P3_6_Hoe beantwoord je open vragen op het eindexamen Nederlands?

Hoe beantwoord je open vragen op het eindexamen Nederlands?
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Hoe beantwoord je open vragen op het eindexamen Nederlands?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het einde van deze les weet je hoe je open vragen op het eindexamen Nederlands moet beantwoorden.

Slide 2 - Tekstslide

Introduceer het leerdoel van de les en vertel wat de studenten zullen leren.
Wat weet je al over het beantwoorden van open vragen op het eindexamen Nederlands?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn open vragen?
Open vragen zijn vragen waarbij je niet alleen 'ja' of 'nee' als antwoord kunt geven. Je moet zelf een antwoord formuleren.
Hier vallen ook de alineavragen onder.

Slide 4 - Tekstslide

Definieer open vragen en leg uit waarom ze belangrijk zijn op het eindexamen.
Begrijp de vraag
Lees de vraag zorgvuldig en onderstreep belangrijke informatie. Controleer of je de vraag goed begrijpt.

Slide 5 - Tekstslide

Leg uit hoe belangrijk het is om de vraag goed te begrijpen voordat je begint met het beantwoorden ervan.
Voorbeelden
Voorbeeld 1
Voorbeeld 2

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoek naar aanwijzingen
Zoek in de tekst naar aanwijzingen die je kunnen helpen bij het beantwoorden van de vraag.

Slide 7 - Tekstslide

Leg uit hoe je aanwijzingen in de tekst kunt vinden en waarom ze belangrijk zijn bij het beantwoorden van de vraag.
Noteer je antwoord
Noteer je antwoord zo duidelijk mogelijk. 

Slide 8 - Tekstslide

Leg uit waarom het belangrijk is om je antwoord te controleren voordat je het inlevert.
Controleer je antwoord
Controleer of je antwoord duidelijk en compleet is. Controleer je spelling en grammatica.
Aantal woorden?
Complete zinnen?
Alle onderdelen van de vraag beantwoord?

Slide 9 - Tekstslide

Leg uit waarom het belangrijk is om je antwoord te controleren voordat je het inlevert.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tips
Wees duidelijk en compleet in je antwoord. Gebruik aanwijzingen uit de tekst om je antwoord te onderbouwen. Controleer je antwoord op spelling en grammatica.

Slide 11 - Tekstslide

Geef enkele tips die studenten kunnen helpen bij het beantwoorden van open vragen op het examen.
Oefening baart kunst
Oefen met oude examenvragen en kijk je antwoorden heel secuur na.

Slide 12 - Tekstslide

Moedig studenten aan om te blijven oefenen met oude examenvragen en feedback te vragen aan hun docent.
Oefentekst
Wordt uitgedeeld in de les.
Stop nou toch eens met kinderidolen op junkfood

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak de vragen bij de tekst

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(32) Het gebruik van Nijntje en andere kinderidolen op voedselverpakkingen
moet ouders aanzetten om het product te kopen.
Hoe wordt in tekst 4 de verkooptruc om dit te bereiken genoemd?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(33) “maar in de echte wereld […] is het continu balanceren.” (regels 21-24)
Tussen welke twee zaken in de echte wereld is het continu balanceren
volgens alinea 2?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(34) In de alinea’s 4, 5 en 6 worden voedingsfabrikanten twee verwijten
gemaakt.
Welke twee verwijten zijn dat?
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(35) In de alinea’s 7, 8 en 9 worden ook het kabinet verschillende verwijten
gemaakt met betrekking tot de voedingsindustrie.
Noem drie verschillende verwijten.
Geef antwoord in een of meer volledige zinnen.

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

(36) Volgens tekst 4 verleidt de voedingsindustrie nog steeds kinderen tot het
eten van ongezonde producten.
Wat is daarvan de uiteindelijke oorzaak volgens tekst 4?
A
De voedingsindustrie trekt zich niets aan van de regels die ze zichzelf heeft opgelegd.
B
De voedingskundige criteria zijn zo nietszeggend dat ook ongezond voedsel als gezond voedsel kan worden bestempeld.
C
Het kabinet heeft geen duidelijk voedselbeleid, waardoor de voedselindustrie haar gang kan gaan.
D
Kinderen zijn erg gevoelig voor de kinderidolen en jengelen bij hun ouders net zolang totdat die ongezonde producten kopen.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

(37) In de alinea’s 5 tot en met 7 maakt de schrijver drie keer gebruik van het
woordje “zelfs”.
Wat drukt het meermaals gebruiken van het woordje “zelfs” hier uit?
Het meermaals gebruiken van “zelfs” geeft uitdrukking aan
A
arrogantie
B
cynisme
C
hoop
D
verontwaardiging

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 37
D
Het eerste 'zelfs': 'De criteria zijn echter zo slap dat zelfs diverse soorten chips, koekjes, frisdrank en ijsjes als "niet ongezond" worden beschouwd.' (r. 62-65)  Anders gezegd: die criteria zijn wel heel erg slap!

Het tweede 'zelfs': 'Zo lijkt zelfs een Nijntje-koekje met pakweg een kwart (23%) suiker ineens gezond.' (r. 68-70).  Anders gezegd: waardeloze criteria

Het derde 'zelfs': 'Nu heeft feitelijk de staatssecretaris zelfs meegewerkt aan het misleiden van consumenten door de voedingsindustrie.' (r. 82-85)
Anders gezegd: de staatssecretaris heeft de indruk gewekt iets aan het probleem te doen, maar hij blijkt er niets tegen te doen.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(38) Welke van de onderstaande uitspraken geeft de hoofdgedachte van
tekst 4 het best weer?
De politiek moet
A
actief beleid ontwikkelen om reclame voor ongezonde producten te verbieden en ervoor zorgen dat de voedingsindustrie zich houdt aan de voedingskundige criteria.
B
actief beleid ontwikkelen zodat ook gezonde producten aantrekkelijker worden voor kinderen waardoor de jengelfactor zich niet alleen richt op ongezonde producten.
C
de voedingsindustrie dwingen de gemaakte belofte na te komen en richtlijnen opstellen die promotie van gezonde producten voor kinderen versnelt.
D
de voedingsindustrie dwingen zich aan haar belofte te houden en actief beleid ontwikkelen om promotie van ongezonde producten voor kinderen tegen te gaan.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 38
De belofte van de voedingsindustrie: 'In 2016 kondigde de staatssecretaris (...) aan dat de koepelorganisatie van de voedingsfabrikanten hem had toegezegd dat de kinderidolen op een deel van het junkfood in de loop van 2017 zouden verdwijnen.' (r. 39-45)

De alinea's 4-10 gaan erover dat de politiek moet optreden omdat die belofte niet wordt nagekomen. Dat het de schrijver hierom gaat, kun je goed zien aan de laatste alinea: 'Komende weken komen er belangrijke voedseldebatten aan in de Tweede Kamer. Het is dé kans voor onze politici om te laten zien dat zij zich niet zomaar laten beetnemen.' (alinea 10)

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn er nog vragen?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies