Les 5 belangengroepen

Voor de les begint
Pak je werkboekopdrachten er bij
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Voor de les begint
Pak je werkboekopdrachten er bij

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning van de laatste les
Onderdeel
Tijd
In stilte lezen
10 minuten
Praktische zaken
5 minuten
Terugblik 
5 minuten
Uitleg 
20 minuten
Leren voor de toets
Overige tijd

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen in stilte:


5.5 Het rode spook waart door Europa

Klaar? Beschrijf in je aantekeningenschrift het verschil tussen Liberalen en Sociaaldemocraten
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktische zaken: Wat leren voor de toets

Les 1: Oorzaken Industriële Revolutie (5.1)
- Leg de drie oorzaken waardoor de Industriële Revolutie in Engeland begon uit

Les 2: Ontwikkelingen en technologische innovaties (5.2)
-Door welke uitvindingen vond de overgang plaats van huisnijverheid naar het werken in fabrieken

Les 3 historische bronnen
--Je weet wat geschreven/ongeschreven bronnen zijn
- Je weet wat directe/indirecte bronnen zijn

Les 4 en 5 Sociale kwestie
-Waarom de sociale kwestie er was (5.3)
-Je kan de denkwijzen van liberalen,  confessionelen en  sociaaldemocraten herkennen en uitleggen (5.5)
-Waarom deed de overheid in het begin niet veel aan de slechte situatie van de arbeiders
-Hoe konden (en kunnen) arbeiders voor zichzelf opkomen, ondanks hun achtergestelde situatie

Toets
Volgende week donderdag
Leren
-Aantekeningen
-Begrippen
- 5.1 / 5.2 / 5.3 / 5.5

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik sociale kwestie

Pak je werkblad 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van de industrialisatie
Snelle groei van steden

Slide 6 - Tekstslide


Huisnijverheid (gedaan door boeren) kan niet meer concurreren tegen de fabrieken.
Arbeiders trekken naar de stad: urbanisatie
Steden groeien erg snel
Slechte woonomstandigheden

Slide 7 - Tekstslide

Slechte woningen (snel gebouwd dus: haastige spoed...)
Panden die niet als woning zijn bedoeld (zoals kelderwoningen)
Dichtbij fabrieken
Slechte hygiëne, riolering en watervoorziening
Werkomstandigheden

Slide 8 - Tekstslide

Saaaaaaaai (door arbeidsdeling/lopende band)
Lange werkdagen (14 uur per dag)
Gevaarlijk werk
Geen enkel recht
Lage lonen (bij fouten: loon inhouden)
Kinderarbeid

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Sociale Kwestie? 
  • ‘De rijken worden rijker, de armen worden armer’

  • Alleen ‘de rijken’ mogen stemmen

  • Hierdoor blijven ‘de rijken’ aan de macht

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg 5.5 Het rode spook waart door Europa
Leerdoelen: 
-Waarom deed de overheid in het begin niet veel aan de slechte situatie van de arbeiders
-Je kan de denkwijzen van liberalen, confessionelen en sociaaldemocraten herkennen en uitleggen
-Hoe konden (en kunnen) arbeiders voor zichzelf opkomen, ondanks hun achtergestelde situatie

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeiders staan buitenspel
Waarom doet de overheid in eerste instantie niet zoveel?

Slide 12 - Tekstslide

Vanaf de Verlichting: vrijheid, gelijkheid en broederschap.
Maar in de industriesteden was daar niks van te merken. Iedereen was arm en probeerde te overleven.
Sociale kwestie
Het liberalisme
  • Doel: Zoveel mogelijk vrijheid op alle gebieden van de samenleving


Adam Smith 
"De mens kan overleven, omdat hij aan zichzelf denkt. De overheid moet zich zo min mogelijk bezighouden met de individuele burger. Vrijheid staat centraal"
Volgens Adam Smith was de mens een beetje een egoïst, maar dat vond hij niet erg. Egoïsme zorgde er volgens hem juist voor dat mensen konden overleven.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dit is Adam Smith.  Hij was een liberale denker. Hij vond dat mensen zoveel mogelijk vrij gelaten moesten worden.
Volgens Adam Smith was de mens een beetje een egoïst, maar dat vond hij niet erg. Egoïsme zorgde er volgens hem juist voor dat mensen konden overleven.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Liberalen

  • Nachtwakersstaat: overheid zorgt alleen voor orde en veiligheid met goede wetten

  • Economie helemaal vrij laten

  • Sociale wetten kosten teveel geld

Liberalen dachten dus vooral aan de fabriekseigenaren en andere ondernemers

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie helpt de arbeiders?
Piet is 22 jaar en werkt in een fabriek. Piet doet heel eentonig werk en krijgt daar weinig voor betaald. Hij werkt 10 uur per dag, 7 dagen per week.

Piet wil wat aan zijn situatie veranderen, maar hoe?!
Waarom is het (in de 19e eeuw) niet verstandig om alleen in opstand te komen tegen je werkgever?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pogingen om de situatie van arbeiders te verbeteren



1. Stakingen
2. Oprichten van 'vakbonden'
3. Oprichten van politieke partijen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een vakbond?


- Vereniging van mensen die werken voor een baas
- Komt op voor de belangen van de leden

De vakbondmedewerker wordt afgebeeld als sterk persoon. Hij neemt het op voor de werknemers. 
De fabrikant / werkgever lijkt boos op de vakbondmedewerker

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Politieke partijen
Nederland kent drie grote politieke groepen: 

Socialisten (links),
Confessionelen (midden) 
Liberalen (rechts)
Deze politieke groepen hebben allemaal een andere oplossing voor de Sociale Kwestie, maar ook allemaal eigen belangen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Confessionelen
  • ngelijkheid omdat God het zo wil

  • Goede christenen helpen elkaar

  • Werkgevers en werknemers moeten er samen uitkomen
Confessie=geloof (Protestant/Rooms-katholiek)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De aanhangers van Marx waren enerzijds communisten zij wilden via een revolutie dat het kapitaal (het geld, de fabrieken) in handen zouden zijn van de staat.  Anderzijds waren er de sociaaldemocraten (socialisten)die  wilden dat de overheid met wetten zou komen tegen uitbuiting
Dit is Karl Marx. Hij kwam op voor de situatie van de arbeiders en wilde gelijkheid. Hij vond dat de fabrieken nooit in handen mochten zijn van één of een paar personen. Alles moest eerlijk gedeeld worden.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bourgeoisie tegenover proletariaat
Karl Marx: in de geschiedenis vindt er een strijd plaats tussen twee klassen (de rijken en de armen). Er moest volgens hem een revolutie door arbeiders plaatsvinden om deze strijd op te lossen.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de praktijk ontstonden er twee groepen:

1. communisten: zij geloofden dat een gewelddadige revolutie noodzakelijk was

2. sociaaldemocraten: zij wilden de situatie van de arbeiders verbeteren d.m.v. de wetgeving

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Socialisten
  • Overheid moet er alles aan doen om arbeiders te beschermen

  • Betere arbeidersomstandigheden (o.a. meer loon)

  • Om dit te bereiken: strijd voor algemeen kiesrecht 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 sociale wetten
  • Armenwet (1854)

  • 'Kinderwetje van Van Houten' (1874)

  • Leerplichtwet (1900), 
  • Woningwet (1901),
  • Ongevallenwet (1901)


    Let op: Meestal waren de uitkeringen erg laag en voor korte tijd

    Slide 26 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Praktische zaken: Wat leren voor de toets

    Les 1: Oorzaken Industriële Revolutie (5.1)
    - Leg de drie oorzaken waardoor de Industriële Revolutie in Engeland begon uit

    Les 2: Ontwikkelingen en technologische innovaties (5.2)
    -Door welke uitvindingen vond de overgang plaats van huisnijverheid naar het werken in fabrieken

    Les 3 historische bronnen
    --Je weet wat geschreven/ongeschreven bronnen zijn
    - Je weet wat directe/indirecte bronnen zijn

    Les 4 en 5 Sociale kwestie
    -Waarom de sociale kwestie er was (5.3)
    -Je kan de denkwijzen van liberalen,  confessionelen en  sociaaldemocraten herkennen en uitleggen (5.5)
    -Waarom deed de overheid in het begin niet veel aan de slechte situatie van de arbeiders
    -Hoe konden (en kunnen) arbeiders voor zichzelf opkomen, ondanks hun achtergestelde situatie

    Leren
    -Aantekeningen
    -Begrippen
    - 5.1 / 5.2 / 5.3 / 5.5

    Slide 27 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 28 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Verklaar de afbeelding:
    - Wat zie je?
    - Wat is de bedoeling van de maker?

    Slide 29 - Open vraag

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 30 - Video

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 31 - Video

    Deze slide heeft geen instructies