C5 §7 aanw. vnw + Thema D §2

Leg je deze materialen op tafel?
Ipad
lesboek
schrift
leesboek 
pen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Leg je deze materialen op tafel?
Ipad
lesboek
schrift
leesboek 
pen

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we deze les doen?
1) Leeskwartiertje
2) Thema B Mysterie, §3 Podcasts
3) Aanwijzend voornaamwoorden
4) Boggle


Doel: Je herkent aanwijzende voornaamwoorden in zinnen en kunt ze zelf in een zin plaatsen.
Doel: Je kunt vertellen wat podcasts zijn en weet kenmerken te benoemen

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
timer
12:00

Slide 3 - Tekstslide

Thema B: introductie
Thema B: 
Thema B:  Mysteries

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Thema B Mysterie
Opdracht blz. 132/133
We maken samen opdracht 1, 2 en 3




Hoe: We maken het samen
Nodig: Je lesboek en een pen




Slide 6 - Tekstslide

Volgorde aanbieden woordsoorten
Les 1 herhalen woordsoorten vorig schooljaar
Les 2 voegwoorden herkennen
Les 3 persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord
Les 4 aanwijzend voornaamwoord
Les 5 vragend voornaamwoord
Les 6 mixopdrachten

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Link

Aanwijzend voornaamwoord
Een aanwijzend voornaamwoord wijst meestal een mens, dier of ding aan. 

Deze vrouw, dat paard, die fiets. 

Slide 9 - Tekstslide

Aanwijzend voornaamwoord
De - woorden:  deze - die 
Het - woorden: dit - dat

Voorbeeld: 
de deur - deze deur - die deur
het huis - dit huis - dat huis

Slide 10 - Tekstslide

Aanwijzend voornaamwoord
Maar ook: zulk - zo'n - dergelijk

Voorbeeld:
zo'n deur, een dergelijke deur
zulke ideeën, dergelijke ideeën



Slide 11 - Tekstslide

Aanwijzend voornaamwoord
Een aanwijzend voornaamwoord kan voor een zelfstandig naamwoord staan, maar het kan ook alleen staan. Als het alleen staat, kun je het zelfstandig naamwoord er soms wel achter denken.

Deze app is gratis, maar die (app) niet.
Met dit oog zie ik beter dan met dat (oog).




Slide 12 - Tekstslide

Let op!
De woorden dat en die behoren tot meer woordsoorten, het zijn dus niet ALTIJD aanwijzende voornaamwoorden.

Controleer altijd of je ze kunt vervangen door dit en deze. Dan zijn het aanwijzende voornaamwoorden.




Slide 13 - Tekstslide

Persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden
Opdracht:
1. Maak op blz. 210/211 opdracht 1, 2, 3 en 4.1 in je boek.
2. Maak het stencil, klaar? Lever het in met je naam erop
3. Ga naar taaloefenen.nl en oefen daar de woordsoorten op niveau 2.




Hoe: Je werk zoveel mogelijk alleen, volgorde mag je zelf bepalen
Nodig: Je lesboek, schrift, Ipad en een (markeer)pen
Klaar? Speel 8 levels Wordsnack




timer
20:00

Slide 14 - Tekstslide

Volgende les
Les 1 herhalen woordsoorten vorig schooljaar
Les 2 voegwoorden herkennen
Les 3 persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord
Les 4 aanwijzend voornaamwoord
Les 5 vragend voornaamwoord
Les 6 mixopdrachten

Slide 15 - Tekstslide

Boggle
timer
3:00

Slide 16 - Tekstslide