Vrijdag

Goedemiddag klas 4
Wat gaan we doen? 
1.Jeugdjournaal schrift: Ceren
2. Lees Mee les 4 /  les 12

Doelen:  *Je weet wat er gebeurt in de wereld. *Je kunt antwoorden in
een tekst opzoeken. 

Hoe is het gegaan?







Vrijdag 7 april 2025
Nodig:
Lees Mee boeken
Schrift
Etui
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Goedemiddag klas 4
Wat gaan we doen? 
1.Jeugdjournaal schrift: Ceren
2. Lees Mee les 4 /  les 12

Doelen:  *Je weet wat er gebeurt in de wereld. *Je kunt antwoorden in
een tekst opzoeken. 

Hoe is het gegaan?







Vrijdag 7 april 2025
Nodig:
Lees Mee boeken
Schrift
Etui

Slide 1 - Tekstslide

Goedemiddag klas 1B
Wat gaan we doen? 
1. Schrijven:  bladzijde 90 , 94, 95


Wat ga je leren? *Je kunt een mail schrijven: Je weet wat bovenaan staat 
wat onderaan staat. * Je kunt vragen stellen. *Je kunt schrijven over je omgeving
Hoe is het gegaan?
Huiswerk? 
Nodig:
Etui
Ster in Schrijven 


Vrijdag 4 april 2025

Slide 2 - Tekstslide

Dictee
  1. Ik speel met een bal.
  2. Wij spelen met twee ballen.
  3. Jij loopt met een tas.
  4. Wij lopen met tassen.
  5. Ik ren naar de school.
  6. Wij rennen naar de scholen

Slide 3 - Tekstslide

Solliciteren
  • 1. Wees op tijd en besteed aandacht aan je kleding en verzorging.
  • 2. Voorstellen:  hand, naam, aankijken.
  • 3. Vertel iets over jezelf.
  • 4. Waarom wil je graag de baan?
  • 5. Wat kun je al heel goed?
  • 6. Wat wil je nog graag leren?
  • 7. Vraag wat de werktijden zijn.
  • 8. Vraag op nette manier wat je gaan verdienen.
  • 9. Zeg dat je heel graag deze baan wilt.
  • 10. Bedank de ander voor het gesprek. 
  • 11. Vraag wanneer je een reactie krijgt.

Werkgever:
-Wil je iets over jezelf vertellen?
-Waarom wil je deze baan?
-Wat kun je al heel goed?
-Wat wil je graag nog leren?
-Heb jij nog vragen aan mij?

Slide 4 - Tekstslide

Mijn dorp / stad
Ik woon in Zwaag. Zwaag is een dorp. 
In Zwaag is een zwembad. 
Dat is achter mijn huis. 
Als ik uit het raam kijk dan zie ik het zwembad.
Je kunt sporten in Zwaag. 
Je kunt er voetballen, handballen en volleyballen. 
Ik vind het leuk in Zwaag, want ik woon daar rustig. 
Ik vind het niet zo leuk dat er weinig winkels zijn.



Slide 5 - Tekstslide

Goedemorgen klas 1A
Wat gaan we doen? 
1. Grammatica: zinnen maken
Wat ga je leren?
*Je kunt een zin maken met een onderwerp, een werkwoord en een rest. *Je weet wat het onderwerp is in een zin. *Je weet wat een werkwoord is.
Hoe is het gegaan?

Huiswerk: 

Nodig:
etui
schrift
rode mapje Grammatica


Vrijdag 4 april 2025

Slide 6 - Tekstslide

onderwerp  en werkwoord
1. Ik eet een appel.
2. Jij loopt naar school.
3. Wij zitten in de klas.
4. Eten de kinderen hun brood?
5. Rennen de leerlingen door de school?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

persoonlijke voornaamwoorden
Mevrouw Langedijk = zij
Meneer Aay= hij
De tante = zij
De oom = hij
Michael = hij
Eva = zij
Michael en ik = wij
Michael en Eva = zij

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

persoonlijke voornaamwoorden
  • Ik loop naar ...........auto. Het is .............. auto
  • Zij schrijft met .......... pen. Het is ............pen.
  • Hij denkt aan ............. vriend. Het is .................vriend.
  • Jij gaat naar ........ fiets. - De fiets is van ..........
  • De mensen willen naar ...........  huis. Het huis is van ........
  • Wij geven bloemen aan ..........moeder. Het is .................moeder.
  • Jullie geven iets aan .......... vrienden. De vrienden zijn van.....

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Goedemiddag klas 1A
Wat gaan we doen? 
-schrijfopdrachten

Wat ga je leren? *je kunt een formulier invullen 
*je kunt een mail schrijven aan een docent. *Je weet
wat je boven en onder een mail schrijft.
Hoe is het gegaan?
Huiswerk? 
Nodig:
klanken kaartjes


Vrijdag 28 maart 2025

Slide 13 - Tekstslide

Formulier
Naam:
Adres:
Postcode:
Woonplaats:
Telefoonnummer:
Emailadres:
Geboortedatum: 

Slide 14 - Tekstslide

Goedemorgen klas 1A
Wat gaan we doen? 
1. Diglin of Disk
2. Kahoot over lijst 7
Wat ga je leren? 
*Je kunt Nederlandse woorden lezen en schrijven. 
Hoe is het gegaan?
Huiswerk
Nodig:
etui
Diglin boek
Chromebook
oortjes
Vrijdag 4 april 2025

Slide 15 - Tekstslide

Goedemiddag klas 3
Wat gaan we doen?  
1. Boekpresentatie: Milad en Ahmed
2. Grammatica:  zinnen met 2 werkwoorden. En vraagzinnen maken.
Boekje 3 > boekje 4> boekje 6
Klaar = 
3. Kahoot over WANT, OMDAT,  MAAR en ALS

Wat ga je leren? *Je kunt vragen maken met WANT, OMDAT, MAAR en ALS.
Hoe is het gegaan?
Huiswerk?  Toets over volgorde zinnen op vrijdag 11 april. 
Nodig:
Etui
Grammatica boekje 4
en boekje 6

vrijdag 4 april 2025

Slide 16 - Tekstslide

Onderwerp: wie of wat
De school is dicht vanwege vuurwerk.
Vandaag gaan de leerlingen naar een feest.
De auto's rijden veel te hard.

Slide 17 - Tekstslide

persoonsvorm en werkwoord
Ik ga lopen met mijn ouders.
De auto's zullen niet te hard rijden.
De kinderen van mijn zus, komen bij mij slapen.

Slide 18 - Tekstslide

Vraagzinnen
Met een vraagwoord:

Met de persoonsvorm:
Loop................................................................?
Rennen..........................................................?
Ga .....................................................................?

Slide 19 - Tekstslide

vraagzinnen maken
Met een vraagwoord: Waar? Wie? Wat? Wanneer? Hoe? Waarom?
Of:
Ik lees een boek.
Lees ik een boek?
Wij kopen eten.
........................................................?
Hij gaat naar de voetbal.
................................................................?
Zij wil graag schoenen kopen.
.......................................................................?

Slide 20 - Tekstslide

Zinnen met 2 werkwoorden
Onderwerp -  werkwoord -  rest - werkwoord: 
Wij zullen _______________________________
Jij moet ____________________________________
Hij zal ______________________________________
Ik ga _______________________________________
Wij mogen _________________________________________
Zij kunnen ________________________________________

Zeg tegen je buurman of buurvrouw.

Slide 21 - Tekstslide

Vraagzinnen maken
Ik ga naar huis > Ga ik naar huis?
Wij zijn bij de voetbal> Zijn wij bij de voetbal?

WELK WOORD STAAT VOORAAN?

Slide 22 - Tekstslide

Volgorde zinnen
Ik ga vanmiddag lekkere soep maken.
Wij willen morgen in de auto rijden.

REST:
wanneer > wat/waar

Slide 23 - Tekstslide

volgorde> 1. wanneer
Ik ga vandaag fietsen.
Vandaag .............................
Wij zullen morgen zwemmen.
Morgen....
De kinderen slapen in het weekend lekker lang.
In het weekend...................

Slide 24 - Tekstslide

Volgorde van woorden
  1.  zie-je-moe-er-zo-uit-waarom
  2. Waarom zie je er zo moe uit?
  3. Marjan - heeft- met-je-die-geholpen-toets?
  4. Heeft Marjan je geholpen met die toets?


Slide 25 - Tekstslide

Zinnen in andere volgorde
  • Ik ging gisteren om 23 uur naar bed.
  • Gisteren ging ik om 23 uur naar bed.
  • Mijn ouders zullen morgen boodschappen doen.
  • Morgen....
  • De meivakantie gaat op zaterdag 19 april beginnen.
  • ..........

Slide 26 - Tekstslide

Dit is het antwoord. Wat is de vraag?
  1. Mijn ouders wonen in Enkhuizen.
  2. Ik eet heel graag pizza met champignons.
  3. Soms, maar ik ga liever hardlopen. 

Slide 27 - Tekstslide

Maak een zin met:
WANT

Ik ga naar school, want............
Ik ga vasten, want.........................
Ik vind haar lief, want..........................

Slide 28 - Tekstslide

Maak een zin met..
OMDAT

Ik ga naar school, omdat..........
Ik ga vasten, omdat...........
Ik vind haar lief, omdat................

Slide 29 - Tekstslide

Want...........omdat
  • Ik ga sporten, want ik vind dat fijn.
  • Wij zijn moe, want we hebben veel gesport.
  • Ik ga sporten, omdat ik dat fijn vind.
  • Wij zijn moe, omdat we veel gesport hebben.

Slide 30 - Tekstslide

Zinnen met MAAR en ALS
Ik ga naar mijn werk, maar.................
Wij maken ons huiswerk, maar............................

Als ik groot ben, ...........
Ik ga werken, als.......................

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Woordweb

Goedemiddag klas 3
Wat gaan we doen? 
1. Checken 17.5 voor een inzetcijfer
2. Boekpresentatie van Batoul
3. Werken aan boekje 3

Wat ga je leren? *Je kent muziekwoorden van 17.3 en het werkwoord 'een hekel hebben aan' 
Hoe is het gegaan?
woensdag 9 april: toets woorden WT 17

Nodig:
etui
WT 17 leerboekje
Boekje 3 







vrijdag 28 maart 2025

Slide 33 - Tekstslide

Vul de goede vorm in
  1. spelen     Hij ............................. vroeger veel met autootjes.
  2. spelen     Zij hebben de hele middag in het water ..................................
  3. bereiken Ik ...................................  over twee jaar mijn doel.
  4. bereiken  Door hard werken heeft zij de top ............................................
  5. samenwerken    Wij ............................................................... vorig jaar goed ................................
  6. samenwerken    Ik .................................. morgen .......................................... met mijn vriendin.
  7. zingen        Hij ................................................. toen wij 3 jaar was, altijd liedjes.
  8. zingen        Zij hebben voor hun moeder een mooi lied .................................................
  9.  uitvoeren   ik heb een lied ..........................................
  10. houden van   Zij .........................................veel van haar man (nu, VTT).

Slide 34 - Tekstslide

Een hekel hebben aan...
Waar heb jij een hekel aan?
Ik heb een hekel aan.................................

Slide 35 - Tekstslide

(uitstappen)
A

Slide 36 - Quizvraag

Slide 37 - Tekstslide

Voorkant / kaft
-naam, klas, mentor
-foto van jezelf
-foto's of afbeeldingen van je hobby's, talenten: alles wat bij jou hoort!
-in word of powerpoint maken.
Klaar? > Delen met a.langedijk@atlascollege.nl

Slide 38 - Tekstslide

Woordenschrift
  • elke dag minimaal 10 nieuwe woorden in opschrijven:
  • zo opschrijven:
vrijdag 28 febr:
1.Stoppen   - eigen taal
2. .......
  • Na les NT2, biologie, economie, nask, mem.....alles kan!!
  • Waarom?  A2: 2000 woorden kennen. B1: 4500 woorden kennen. Je hebt dus heel veel nieuwe woorden nodig.

Slide 39 - Tekstslide