2Havo §4.3 Wortels vermenigvuldigen

§4.3 Wortels vermenigvuldigen
......staat op het menu vandaag!
Maar eerst een terugblik naar wortels optellen en aftrekken!
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

§4.3 Wortels vermenigvuldigen
......staat op het menu vandaag!
Maar eerst een terugblik naar wortels optellen en aftrekken!

Slide 1 - Tekstslide

Schrijf zo kort mogelijk

y=3√​x​​​−6√​2​​​+6√​x​​​−2√​2​​​
A
y=9√​x​​​−4√​2​​​
B
y=9√​x​​​−8√​2​​​
C
y=−3√​x​​​+4√​2​​​
D
Kan niet korter

Slide 2 - Quizvraag

Welke hieronder bestaat niet?
A
√​25​​​
B
−√​25​​​
C
√​−25​​​
D
Ze bestaan allemaal

Slide 3 - Quizvraag

Bereken zonder rekenmachine

(√​7​​​)​2​​=

Slide 4 - Open vraag

Kennis opfrissen
- Je kunt geen wortel trekken van een negatief getal
Dus:                               is niet mogelijk
- Je kunt alleen wortels optellen en aftrekken als ze hetzelfde getal of dezelfde variable onder het wortel teken hebben.
Zoals: 
- Als je een wortel in het kwadraat neemt dan krijg je het getal dat onder de wortel staat (maar alleen als de wortel bestaat). Voorbeeld:
                                   = 7        (Dit laatste is nieuw; Dit is §4.3 !)
   
√​−6​​​
√​5​​​+3√​5​​​=4√​5​​​
(√​7​[?]​​​​​)​2​​

Slide 5 - Tekstslide

Wortels vermenigvuldigen
We hebben gezien dat
omdat: 
 Oppervlakte 
van een vierkant =               x            =               = 5


Als regel zeggen we:
√​5​​​
√​5​​​
√​25​​​
opp = 5

Slide 6 - Tekstslide

Kijken of jullie wortels kunnen vermenigvuldigen:
Is dit waar?
               x                  =                   

ANT
√​4​​​
√​9​​​
√​36​​​

Slide 7 - Tekstslide


√​9​​​
A
dit klopt
B
dit klopt niet

Slide 8 - Quizvraag

Hieronder zie je waarom je wortels kunt vermenigvuldigen:

               x                  =                   
       2      x      3         =           6 
Zoals je kunt zien klopt de uitkomst.

√​4​​​
√​9​​​
√​36​​​

Slide 9 - Tekstslide

wortels vermenigvuldigen
Bij het vermenigvuldigen met wortels geldt deze regel:
                                                          (als de wortels bestaan uiteraard)

Voorbeelden:
(

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

x
=
√​3​​​
√​7​​​
A
√​21​​​
B
√​10​​​
C
21

Slide 12 - Quizvraag

x
=
√​18​​​
√​2​​​
A
6
B
√​36​​​
C
√​20​​​

Slide 13 - Quizvraag

Uitleg:
                                             x                      =                 
Dit is correct omdat je wortels mag vermenigvuldigen!
Echter, als het mogelijk is, dan eenvoudiger schrijven.
                          = 6 (!), omdat 6 x 6 = 36
√​18​​​
√​2​​​
√​36​​​
√​36​​​

Slide 14 - Tekstslide

(Huis)werk
§4.3 Opgave 20 t/m 24 en U5

Vind je het lastig? Maak dan O17 en O21
Controleer je antwoorden in de les met het antwoordenboek!



Slide 15 - Tekstslide