracht. Dit wordt een suprapubische katheter genoemd.
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
SP-katheter
Slide 28 - Tekstslide
Katheter
Katheteriseren is een voorbehouden handeling.
Dit mag alleen uitgevoerd worden door een bevoegd en bekwaam persoon zoals genoemd in de wet BIG (niveau 3 of 4), en uitsluitend in opdracht van een arts.
Het verwisselen van een condoomkatheter bij de man mag door jou als helpende plus uitgevoerd worden. Maar ook dan alleen als je bekwaam bent in deze handeling.
Slide 29 - Tekstslide
Complicaties bij een katheter
Urineweginfectie
Blaaskrampen
Lekkage van urine langs de katheter
Verstopping in de katheter
Bloed in de urine
Lekke ballon
Advies: veel drinken: 1,5 liter
Slide 30 - Tekstslide
Slide 31 - Video
Je verzorgt een client met een verblijfskatheter. Temperatuur= 39 graden, en de client heeft pijn. Wat doe jij?
Slide 32 - Open vraag
Urineopvangzak
Beenzak en bedopvangzak
Slide 33 - Tekstslide
urineopvangzak
Met kraan: open systeem
Slide 34 - Tekstslide
Katheterventiel (flip flo)
Er wordt geen zak aangesloten, de blaas wordt geleegd door het ventiel open te zetten.
De cliënt kan zelf regelmatig zijn blaas legen door het ventiel open te zetten. Dit zorgt voor meer bewegingsvrijheid voor de cliënt.
Door het gebruik van het ventiel wordt blaasfunctie, -capaciteit en –tonus (spierspanning) behouden.
Slide 35 - Tekstslide
Slide 36 - Tekstslide
Urineopvangzak legen en verwisselen
Werk zo schoon/hygiënisch mogelijk! Reden?
Wat zijn de regels op de afdeling?
Leeg de opvangzak op tijd (niet helemaal vol).
Vervang de zak 1x per week, raak het bevestigingsstukje niet aan.
Bedlegerige cliënt: opvangzak hoog genoeg boven de vloer (ook bij bed op de laagste stand), gebruik een bedbeugel, katheter mag niet verschuiven, slang mag niet knikken, fixeer de slang in een S-bocht en koppelstuk niet tegen de huid bevestigen.
Slide 41 - Tekstslide
Slide 42 - Tekstslide
Wat is geen functie van de nieren?
A
Temperatuur regelen
B
Zuiveren van bloed
C
Vocht- en zoutbalans regelen
D
Aanmaak van hormonen
Slide 43 - Quizvraag
Wat is nummer 1?
A
Urinebuis
B
Nier
C
Blaas
D
Urineleider
Slide 44 - Quizvraag
Wat is nummer 3?
Slide 45 - Tekstslide
Noem een soort incontinentie
Slide 46 - Open vraag
Welke aandoeningen aan het urinewegstelsel ken je?
Slide 47 - Woordweb
Een condoomkatheter is een externe katheter
juist
onjuist
Slide 48 - Poll
waarom moet een katheteropvangzak lager dan de blaas hangen?
Slide 49 - Open vraag
Wat is een suprapubisch katheter?
Slide 50 - Open vraag
Evaluatie
Wie kan mij kort uitleggen hoe het urinewegstelsel werkt.
Nu kunnen jullie de volgende begrippen uitleggen: incontinentie?