WEEK 14 - LUNES 31-3 Y MARTES 1-4-25

WEEK 12 - LUNES 17 Y MARTES 18-3-25
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

WEEK 12 - LUNES 17 Y MARTES 18-3-25

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿QUÉ HICISTE AYER Y ANTEAYER?
timer
5:00
PIENSA EN 3 COSAS QUE HICISTE DURANTE AYER Y ANTEAYER.
ESCRÍBELAS EN TU CUADERNO, POR FAVOR.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BEGINTAAK
timer
5:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LEERDOEL


Ik kan in het Spaans vertellen over dingen die in het verleden zijn gebeurd.




                        Succescriteria


  • Ik ken de juiste vormen van de werkwoorden in de Pretérito Indefinido en de Pretérito Imperfecto.
  • Ik weet wanneer ik de Pretérito Indefinido of de Pretérito Imperfecto moet gebruiken en herken de signaalwoorden die daarbij horen.
  • Ik kan de Pretérito Indefinido en de Pretérito Imperfecto goed gebruiken, ook als er geen signaalwoorden zijn.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿IMPERFECTO O INDEFINIDO?
FUI
COMISTE
ERA
TUVE
HABLÓ
HABLABA
ESTABA
HABÍA
PUSO
QUISO
timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿QUÉ DETERMINA EL USO DEL
PRETÉRITO PERFECTO, PRETÉRITO INDEFINIDO O 
IMPERFECTO?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

pg. 12

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿QUÉ PASA
CUANDO NO HAY
MARCADORES (SIGNAALWOORDEN)?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRACTICAMOS
timer
15:00
Ejerccio 1
1. ayer por la mañana/el otro día
2. anoche
3. cuando era pequeño
4. esta semana
5. hace tres meses/ el otro día
6. hoy
7. ayer por la tarde
8. antes
9. En 2010
10. Esta semana/hoy

Ejercicio 3
1. era, organizábamos
2. preparaba 
3. decidí 
4. han viajado 
5. fuimos 
6. necesitaban/bebieron - necesitábamos/bebimos
7. celebraste 
Ejercicio 2
1-Juan y Clara estudian para sus exámenes.
La semana pasada: Juan y Clara estudiaron para sus exámenes.

2-Mi primo juega al fútbol todos los domingos.
Ayer: Mi primo jugó al fútbol.

3- Tú visitas a tus abuelos cada verano.
El verano pasado: Tú visitaste a tus abuelos.

4-Mis amigos y yo celebramos nuestro aniversario juntos cada año.
El año pasado: Mis amigos y yo celebramos nuestro aniversario juntos.

5-Laura prepara el desayuno para su familia todos los días.
Esta mañana: Laura preparó el desayuno para su familia.

6-Vosotros leéis libros en la biblioteca cada tarde.
El martes pasado: Vosotros leísteis libros en la biblioteca.

7-Mi hermano duerme hasta tarde los fines de semana.
El sábado pasado: Mi hermano durmió hasta tarde.

8-Yo compro fruta en el mercado los sábados.
El fin de semana pasado: Yo compré fruta en el mercado.

9-Mis padres ven la televisión todas las noches.
Anoche: Mis padres vieron la televisión.

10- Usamos protector solar cuando hace sol.
El verano pasado: Usamos protector solar cuando hizo sol.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TUSSENTAAK -        ¿QUÉ SIGNIFICA?
EN CAMBIO
ADEMÁS
ES POR ESO QUE
EN BREVE
NI SIQUIERA
EN CAMBIO → Daarentegen / Echter
ADEMÁS → Bovendien
ES POR ESO QUE → Daarom / Dat is waarom
EN BREVE → Kort gezegd / Samengevat
NI SIQUIERA → Zelfs niet / Niet eens

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00
SIGNAALWOORDEN

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

STAPPENPLAN
GATENTEKST

Slide 15 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 5-preg. 1,3,4,5,7,8,9
1 D
3 C 
4 C 
5 C 
7 B 
8 D 
9 D

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MARTES 1-4-25

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRACTICAMOS
timer
5:00
Ejerccio 1
1. ayer por la mañana/el otro día
2. anoche
3. cuando era pequeño
4. esta semana
5. hace tres meses/ el otro día
6. hoy
7. ayer por la tarde
8. antes
9. En 2010
10. Esta semana/hoy

Ejercicio 3
1. era, organizábamos
2. preparaba 
3. decidí 
4. han viajado 
5. fuimos 
6. necesitaban/bebieron - necesitábamos/bebimos
7. celebraste 
Ejercicio 2
1-Juan y Clara estudian para sus exámenes.
La semana pasada: Juan y Clara estudiaron para sus exámenes.

2-Mi primo juega al fútbol todos los domingos.
Ayer: Mi primo jugó al fútbol.

3- Tú visitas a tus abuelos cada verano.
El verano pasado: Tú visitaste a tus abuelos.

4-Mis amigos y yo celebramos nuestro aniversario juntos cada año.
El año pasado: Mis amigos y yo celebramos nuestro aniversario juntos.

5-Laura prepara el desayuno para su familia todos los días.
Esta mañana: Laura preparó el desayuno para su familia.

6-Vosotros leéis libros en la biblioteca cada tarde.
El martes pasado: Vosotros leísteis libros en la biblioteca.

7-Mi hermano duerme hasta tarde los fines de semana.
El sábado pasado: Mi hermano durmió hasta tarde.

8-Yo compro fruta en el mercado los sábados.
El fin de semana pasado: Yo compré fruta en el mercado.

9-Mis padres ven la televisión todas las noches.
Anoche: Mis padres vieron la televisión.

10- Usamos protector solar cuando hace sol.
El verano pasado: Usamos protector solar cuando hizo sol.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 5-preg. 1,3,4,5,7,8,9
1 D
3 C 
4 C 
5 C 
7 B 
8 D 
9 D

timer
5:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 6
1 D 2 B 3 A 4 B 5 C 6 B
7 D 8 C

timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 7
1 b 2 a 3 d 

timer
3:00

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

vanaf minuut 37:57
LUNES 7-4-25

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿QUÉ HICISTE AYER Y ANTEAYER?
timer
5:00
PIENSA EN 3 COSAS QUE HICISTE DURANTE AYER Y ANTEAYER.
ESCRÍBELAS EN TU CUADERNO, POR FAVOR.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BEGINTAAK
timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00
SIGNAALWOORDEN

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPEN VRAGEN
Deze vragen zijn in het Nederlands gesteld en moet in het Nederlands beantwoord worden.
Geen specifiek stappenplan voor te geven, behalve:

• Goed markeren waar de vraag op slaat.
• Goed markeren in de tekst waar het antwoord gevonden kan worden

Voor alle open vragen geldt: besteed tijd aan het lezen van de vraag. Ga niet gelijk de tekst in.



Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 1
4 Een goed antwoord komt neer op:
De tatoeage mag niet zichtbaar zijn bij het dragen van een legeruniform.
Opmerking: Als de kandidaat het woord “uniform” niet vermeldt in het antwoord, geen scorepunt toekennen.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TRABAJA EN LOS TEXTOS 2, 3 Y 4
17 PREGUNTAS EN TOTAL X 3 '= 51 MINUTOS

RESUEVLE MÍNIMAMENTE LOS TEXTOS 2 Y 3.
timer
30:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

vanaf minuut 37:57
TEXTOS PARA PONER TÍTULOS

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 8
PG. 32-33
1C
2B
3E
4D
timer
8:00

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 9
2E
3C
4A
5D
timer
8:00

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 10
1D
2E
3B
4C

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 11
1B
2E
3A
EF
5D

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ADIVINANZAS - PG.42
B

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 13
B

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 14
B
timer
3:00

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 15
1 Een juist antwoord komt neer op:
Ze wil dat het in Spanje mogelijk wordt (een universitaire) studie en topsport te combineren.
Opmerking
Als een kandidaat opschrijft “dat de situatie van Rafael Nadal zich niet herhaalt”, mag er ook een scorepunt worden toegekend.

timer
3:00

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 16
B
timer
3:00

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TEXTO 17
A
timer
3:00

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Video

vanaf minuut 37:57