Les 5. H8 & H10 ZWRO

Inleiding financiële dienstverlening
Les 5. Hoofdstuk 8 & hoofdstuk 10
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Inleiding financiële dienstverlening
Les 5. Hoofdstuk 8 & hoofdstuk 10

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesbezoek volgende week
Hoe is de les vandaag opgedeeld? 
Aanwezigheid keuzedeel:
Namen examen 23 mei KD op vrijdag --> Tot 23 mei zijn dat 10 lessen = 30 uur.
Dit betekent dat een student maximaal 7,5 klokuur afwezig mag zijn. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdens een persoonlijk gesprek (face-to-face)...
A
Is non-verbale communicatie belangrijker dan verbale
B
Is verbale-communicatie belangrijker dan non-verbale
C
Kun je spreken zonder non-verbale communicatie te gebruiken
D
Vullen non-verbale communicatie en verbale elkaar aan

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden van Non-verbale communicatie zijn..
A
Knikken
B
Wenkbrauwen optrekken
C
Handgebaren maken
D
Rechtop staan/zitten

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je collega tijdens een vergadering zijn armen kruist...
A
Heeft hij het koud
B
Is hij het niet eens met wat wordt gezegd
C
Luistert hij aandachtig
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat draagt bij aan goede communicatie
A
Het maken van extra lange zinnen
B
Het praten in jargon zodat je professioneel overkomt
C
Het stellen van open vragen
D
Meer non-verbaal dan verbaal communiceren

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling 1. Er zijn verschillende soorten vergelijkingskaarten
Stelling 2. Het essentiële-informatiedocument (Eid) moet bij alle vormen van financiële dienstverlening aan de klant worden overhandigd
A
Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B
Stelling 2 is waar, stelling 1 is niet waar
C
Beide stellingen zijn waar
D
Beide stellingen zijn niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling 1. Het provisieverbod geldt voor alle verzekeringen
Stelling 2. Direct writing is het afsluiten van een financieel product via een tussenpersoon
A
Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B
Stelling 2 is waar, stelling 1 is niet waar
C
Beide stellingen zijn waar
D
Beide stellingen zijn niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling 1. Bij 'beleggen met advies' koopt en verkoopt de klant zelf de beleggingen
Stelling 2. De VIS-toets wordt gebruikt om te controleren of iemand als fraudeur bekend staat
A
Stelling 1 is waar, stelling 2 is niet waar
B
Stelling 2 is waar, stelling 1 is niet waar
C
Beide stellingen zijn waar
D
Beide stellingen zijn niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

H8. Integriteit en betrouwbaarheid
Leerdoelen
- Je weet wat (het belang van) integriteit is
- Je kent en herkent verschillende vormen van integriteitsschending 
- Je weet hoe je integer moet handelen in een professionele omgeving
- Je weet wat een VOG is en waarom deze wordt gebruikt 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is integriteit?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Integriteitsschending
Corruptie
Het aannemen van geld om dingen voor iemand te doen die verboden zijn

Fraude
Oplichting door het vervalsen van administratie of het niet nakomen van regels of wetten

Belangenverstrengeling 
Bijv. door twee functies uit te oefenen die invloed hebben op elkaar

Misbruik van informatie
Bijv. belangrijke informatie lekken naar iemand die daarvan kan profiteren 


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht: integriteit
Stap 1. Maak groepjes van drie of vier studenten
Stap 2. Schrijf individueel een korte casus over integriteit op 
Stap 3. Leg de casussen ondersteboven op tafel
Stap 4. Eén student pakt een casus en geeft aan hoe hij in die situatie zou handelen. De student geeft ook aan waarom hij dit wel/niet integer vindt 
Stap 5. De overige studenten geven feedback over zijn wel/niet integer handelen 
Stap 6. Herhaal stap 4 en 5 totdat iedereen een casus heeft gepakt 
Stap 7. Leg aan elkaar uit of je jezelf integer vindt of niet. Leg ook uit waarom je dit vindt 

Voorbeeld
Je ziet dat een collega zijn portemonnee met daarin €200,- op zijn bureau heeft laten liggen


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus: integriteit
Je bent aan het werk als hypotheekadviseur. Een klant komt voor informatie: hij wil graag weten hoeveel hij kan lenen met zijn huidige loon. Jullie kennen elkaar van vroeger en hebben hierdoor meteen een goed gesprek. Je vertelt de klant alles over hypotheken en stelt goede vragen. Hij vertelt je in goed vertrouwen dat hij niet weet of hij zijn baan wel kan houden, omdat het financieel niet goed gaat met het bedrijf waar hij werkt. Mogelijk gaan er mensen ontslagen worden. 

Schrijf voor jezelf op hoe de medewerker in deze situatie het beste kan handelen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)
Inhoud
- Bewijs van goed gedrag
- Aan te vragen bij de gemeente
- Noodzakelijk binnen de financiële dienstverlening
- Je toont je gedrag uit het verleden aan 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H10. Klantbeheer en doorverwijzen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het belangrijk om aan klantbinding te doen?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Klantbinding
'Een nieuwe klant werven kost gemiddeld vijfmaal meer tijd dan een bestaande klant behouden'

Basis voor klantbinding
- Een sterk merk
- Een marktconforme prijs
- Een betrouwbare leverancier met een goed imago
- Kwalitatief goede producten en diensten leveren
- Een goede klantenservice 
 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bestaande klanten
'Ongeveer 20% van de klanten zorgt voor 80% van de omzet'

Haal meer uit bestaande klanten
- Klantgericht handelen (behoefte)
- Weet waarom de klant voor jou kiest 
- Besparen door kennis (nieuwe ontwikkelingen)
- Goede aftersales (klachtenafhandeling) 
 

Slide 19 - Tekstslide

Klanttool & verkoopgesprek Verheijen uitleggen
Relatiebeheer
Aandacht
Goed relatiebeheer draait om voldoende aandacht schenken aan de klant
- Bedankje (presentje) 
- Spontaniteit (nieuwsberichtje) 
- Nieuwsbrief (maar niet te vaak)
- Life events (huwelijk, overlijden)

 
 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke eigenschappen horen bij een goede adviseur?

Slide 21 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De adviseur
Eigenschappen van een 'goede' adviseur 
- Sociaal vaardig
- Goed kunnen luisteren 
- Inlevingsvermogen hebben
- Snel verbanden kunnen leggen
- Kunnen adviseren
- Breed geïnteresseerd zijn (algemene kennis)
- Hulpvaardig zijn 
 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Protocollen en procedures
Protocol 
Een document waar in staat hoe je je moet gedragen, of hoe je moet werken (algemeen)

Procedure
Stappenplan hoe je een bepaalde taak moet uitvoeren (specifiek)  

Voorbeeld protocol of procedure? 

Slide 23 - Tekstslide

VOORBEELD
Protocol: ontruiming
Procedure: verkoopgesprek telefoon
Doorverwijzen
Benodigdheden
- Kennis over de functies van collega's
- Kennis over de inhoud van verschillende functies en bevoegdheden
- Kennis over procedures binnen het bedrijf waar je voor werkt
- Kennis over jouw eigen bevoegdheden
- De exacte vraag van de klant 


 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Wat staat er nog op de planning?

Hoe was het vandaag? 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies