voorzetsels

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo t

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Zijn we er allemaal?

Stop je je telefoon in je zakkie in je tas?

Heb je je spullen klaarliggen?

Heb je je huiswerk gemaakt?
De afspraken

Slide 2 - Tekstslide

Ik leer voorzetsels.

Slide 3 - Tekstslide

Het meisje staat voor de kast.

Slide 4 - Tekstslide

Het meisje staat tegen de kast.

Slide 5 - Tekstslide

Het meisje zit op de kast.

Slide 6 - Tekstslide

Het meisje ligt onder het raam.

Slide 7 - Tekstslide

Het meisje is in de kast.

Slide 8 - Tekstslide

Het meisje kijkt door het raam. 

Slide 9 - Tekstslide

De foto van het meisje hangt boven de kast.

Slide 10 - Tekstslide

Het meisje staat achter de kast.

Slide 11 - Tekstslide


A
op
B
in
C
boven
D
tegen

Slide 12 - Quizvraag


A
op
B
in
C
boven
D
tegen

Slide 13 - Quizvraag


A
achter
B
onder
C
in
D
tegen

Slide 14 - Quizvraag


A
achter
B
in
C
boven
D
voor

Slide 15 - Quizvraag


A
op
B
in
C
door
D
tegen

Slide 16 - Quizvraag

nog meer....

Slide 17 - Tekstslide

Wat is het voorzetsel?
De meisjes lopen in het bos.

Slide 18 - Open vraag

Wat is het voorzetsel?
Het potlood ligt tussen de boeken.

Slide 19 - Open vraag

Wat is het voorzetsel?
Het kind fietst over de brug.

Slide 20 - Open vraag

Wat is het voorzetsel?
Hij pakt de iPad uit de kast.

Slide 21 - Open vraag

Wat is het voorzetsel?
Het schrift ligt boven het boek.

Slide 22 - Open vraag

Maak een zin met het voorzetsels van de spinner. 

Slide 23 - Tekstslide

De hond zit..... de doos.
A
in
B
op
C
onder
D
naast

Slide 24 - Quizvraag

De kat zit ..... de doos.
A
op
B
boven
C
in
D
uit

Slide 25 - Quizvraag

De kat zit ...... de doos.
A
achter
B
voor
C
tegenover
D
naast

Slide 26 - Quizvraag

De jongen zit ..... de boom.
A
achter
B
onder
C
boven
D
tegen

Slide 27 - Quizvraag

De vrouw zit ..... de man.
A
tussen
B
achter
C
tegenover
D
voor

Slide 28 - Quizvraag

De vis zwemt .... de kom.
A
in
B
op
C
onder
D
naast

Slide 29 - Quizvraag

De vis springt ..... de kom.
A
achter
B
naast
C
voor
D
uit

Slide 30 - Quizvraag

6

Slide 31 - Video

Wat zie je? Schrijf op.

Slide 32 - Open vraag

Wat vind je van deze video?
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll

Slide 34 - Link