Boek 6 M6/E6 deel 1

Boek 6 M6/E6 deel 1
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Boek 6 M6/E6 deel 1

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Vraag 1
lees: Vind je ... goed? (r)
Wat doet Lisette hier?
A
Ze maakt reclame
B
Ze geeft raad
C
Ze doet een bod
D
Ze maakt een grapje

Slide 3 - Quizvraag

Vraag 3:
Wat doet Lisette hier?
A
Ze maakt reclame
B
Ze geeft raad
C
Ze doet een bod
D
Ze maakt een grapje

Slide 4 - Quizvraag

Vraag 2
Lees: Wanneer ze .... genomen (r11-13)
Wat blijkt uit dit stukje?
A
Dat Lisette haar zus nooit meer moet vertrouwen
B
Dat Linda winst heeft gemaakt op de verkoop van het T-shirt
C
Dat Linda iets aardigs heeft gedaan voor Lisette.
D
Dat Lisette voor het T-shirt te weinig heeft betaald.

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Wie is Mirjam
A
de uitgeverij
B
de hoofdpersoon
C
de schrijfster
D
de illustrator

Slide 7 - Quizvraag

vraag 2:
Wat voor soort verhaal lees je in dit boek?
A
Een avontuurlijk verhaald
B
Een griezel verhaal
C
Een grappig verhaal
D
een detective

Slide 8 - Quizvraag

Vraag 3:
Waar zal deze tekst in staan?
A
in een reisgids
B
in een dagboek
C
in een leesboek
D
in een reclamefolder

Slide 9 - Quizvraag

Vraag 4:
Waarom zal de schrijver deze tekst hebben geschreven.
A
Om je over te halen de film te gaan kijken
B
Om je te overtuigen dat je op safari moet gaan.
C
Om je te informeren over safariparkern
D
om je over te halen het boek te kopen.

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Vraag 1:
Hoe voelt de ik-persoon zich?
A
nieuwsgierig
B
verveeld
C
dankbaar
D
trots

Slide 12 - Quizvraag

Vraag 2:
Wat is de ik-persoon
A
een vader of moeder
B
een jongen of meisje
C
een juf of meester
D
een opa of oma

Slide 13 - Quizvraag

Vraag 3:
Wat wil de ik-persoon weten?
A
Waar hij naartoe gaat op schoolreis
B
Waar hij naartoe gaat op vakantie
C
Waar hij naartoe gaat met zijn gezin
D
Wat hij gaat doen op zijn verjaardag

Slide 14 - Quizvraag

Vraag 4
Lees: Gaan we ... doolhof (r6-9)
Wat past het best bij dit stukje
A
De ik-persoon is bazig
B
De ik-persoon is jaloers
C
De ik-persoon is brutaal
D
De ik-persoon is benieuwd

Slide 15 - Quizvraag

Vraag 5
Ik ben ... gissen (r.10)
Wat wordt hier bedoeld met: gissen
A
verheugen
B
piekeren
C
raden
D
twijfelen

Slide 16 - Quizvraag

Vraag 6
lees: ik ben .. lang (r. 10 en 11)
Wat blijkt uit dit stukje?
A
De ik-persoon is nu niet meer aan het gissen
B
Het duurt nog wel even voordat ze gaan
C
De ik-persoon kan niets meer verzinnen
D
Het duurt niet meer zo lang voordat ze gaan

Slide 17 - Quizvraag

Vraag 8
Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?
A
Om de lezer te waarschuwen
B
Om de lezer te laten nadenken
C
Om de lezer iets leuks te laten lezen
D
Om de lezer te overtuigen

Slide 18 - Quizvraag

Vraag 9
Wat voor soort tekst is dit?
A
Een nieuwsbericht
B
Een raadsel
C
Een gedicht
D
Een sprookje

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Tekstslide

Vraag 1:
lees: De hond ... heen. (r. 5 en 6 )
Hoe voelt de hond zich?
A
vrolijk
B
bang
C
ondeugend
D
agressief

Slide 21 - Quizvraag

Vraag 2:
lees: Sef begint ... niets ( r 17 en 18 )
wat doet Sef hier?
A
hij probeert de hond te aaien
B
hij wil de hond laten schrikken.
C
hij probeert de hond te kalmeren
D
hij wil met de hond spelen

Slide 22 - Quizvraag

Vraag 3:

A
hij probeert de hond te aaien
B
hij

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Vraag 1:

A

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Vraag 1:

A

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Vraag 1:

A

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Tekstslide

Vraag 1:

A

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Vraag 1:

A

Slide 34 - Quizvraag

Slide 35 - Tekstslide

Vraag 1:

A

Slide 36 - Quizvraag