3HV unité 3 apprendre 3 - le verbe écrire

Bonjour!
aujourd'hui dans la leçon:

écrire (schrijven)
décrire (beschrijven)
s'inscrire (inschrijven)

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Bonjour!
aujourd'hui dans la leçon:

écrire (schrijven)
décrire (beschrijven)
s'inscrire (inschrijven)

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Na deze les ...
kan ik het werkwoord écrire in een zin gebruiken. 

Mais d'abord: une chanson! Om er een beetje in te komen :)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

De titel van het liedje is 'on écrit sur les murs'. Wat betekent dit?
A
Zij schrijven op de muren.
B
We schrijven op de muren.

Slide 5 - Quizvraag

On écrit sur les murs
Lees de eerste alinea: 

On écrit sur les murs le nom de ceux qu'on aime
Des messages pour les jours à venir
On écrit sur les murs à l'encre de nos veines
On dessine tout ce que l'on voudrait dire


Slide 6 - Tekstslide

'On écrit sur les murs le nom de ceux qu'on aime'. Wat wordt er op de muren geschreven?
A
Een liefste wens.
B
Namen van personen van wie ze houden.
C
Mooie karaktereigenschappen van anderen.

Slide 7 - Quizvraag

'On écrit sur les murs'. In welke tijd wordt het werkwoord écire in de titel gebruikt?
A
présent
B
passé composé
C
imparfait
D
futur

Slide 8 - Quizvraag

Le verbe écrire au présent

Slide 9 - Tekstslide

écrire
j'
tu
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
écris
écris
écrit
écrivons
écrivez
écrivent

Slide 10 - Sleepvraag

ik schrijf
A
je écris
B
j'écris
C
j'écrit
D
j'écrire

Slide 11 - Quizvraag

jullie schrijven
A
vous écrivez
B
vous écrirez
C
nous écrirons
D
nous évrivons

Slide 12 - Quizvraag

___ une lettre à votre grand-mère. (wij schrijven)
A
Nous écrivons
B
Vous écrivez

Slide 13 - Quizvraag

___ un mail. (ik schrijf)
A
J'écris
B
J'écrivais

Slide 14 - Quizvraag

Vul zelf in. ___ avec un stylo? (Schrijf jij)

Slide 15 - Open vraag

Vul zelf in. ___ un message sur Insta. (zij schrijft)

Slide 16 - Open vraag

Le verbe écrire au passé composé

Slide 17 - Tekstslide

Bij het werkwoord écrire gebruik ik in de passé composé het hulpwerkwoord ___.
A
avoir
B
être

Slide 18 - Quizvraag

nous avons écrit
A
wij hebben geschreven
B
jullie hebben geschreven
C
wij schreven
D
jullie schreven

Slide 19 - Quizvraag

ai écrit
as écrit
a écrit
avons écrit
avez écrit
ont écrit
J' ___
Tu ___
Il, elle, on ___
Nous ___
Vous ____
Ils, elles ___

Slide 20 - Sleepvraag

Le verbe écrire à l'imparfait

Slide 21 - Tekstslide

imparfait
  • Neem de nous-vorm van de présent (nous écrivons)
  •  Haal -ons eraf
  • Voeg de juiste uitgang toe (-ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient) 

Slide 22 - Tekstslide

___ la phrase au tableau. (jullie schreven)
A
Vous écrivez
B
Vous écriviez

Slide 23 - Quizvraag

___ un livre (zij schreven, m.)
A
Ils écriront
B
Ils écrivaient

Slide 24 - Quizvraag

Vul zelf in. ___ avec un crayon. (hij schreef)

Slide 25 - Open vraag

Vul zelf in. ___ . (wij schreven)

Slide 26 - Open vraag

Le verbe écrire futur

Slide 27 - Tekstslide

futur
  • Neem het hele werkwoord (écrire)
  • Haal de -e eraf (écrir)
  •  Voeg de juiste uitgang toe (-ai, -as, -a, ons, -ez, -ont) 

Slide 28 - Tekstslide

ik zal schrijven
Jij zult schrijven
Hij zal schrijven
Wij zullen schrijven
Jullie zullen schrijven
Zij zullen schrijven
nous écrirons
Vous écrirez
Ils écriront
J'écrirai
Tu écriras
Il écrira

Slide 29 - Sleepvraag

___ un message sur Facebook. (zij zullen schrijven, v.)
A
Elles écriront
B
Elles écrirons

Slide 30 - Quizvraag

___ une lettre à son grand-père. (Jules zal schrijven)
A
Jules écrira
B
Jules écriras

Slide 31 - Quizvraag

Vul zelf in. ___ ses données. (zij zal schrijven)

Slide 32 - Open vraag

Vul zelf in. ___ un article sur le le changement climatique. (ik zal schrijven)

Slide 33 - Open vraag

Des questions?

Slide 34 - Tekstslide

Les devoirs
Faire ex. 8!

Slide 35 - Tekstslide