Oefenen theorie talent 1.3 en 2.3

Nederlands leesvaardigheid
Uitleg tekstverbanden en signaalwoorden
Opdrachten over het leerwerk paragraaf 1.3 en 2.3
Opdracht maken over tekstverbanden


Doel: aan het eind van de les ken je zes tekstverbanden en weet je welke signaalwoorden erbij horen.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nederlands leesvaardigheid
Uitleg tekstverbanden en signaalwoorden
Opdrachten over het leerwerk paragraaf 1.3 en 2.3
Opdracht maken over tekstverbanden


Doel: aan het eind van de les ken je zes tekstverbanden en weet je welke signaalwoorden erbij horen.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Ik herken een alinea...
A
De laatste zin loopt niet door tot aan het eind.
B
Er staat soms een witregel tussen de alinea's
C
De eerste regel springt soms in.
D
A, b en c zijn allemaal goed

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Wat doe je als je een tekst verkennend leest?

Slide 9 - Open vraag

Tekst
Welke vragen stel je jezelf als je een tekst verkennend leest?
Wie is de hoofdpersoon
Wat is het onderwerp?
Wat is het doel van de tekst?
Hoeveel alinea's heeft de tekst?
Wat is het voor soort tekst?
Wat is de bron?
Is het fictie?

Slide 10 - Sleepvraag

juist of onjuist?
Een tussenkopje is een titel van een alinea.

Slide 11 - Open vraag

juist of onjuist?
Een tussenkopje vertelt waar de alinea over gaat.

Slide 12 - Open vraag

juist of onjuist?
Het onderwerp beschrijft waar de tekst over gaat.

Slide 13 - Open vraag

Een deelonderwerp is (meestal) een alinea dat een deel van het onderwerp behandelt

Slide 14 - Open vraag

zes tekstverbanden

Slide 15 - Woordweb

Per tekstverband: één signaalwoord

Slide 16 - Woordweb

ten eerste, ook, tevens, verder, bovendien horen bij het tekstverband..
A
tijdsvolgorde
B
opsomming
C
tegenstelling

Slide 17 - Quizvraag

maar, echter, toch, evenwel, daarentegen horen bij het tekstverband
A
opsomming
B
tijdsvolgorde
C
tegenstelling

Slide 18 - Quizvraag

Eerst, intussen, terwijl, toen, voordat, vervolgens horen bij het tekstverband...
A
tijdsvolgorde
B
tegenstelling
C
opsomming

Slide 19 - Quizvraag

Ik heb mijn huiswerk gemaakt en geleerd.
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quizvraag

Opdrachten maken
Lever je schrift in.
Huiswerkcontrole

Slide 21 - Tekstslide

Verschil feit en mening
Feit
  • waar of niet waar
  • kun je controleren

Mening (standpunt/oordeel/opinie/opvatting)
  • wat iemand ergens van vindt
  • kun je 'ik vind' of 'volgens mij' voorzetten

Slide 22 - Tekstslide

'Limburg heeft heuvels, Groningen is helemaal vlak.'
Met welk woord kun je het verband tussen de twee delen van de zin duidelijk maken?

Slide 23 - Open vraag

Je leest een tekst en komt een woord tegen dat je niet kent. Hoe achterhaal je de betekenis met behulp van de tekst?

Slide 24 - Open vraag

Noteer een feit en een mening over honden.

Slide 25 - Open vraag

Donderdag toetsstof
1.3 en 2.3 Lezen:
  • verkennend en nauwkeurig lezen
  • titel en deeltitel
  • onderwerp en deelonderwerp
  • alinea
  • feiten en meningen
  • moeilijkewoordenwijzer
  • tekstverbanden en signaalwoorden: opsommend, chronologisch en tegenstellend

Slide 26 - Tekstslide

Test jezelf
samenvatting maken/leren 



Slide 27 - Tekstslide