GS5 WOI Amerika doet mee_nabeschouwing

GS5 WOI Amerika doet mee
Voorbereiding
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 9 min

Onderdelen in deze les

GS5 WOI Amerika doet mee
Voorbereiding

Slide 1 - Tekstslide

Zet in de juiste volgorde in tijd
Moord op Frans Ferdinand
Duitsland verklaart de oorlog aan Rusland
Von Schlieffenplan wordt uitgevoerd
Soldaten graven zich in, in loopgraven
Duitse keizer sluit een bondgenootschap met Oostenrijk-Hongarije

Slide 2 - Sleepvraag

Oorzaken
Aanleiding
Gevolg
Oorzaken: omstandigheden die maakt dat iets ontstaat.
Aanleiding: De belangrijkste oorzaak waaardoor iets ontstaat
Gevolg: Hetgeen dat ontstaat door omstandigheden
Imperialisme
Eerste Wereldoorlog
Nationalisme
Wapenwedloop
Moord op Franz Ferdinand
Bondgenootschappen

Slide 3 - Sleepvraag

Wat was het doel van het Von Schlieffenplan?
A
zorgen dat de tegenstanders van Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwamen
B
zorgen dat Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwam
C
voorkomen dat de tegenstanders van Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwamen
D
voorkomen dat Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwam

Slide 4 - Quizvraag

De tank werd tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst als wapen ingezet. Voor welke wapens geldt hetzelfde?
A
de atoombom, de auto, de duikboot
B
het vliegtuig, de auto, de duikboot
C
het gifgas, het vliegtuig, de duikboot
D
de atoombom, het gifgas, de duikboot

Slide 5 - Quizvraag

Een loopgravenoorlog is een oorlog die wordt uitgevochten vanuit schuilplaatsen in de grond:
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quizvraag

In een loopgravenoorlog ligt het front langdurig op dezelfde plaats:
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd in West-Europa een loopgravenoorlog uitgevochten
A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Een loopgravenoorlog kan nooit een tweefrontenoorlog zijn:
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

In de Eerste Wereldoorlog vochten, vooral aan Britse en Franse zijde mensen uit hun kolonies mee.

Maak de zin af. Dat mensen uit de kolonies meevechten, is voornamelijk een gevolg van ...
A
het nationalisme
B
het modern imperialisme
C
de bondgenootschappen
D
het militarisme

Slide 10 - Quizvraag

De tank werd tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst als wapen ingezet. Voor welke wapens geldt hetzelfde?
A
de atoombom, de auto, de duikboot
B
het vliegtuig, de auto, de duikboot
C
het gifgas, het vliegtuig, de duikboot
D
de atoombom, het gifgas, de duikboot

Slide 11 - Quizvraag

Je kent het verschil tussen oorzaak en aanleiding. Twee zinnen daarover:

I De aanleiding heeft altijd met geweld te maken. Het is een oorlog, of een moord, of een vechtpartij. Oorzaken hebben niet altijd met geweld te maken.

II De aanval van Duitsland op België en Frankrijk was de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog
A
Zin I is juist, zin II is onjuist.
B
Zin I is onjuist, zin II is juist.
C
Zin I en II zijn allebei juist.
D
Zin I en II zijn allebei onjuist.

Slide 12 - Quizvraag

'Je sprong in een bomtrechter en je deed je broek naar beneden om je behoefte te doen. Je nam de tijd, je trok je broek weer op, en een paar dagen later liet je huid ineens los. Je werd rood van kleur, je keek zó op het rauwe vlees. Je vlees was bedekt met druipende blaren, die verspreid waren over je dijen en over alle delen van je lichaam die aan de lucht waren blootgesteld.'

Wat voor aanval beschrijft deze Britse soldaat?

Slide 13 - Open vraag

Wat was het doel van het Von Schlieffenplan?
A
zorgen dat de tegenstanders van Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwamen
B
zorgen dat Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwam
C
voorkomen dat de tegenstanders van Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwamen
D
voorkomen dat Duitsland in een tweefrontenoorlog terechtkwam

Slide 14 - Quizvraag

Waar liep het westelijk front?
A
van het noorden van België, via het noorden van Frankrijk, naar de Zwitserse grens
B
van het zuidwesten van België, via het noorden van Frankrijk, naar de Duitse grens
C
van het noorden van België, via het noorden van Frankrijk, naar de Duitse grens
D
van het zuidwesten van België, via het noorden van Frankrijk, naar de Zwitserse grens

Slide 15 - Quizvraag

Klik op de vraagtekens om de zinnen te bekijken
Waarom is 1917 een keerpuntjaar?
Sleep de zinnen naar de juiste plek
Duitsland geeft zich over
Frankrijk geeft zich over
De Verenigde Staten stoppen met de oorlog
Franz-Ferdinand wordt vermoord
Na de Russische Revolutie stopt Rusland met de oorlog
Duitsland wordt bondgenoot van Rusland
De Verenigde Staten doen mee met de oorlog
Nederland wordt neutraal

Slide 16 - Sleepvraag

Een totale oorlog is een oorlog:
A
Waarbij veel landen zijn betrokken.
B
Waarin het hele volk wordt ingeschakeld.
C
Waarin zowel te land als ter zee wordt gevochten.
D
Waarin veel soldaten sneuvelen.

Slide 17 - Quizvraag

Er worden vier begrippen uitgelegd. Drie definities zijn fout. Welk begrip wordt goed uitgelegd?
A
Een totale oorlog is een oorlog waarbij niet alleen het leger, maar de hele samenleving betrokken is.
B
Modern imperialisme is het veroveren van gebieden in andere werelddelen om militaire redenen, en omdat het aanzien en macht oplevert.
C
Nationalisme is trots zijn op je eigen leger.
D
Een wapenwedloop is een 'wedstrijd' tussen landen wie het eerst zijn wapens aan het front kan hebben.

Slide 18 - Quizvraag

In welk jaar was de Kaiserschlacht?
A
1914
B
1917
C
1915
D
1918

Slide 19 - Quizvraag

Noem twee redenen waarom Amerika mee ging doen aan de oorlog?

Slide 20 - Open vraag

Noem twee redenen waar de Eerste Wereldoorlog een wereldoorlog wordt genoemd?

Slide 21 - Open vraag

Hoe heet Rusland van 1917 - 1991?
A
Sovjet Unie
B
Russische federatie
C
Rusland
D
Oekraine

Slide 22 - Quizvraag

Wie greep de macht in Rusland in 1917?
A
Lenin
B
Trotsky
C
Stalin
D
Molotov

Slide 23 - Quizvraag

Waarom hielp de Duitse keizer mee met de staatsgreep in Rusland?
A
Hij was het eens met Lenin en wilde helpen.
B
Hij vond het zielig dat 2 soldaten maar 1 geweer kregen
C
Hij wilde de oorlog stoppen met Rusland.
D
Hij heeft Lenin helemaal niet meegeholpen.

Slide 24 - Quizvraag

Leg uit waarom de Duitse keizer de oorlog met Rusland wilde stoppen?

Slide 25 - Open vraag