1.1 Criminaliteit 2025

1.1 Criminaliteit 2025
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

1.1 Criminaliteit 2025

Slide 1 - Tekstslide

planning
Woensdag kort herhaling werk + vragen.
Nu start criminaliteit 1.1

- uitleg
- maken
- bespreken
- (quiz)

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Ik kan uitleggen:
- wat criminaliteit is
- wat het verschil is tussen waarden, normen en rechtsregels.
- in welke wetboeken de strafbare feiten staan.
- de begrippen tijdsgebonden, plaatsgebonden

Slide 3 - Tekstslide





Crimineel?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide





Crimineel?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Criminaliteit 
Al het gedrag wat strafbaar is volgens de wet.

Je pleegt dan een strafbaar feit= delict

Slide 8 - Tekstslide

Wat vinden we crimineel?
waarden: Iets dat je belangrijk vindt in het leven. 
                      Bijvoorbeeld eerlijkheid of veiligheid.

Normen: Afspraken over hoe wij ons gedragen: regels

Voorbeeld: Als je eerlijkheid belangrijk vindt dan steel je niet.

Slide 9 - Tekstslide

normen/regels
Kun je onderverdelen in:
Ongeschreven regels: staan niet op papier maar vinden we zo horen (fatsoensnormen). 

Geschreven regels/rechtsregels: regels die in reglementen of wetten staan.

Slide 10 - Tekstslide

Alles wat strafbaar is moet in de wet staan.


Je moet 4 wetboeken kennen:

Slide 11 - Tekstslide

Delicten staan omschreven in wetboeken/wetten. Voorbeelden hiervan zijn:

 Het Wetboek van Strafrecht :
(geweldsmisdrijven, fraude, witwassen, belasting-
ontduiking, diefstal, wildplassen)

De Wegenverkeerswet :
misdrijven: rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval, joyriding. 
Overtredingen: gevaarlijk rijgedrag, zonder helm op een bromfiets rijden of door het rode licht rijden)

Slide 12 - Tekstslide

 De Wet wapens en munitie:
alle regels over wapens en munitie


 De Opiumwet:
Alle regels over drugs.
Strafbaar is bijvoorbeeld: het runnen van een hennepkwekerij, of het
dealen van harddrugs.


Slide 13 - Tekstslide

Opdrachten maken 1.1
Opdrachten 1, 2, 3, 11

Hierna laatste stukje uitleg + opdrachten



Slide 14 - Tekstslide

Rechtsregels zijn plaatsgebonden
  • In Nederland is abortus en euthanasie toegestaan

  • Prostitutie mag in Nederland

  • (Vuur)wapens zijn in Nederland verboden

  • Nederland kent geen doodstraf

(voorbeelden blz 7)

Slide 15 - Tekstslide

Rechtsregels zjn tijdgebonden
  • Spugen was vroeger een misdrijf

  • Sinds 1970 is overspel niet meer strafbaar

  • Tegenwoordig is hacken van computers strafbaar

  • Vroeger stonden er gevangenisstraffen op homoseksualiteit

Slide 16 - Tekstslide

Maken:

Opdracht 10/12

Slide 17 - Tekstslide

Abortus is in Nederland toegestaan. In veel andere landen niet.
Dit is een voorbeeld van:
A
Plaatsgebonden criminaliteit
B
Tijdsgebonden criminaliteit

Slide 18 - Quizvraag

Ik mocht vanaf 16 jaar legaal alcohol drinken. Jullie mogen vanaf 18 jaar legaal alcohol drinken. Dit voorbeeld laat zien dat criminaliteit ... is.
A
Plaatsgebonden
B
Tijdgebonden

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van tijdsgebonden criminaliteit?
A
In Amerika mag je wapens kopen
B
In Indonesie staan hoge straffen op drugshandel
C
Vroeger waren er nog geen regels over appen op de fiets

Slide 20 - Quizvraag

" In Rusland is euthanasie illegaal"

Criminaliteit is ........
A
tijdgebonden
B
plaatsgebonden

Slide 21 - Quizvraag

Van welke soort criminaliteit is hier sprake ?
A
plaatsgebonden criminaliteit
B
tijdsgebonden criminaliteit

Slide 22 - Quizvraag

Wat is een waarde?
A
Een ongeschreven regel
B
Een principe dat iemand belangrijk vindt
C
Afspraken over hoe mensen zich moeten gedragen
D
Regels die in wetten staan

Slide 23 - Quizvraag

Een ander woord voor strafbaar feit noem je een
A
conflict
B
inzicht
C
delict
D
stoplicht

Slide 24 - Quizvraag

De politie betrapt je met XTC.
Dit is strafbaar volgens:
A
Het wetboek van strafrecht
B
De opiumwet
C
De wegenverkeerswet

Slide 25 - Quizvraag

In welk wetboek verwacht jij dat 'doorrijden na een ongeval' staat?
A
Wetboek van strafrecht
B
Wegenverkeerswet
C
Opiumwet
D
Wet Wapens en munitie

Slide 26 - Quizvraag

Delicten staan omschreven in wetboeken/wetten. Zonder helm op een bromfiets rijden staat omschreven in....
A
Het Wetboek van Strafrecht
B
De Wet wapens en munitie
C
Opiumwet
D
De Wegenverkeerswet

Slide 27 - Quizvraag

Het verbod op harddrugs zoals cocaïne,
heroïne, xtc en GHB valt onder de...
A
Wet wapens en munitie
B
Wegenverkeerswet
C
Opiumwet
D
Grondwet

Slide 28 - Quizvraag

Delicten staan omschreven in wetboeken/wetten. Fraude staat omschreven in....
A
Het Wetboek van Strafrecht
B
De Wet wapens en munitie
C
Opiumwet
D
De Wegenverkeerswet

Slide 29 - Quizvraag

In welk wetboek staat het verbod op het dragen van wapens in?
A
Wetboek van Strafrecht
B
De Opiumwet
C
Wet wapens en munitie
D
Wegenverkeerswet

Slide 30 - Quizvraag