Examentraining 5HAVO 2024 les

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Welk(e) van de gegeven leerling antwoorden is/zijn goed?
A
1
B
2
C
3
D
Allemaal

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Welk(e) van de gegeven leerling antwoorden is/zijn goed?
A
1
B
2
C
Allebei

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Welk(e) van de gegeven leerling antwoorden is/zijn goed?
A
1
B
2
C
Allebei

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Welk(e) van de gegeven leerling antwoorden is/zijn goed?
A
1
B
2
C
Allebei

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Welk antwoord is of
welke antwoorden zijn goed ?
A
1
B
2
C
3
D
2&3

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Welk antwoord is of
welke antwoorden zijn goed ?
A
1
B
2
C
3
D
alle drie

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Welk antwoord is of
welke antwoorden zijn goed ?
A
1
B
2
C
3
D
alle drie

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Welk antwoord is of
welke antwoorden zijn goed ?
A
1
B
2
C
alle twee
D
geen enkele

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Bereken vragen
Vragen die starten met bereken, daar moet je berekeningen  uitschrijven. elke punt is 1 rekenstap.
Significantie, wanneer er om significantie gevraagd wordt is dit altijd 1 punt extra waard. 
vb. 4 punten maar met sign. is 3 rekenstappen + afronden.

mol/reactiewarmte/rendement enz enz.

Slide 31 - Tekstslide

Waar moet je nu opletten
Het aantal punten voor de vraag geeft aan hoeveel stappen/onderdelen jouw antwoord moet bevatten.

Leg uit, alleen goed met uitleg
Geef vragen, begrip/structuur/formule/reactie
Bereken, alleen goed met uitgeschreven berekeningen

Slide 32 - Tekstslide