Arm en Rijk 1.1 Het voedselvraagstuk deel 1

We kijken naar dit boek in periode 4 (mag ook op papier)
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

We kijken naar dit boek in periode 4 (mag ook op papier)

Slide 1 - Tekstslide

  • introductie nieuw hoofdstuk
  • uitleg + aantekeningen 
  • tijd voor opdrachten en vragen
Arm en rijk

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen voor 2030

de Verenigde Naties
zijn in 2000 opgesteld door de VN

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bron: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/vn-doel-niet-gehaald-honger-neemt-toe-ook-door-coronavirus~bef53d39/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Honger in de wereld, 2017 - 2019. (plaatje uit je boek)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

bron: https://www.vluchteling.nl/nieuws/acute-hongersnood-dreigt-in-23-landen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soorten honger zijn er in de wereld?
Twee soorten honger
  • Kwantitatieve honger = te weinig voedsel
  • Kwalitatieve honger = te eenzijdig en ongezond voedsel, weinig voedingswaarden (vitaminen en mineralen)
Opdrachtje. Welke soort honger hoort bij welke foto? (en kan je uitleggen waarom?)
1
Piraten die te weinig vitamines binnen kregen, liepen vaak scheurbuik op en hebben dus kwalitatieve honger. Maar na maanden op zee kan ook al het eten op zijn en kan je kwantitatieve honger krijgen als piraat.
2
Dit kindje heeft een kwashiorkor of hongeroedeem buikje, dit komt door een tekort aan eiwitten. Hier is dus sprake van kwalitatieve honger
3
Deze man heeft overgewicht en eet erg eenzijdig voedsel. Ook hierbij spreek je dan van kwalitatieve honger. Welke gevolgen zou dit kunnen hebben voor je gezondheid? Zie volgende dia's.
4
Je kan alle botjes van dit kindje tellen. Deze krijgt veel te weinig te eten, hier is sprake van kwantitatieve honger

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke gevolgen hebben honger?
ik benoem er drie

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van honger
1. Groei- en ontwikkelingsstoornissen



Wereldwijd 144 miljoen kinderen
Wereldwijd 144 miljoen kinderen onder de 5 jaar lijden aan groei- en ontwikkelingsstoornissen. Deze kinderen beginnen hun leven dus al met een achterstand en overleven vaak hun eerste vijf levensjaren niet.. 

Kinderen onder de 5 jaar die significant kleiner zijn door ondervoeding of ziekte, 2020

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van honger

2. Onvoldoende energie om te werken en dus tot geen inkomen. => vicieuze cirkel van armoede, honger en ziekte. 


Dat kost jaarlijks zo'n $3,5 miljard
In landen met veel ondervoeding gaan naar schatting meer dan 220 miljoen arbeidsjaren verloren doordat gezinsleden ziek worden, jong overlijden of gehandicapt raken. Dit kost de mondiale economie jaarlijks naar schatting $ 3,5 miljard.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen van honger

3. Honger vergroot de kans op conflicten
EN
Conflicten kunnen ook leiden tot honger = wereldwijd zelfs de belangrijkste oorzaak van ondervoeding. 

Hoe kan dat? Waarom leiden oorlogen tot honger?
Het geweld verjaagt mensen uit hun huizen, van hun landbouwgrond en van hun werk en inkomen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er is voldoende voedsel in de wereld om iedereen te voeden (!!!), Maar, niet iedereen heeft er toegang toe.
 Dit leidt tot de bizarre situatie dat er wereldwijd tegelijkertijd mensen sterven van de honger én aan de gevolgen van het consumeren van te veel voedsel.
Wereldwijd aantal doden per risicofactor, 2019.
Het voedselvraagstuk is dus vooral ook een verdelingsvraagstuk. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jij kan op ieder moment producten van over de hele wereld kopen, dat is het gevolg van globalisering, de internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld, en informatie (zoals kennis en cultuur) 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wereldhandel - voorbeeldje
  • Nederland produceert (en importeert)
    veel en goedkoop kippenvlees
  • Vooral kipfilet blijft in eigen land (bron)
  • Waar gaat de rest van de kip dan naartoe? 
  • Die wordt bijvoorbeeld gedumpt in Ghana en andere Afrikaanse en Aziatische landen (bron)
  • Waarom is dit niet goed voor de lokale boeren in Ghana?
  • Dit noem je dumping: Het op de markt brengen van goederen beneden de kostprijs. (kan dumping ook positief zijn?)

  •  

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stel, deze zak met graan produceren kost ongeveer $10 (kosten van het zaad, apparatuur, manuren, alles meegerekend). Dan kan een boer uit een welvarend land deze tóch op de wereldmarkt aanbieden voor $8. HOE KAN DAT?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reden 1
Landbouwsubsidies: geld van de overheid om boeren te helpen bij de investeringen die nodig zijn op het boerenbedrijf. 
Gevolgen:
  • Minder kosten voor de boer = lagere vraagprijs voor zijn graan
  • Beste (en duurste) kunstmest, zaaizaad en gewasbeschermingsmiddelen = betere kwaliteit graan 
Ander gevolg: Om al die investeringen te laten lonen, gaat hij bovendien op grotere schaal produceren om de productiekosten per kilo graan nog verder te laten dalen.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reden 2
Bescherming van de boeren door hoge standaarden te stellen aan een product en door tariefmuren = Als boer van buiten deze gebieden betaal je een extra invoerbelastingen om je producten te mogen verkopen, waardoor de prijs stijgt. 

Gelukkig voert de EU in steeds sterkere mate een beleid waarbij de tariefmuren worden verwijderd en de handel wordt overgelaten aan de wetten van vraag en aanbod. Dit noem je vrijhandel.

De Verenigde Staten daarentegen!: 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe werkt de wereldhandel?
  • Hoe meer aanbod, hoe lager de prijs. 
  • Westerse landen: beschermen eigen productie en markt, subsidiëren de landbouw en werken efficiënter -> lagere prijs
  • Ontwikkelingslanden: kopen die producten, want die zijn goedkoper en zij zijn arm. Een lokale boer, kan hier niet tegenop concurreren 
niet altijd eerlijk

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groene revolutie
We hebben een nieuwe Groene revolutie nodig = beter zaaizaad, betere kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen en andere innovaties die de opbrengst per hectare vergroten zonder de draagkracht van de aarde te overschrijden.

een tegenargument:
Kan de kloof tussen arm en rijk juist vergroten.
Tegenstanders zijn bang dat er oneerlijke concurrentie zal ontstaan omdat niet iedere boer zich deze innovaties kan veroorloven. Een paar rijkere boeren zullen volgens hen profiteren, terwijl de meerderheid de concurrentiestrijd en daarmee inkomen verliest.
Denk ook aan genetisch gemanipuleerd voedsel: je sleutelt aan het DNA van voedselgewassen zodat ze bijvoorbeeld sneller geoogst kunnen worden (soja), beter tegen plantenziekten, droogte of zout kunnen (gerst), of bepaalde vitamines bevatten. Wat zou een reden kunnen zijn om hier tegen te zijn? Lees het na in je boek

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toetsing
Aardrijkskunde periode 4


Twee cijfers:
1. Begrippen SO Arm en Rijk H1 tm 3 op dinsdag 3 juni, strenge normering. Telt 1x mee
2. Eindtoets Arm en Rijk H1 & H3 in toetsweek. Telt 5x mee

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Selecteer dit boek voor periode 4 (mag ook op papier)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak van Arm en Rijk H1 Genoeg voor iedereen opdr 3 t/m 7
(opdracht 4 = goede voorbereiding voor volgende week, nog geen uitleg over gehad)
(maak vooral de opgaven die voor jou belangrijk zijn) 
Huiswerk voor de volgende les (maandag):
Ga naar de supermarkt (of kijk in je koelkast) en kies drie producten waarvan de herkomst op de verpakking staat vermeld. 
Maak een foto van de drie producten en upload deze in Classroom

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies