37.Stunde 2HV 24-25

 2 Min. Zeit läuft jetzt
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

 2 Min. Zeit läuft jetzt

Slide 1 - Tekstslide

Herzlich Willkommen
                  1.Setz dich bitte.

                  2. Lege dein AB, TB, Heft und Kuli auf den Tisch.

                 3. Ruhe.

Slide 2 - Tekstslide

Dein Lernziel
Du kannst Fragen über Lesetexte beantworten
Du kennst die Namen von Kleidern auf Deutsch

Slide 3 - Tekstslide

Was machen wir heute?
HA- Kontrolle
 S: 14: Grammatik   - Kontrolle             
 Lezen : Klamotten- Fragen beantworten ( Na Klar?!)
Wortschatz: Klamotten - Kontrollaufgabe
Toets (besprechen?)




Slide 4 - Tekstslide

Toetsen Periode 3
week 16: 17/ 4 (do)Toets: WS (S8-16 ) + GR: Verben/Fälle (3x)
week 21: 23/5 (vr)   Luistertoets (3x)
week 26: toetsweek:  Lezen + Grammatica of  alleen Lezen (wb)

week 15: Rollenspiel/ Präsentation: Kleider kaufen/ Modeshow
week 23: Rollenspiel: im Restaurant
week 24: Bewertung Schreiben ( optioneel voor een cijfer)

Slide 5 - Tekstslide

Toetsen Periode 3
week 16: 15/ 4 (di)Toets: WS (S8-16 ) + GR: Verben/Fälle (3x)
week 21: 23/5 (vr)   Luistertoets (3x)
week 26: toetsweek:  Lezen + Grammatica of  alleen Lezen (wb)

week 15: Rollenspiel/ Präsentation: Kleider kaufen/ Modeshow
week 23: Rollenspiel: im Restaurant
week 24: Bewertung Schreiben ( optioneel voor een cijfer)

Slide 6 - Tekstslide

Rolle A
Hallo, hoe gaat het met jou?
Hoeveel zakgeld krijg jij?
Wat doe je met jouw zakgeld?
Krijg je genoeg ( genug) zakgeld?
Wat kan je doen voor (für) meer zakgeld?



Rolle B
Hallo, het gaat goed.
Ik krijg ..............Euro per maand.
Eigen antwoord.
Nee, ik heb niet genoeg zakgeld.
Eigen antwoord.

Slide 7 - Tekstslide

Rolle A
Hallo, wie geht es dir?
Wieviel Taschengeld bekommst du?
Was machst du mit deinem Taschengeld?



Bekommst du genug Taschengeld?

Was kannst du machen für mehr T.?
Rolle B
Hallo, es geht mir gut
Ich bekomme...........Euro pro Monat.
Ich kaufe damit Süßigkeiten, ich kaufe damit Kleider/Klamotten, Ich kaufe damit Spiele. Ich spare mein Taschengeld

Nein, ich habe nicht genug Taschengeld.
Ich könnte sparen. Ich könnte .....

Slide 8 - Tekstslide

Was stimmt?
Ist es dir recht?
Mich/Mir/ich ist es recht
A
Mich
B
Mir
C
ich

Slide 9 - Quizvraag

Er sucht (zij(ev)...............
A
ihr
B
sie
C
ihnen

Slide 10 - Quizvraag

Das ist ( jullie) .............egal
A
ihr
B
euch
C
euer

Slide 11 - Quizvraag

Übersetze: Hij is misselijk
A
Er ist schlecht
B
Ihm ist übel
C
Ihn ist schlecht
D
Er ist übel

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de 3e nv van: ik , zij, jullie, U
A
ich, ihr, ihr, Sie
B
mir, sie, euch, Sie
C
mir, ihr, euch, Ihnen
D
mir, sie, ihr, Ihnen

Slide 13 - Quizvraag

Du kaufst ... neue Klamotten. (mv)
A
dich
B
dir

Slide 14 - Quizvraag

Ihr........ Klamotten (mv)
A
ihr
B
ihre

Slide 15 - Quizvraag

Vertaal naar het Nederlands: die Klamotten
A
de motten
B
de marmotten
C
de kleren
D
de

Slide 16 - Quizvraag

Wie geht es euch?

Slide 17 - Tekstslide

Wie geht es euch? 

Slide 18 - Tekstslide

                Wiederholung
1. haben/ sein vervoegen                     8.  naamval:1e + 4e naamval
2. zwak werkwoord vervoegen          9. persoonlijke vnw
3. tellen
4. kloktijd
5. w-vragen
6. sterke werkwoorden
7.  bezittelijke vnw                                

Slide 19 - Tekstslide

                      Schritt 14
Was lernen wir in Schritt 14?     S. 39

Aufgaben   : S. 39    / Nr.  14A -14C       machen  / Besprechen               
timer
15:00

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Was ist das?

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

HA für Montag

Lernen:  
Wortschatz :   Wortschatz : Kleider (S. 136 ) (S13 herhalen )

Machen:
                       



Slide 25 - Tekstslide

Rolle A
Hallo, hoe gaat het met jou?
Wat doe je vandaag?
Hoe laat begint jouw school?
Wat is jouw lievelingsvak?
Wanneer is jouw eerste pauze?
Hoe laat ben je klaar ?
Wat doe je vanavond?
Hoe laat ben je thuis?


Rolle B
Hallo, het gaat goed.
Ik ga naar school.
Mijn school begint om 8.30 uur
Muziek vind ik leuk.
Wij hebben om 11 uur pauze.
Ik ben om 14.20 uur klaar.
Ik heb hockey.
Ik ben om 19.45 uur thuis.

Slide 26 - Tekstslide

Rolle A
Hallo, wie geht es dir?
Was machst du heute?
Wie spät fängt die Schule an?
Was ist dein Lieblingsfach?
Wann hast du die erste Pause?
Wie spät bist du fertig?
Was machst du heute Abend?
Wie spät bist du zu Hause?

Rolle B
Hallo, es geht mir gut
Ik gehe in die Schule.
Meine Schule fängt um 8.30 Uhr an.
Musik macht Spaß/ finde ich toll.
Wir haben um 11 Uhr Pause
Ich bin um 14.20 Uhr fertig.
Ich habe Hockey. 
Ich bin um 19.45 Uhr zu Hause.

Slide 27 - Tekstslide

      Wortschatz/ Übersetze
1. de buurman heeft dorst.
2. hoe laat komt zijn broer?
3. het meisje heeft geen honger.
4. Ich habe meine Grundschule abgeschlossen
5. Ich fange jeden Tag um 8 Uhr an.
6. Manchmal finde ich Mathe schwierig.

Slide 28 - Tekstslide

      Wortschatz/ Übersetze
1. de buurman heeft dorst.
2. hoe laat komt zijn broer?
3. het meisje heeft geen honger.
4. Ik heb mijn basisschool voltooid.
5. ik begin iedere dag om 8 uur.
6. Soms is wiskunde moeilijk.

Slide 29 - Tekstslide

      Wortschatz/ Übersetze
1. Meine Mutter liest jeden Abend ein Märchen vor.
2. Wir haben noch zu wenig gelernt.
3. Kannst du mir einige Beispiele nennen.
4. Zum Geburtstag habe ich viele (cadeau's) bekommen.
5. Kannst du das bitte stehen (laten).
6. Ich finde deine ( tekeningen) immer toll.

Slide 30 - Tekstslide

      Wortschatz/ Übersetze
1. Meine Mutter liest jeden Abend ein sprookjevor.
2. Wir haben noch zu wenig geleerd.
3. Kannst du mir einige voorbeelden nennen.
4. Zum Geburtstag habe ich viele (Geschenke) bekommen.
5. Kannst du das bitte stehen (lassen).
6. Ich finde deine ( Zeichnungen) immer toll.

Slide 31 - Tekstslide

      Wortschatz/ Übersetze
1. Der Nachbar hat Durst
2. Wie spät kommt sein Bruder?
3. Das Mädchen hat keinen Hunger.
4. Ich habe meine Grundschule abgeschlossen.
5. Ich fange jeden Tag um 8 Uhr an.
6. Manchmal finde ich Mathe schwierig.

Slide 32 - Tekstslide

Was haben wir bisher gelesen?

Slide 33 - Tekstslide

Waarom heet Albert Einstein?
A
hij is goed in Natuurkunde
B
het is zijn achternaam
C
hij is een genie in wiskunde
D
hij is een genie op school

Slide 34 - Quizvraag

wat betekent: von der Schule fliegen
A
van school afgaan
B
blijven zitten
C
van school vliegen

Slide 35 - Quizvraag

Wat weet je over Dr. Schmidt?
A
hij is aardig
B
hij is heel modern
C
hij geeft Duits
D
zijn leerlingen vinden hem niet leuk

Slide 36 - Quizvraag

welke bewering klopt niet
A
Moon 's moeder komt uit Korea
B
Olli's oma is op bezoek
C
Olli gedraagt zich de laatste tijd raar
D
Jessica en Einstein hebben een relatie

Slide 37 - Quizvraag

wie zoekt Einstein in hoofdstuk ( Kapitel) 1
A
Moon
B
Jessica
C
Olli
D
Dr. Schmidt

Slide 38 - Quizvraag

Wat wil Olli van Einstein in hoofdstuk ( Kapitel) 2?
A
hij wil Duits overschrijven
B
hij wil de antwoorden van de wiskunde toets
C
hij wil het huiswerk voor wiskunde
D
hij wil geld om eten te kopen

Slide 39 - Quizvraag

Noem 3 redenen waarom Einstein bezorgt is over Olli in hfst. 2?

Slide 40 - Open vraag

Wie ontmoet Olli in het internetcafé?
A
niemand
B
Jessica
C
Moon
D
Olli

Slide 41 - Quizvraag

Waarom komt Moon laat naar de afspraak (hfst3)

Slide 42 - Open vraag

Wat vertelt Moon over Olli in hfdst.3?
A
Dat hij met iemand naar de muziekschool is gegaan.
B
Dat hij bij bij starbucks werkt
C
Dat hij met zijn vriendin in de stad was
D
Dat hij geheimzinnig deed

Slide 43 - Quizvraag

Waarom valt Einstein van stoel? (hfstd 4)
A
hij voelde zich niet goed
B
stoel is kapot
C
hij wilde Olli helpen

Slide 44 - Quizvraag

Wat ziet Einstein in de Goethestraße? (hfstd 5)
A
hij zit zijn ouders op de markt
B
hij ziet Moon met Olli
C
hij ziet Olli met twee mannen
D
hij ziet Dr. Schmidt.

Slide 45 - Quizvraag

Wat staat in de krant die Einstein en Moon lezen in hfdst 6

Slide 46 - Open vraag

Waarom is Jessica woedend op zijn vrienden ( hfdstk 8)
A
ze hebben niet verteld dat ze een toets hebben
B
ze verdenken Olli van diefstal
C
ze hebben over haar geroddelt

Slide 47 - Quizvraag

Waarom gaan alle leerlingen bij Dr. Schmidt verzamelen (hfdst8)?

Slide 48 - Open vraag

Waarom kan Einstein nu gerust slapen?
A
hij weet dat Olli niets heeft gestolen in de muziekschool
B
hij had een leuke avond met Moon
C
hij is blij dat Olli nu meer tijd heeft voor zijn vrienden

Slide 49 - Quizvraag

Lesen
Ihr lest jetzt selbstständig Kapitel 2 und schreibt eine kurze Zusammenfassung (samenvatting) auf Niederländisch
Zeit:
timer
1:00

Slide 50 - Tekstslide

Präsentation

Slide 51 - Tekstslide