§ 5.3 soorten bewegingen

Wat doen we vandaag?
- Korte herhaling van Par 5.2 
- Huiswerkcontrole par 5.2 
- Leerdoelen par 5.3 
- Uitleg par 5. 3
- Samenoefenen 
- afsluiting 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Wat doen we vandaag?
- Korte herhaling van Par 5.2 
- Huiswerkcontrole par 5.2 
- Leerdoelen par 5.3 
- Uitleg par 5. 3
- Samenoefenen 
- afsluiting 

Slide 1 - Tekstslide

Gemiddelde snelheid
Formules: 
gemiddelde snelheid = afstand : tijd. 
afstand = gemiddelde snelheid x tijd. 
tijd = afstand : gemiddelde snelheid.

Slide 2 - Tekstslide

Voorbeeldopdracht 1
Abraham rijdt een rally van 240 km met veel bochten, maar ook rechte stukken. In de bochten is hij veel langzamer dan op de rechte stukken weg. Hij doet 2 uur over de rally.
Bereken de gemiddelde snelheid van Abraham.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe ga je aan de slag
Stap 1) Gegevens, wat weet je?
stap 2) Gevraagd; Wat wil je weten?
Stap 3) Berekening; hoe reken je het uit?
Stap 4) Antwoord; vergeet eenheid nooit. 

Slide 4 - Tekstslide

Oplossing opdracht 1
gegevens
afstand = 240 km
tijd = 2 h

gevraagd
gemiddelde snelheid = ?

Formule: gemiddelde snelheid = afstand : tijd
Berekening: 240 km : 2 h 
Antwoord: 120 km/h.



Slide 5 - Tekstslide

Soorten bewegingen

Slide 6 - Tekstslide

De versnelde beweging
Beweging waarbij je in dezelfde tijd een steeds grotere afstand aflegt.

Slide 7 - Tekstslide

Beweging met constante snelheid
Beweging waarbij je in dezelfde tijd steeds dezelfde afstand aflegt.

Slide 8 - Tekstslide

De vertraagde beweging
Beweging waarbij je in dezelfde tijd een steeds kleinere afstand aflegt.

Slide 9 - Tekstslide

Onthoud
- Een beweging waarvan de snelheid steeds groter wordt, noem je een versnelde beweging.
- Een beweging waarvan de snelheid gelijk blijft, noem je een beweging met constante snelheid.
- Een beweging waarvan de snelheid steeds kleiner wordt, noem je een vertraagde beweging.

Slide 10 - Tekstslide

a
b
c
Versnelde beweging
Eenparige beweging
Vertraagde beweging

Slide 11 - Sleepvraag

Maak de opdrachten 1 t/m 17 van 5.2 en testjezelf van 5.2
Helemaal klaar?

Maak de opdrachten 1 t/m 11 van 5.3 en testjezelf van 5.3
Helemaal klaar?
Ga dan 5.4 lezen! 
Zelfstandig aan het werk

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Oefenen omrekenen
Pak een blaadje en je rekenmachine en maak de rest van de sommen zelfstandig.

210 km/h = ...... m/s
25 km/h = ..... m/s
13,8 m/s = ..... km/h
21 m/s = ..... km/h

Slide 14 - Tekstslide

uitkomst omrekenen
210 km/h = 58,33 m/s
25 km/h =   6,94 m/s
13,8 m/s =  49,68 km/h
21 m/s =     75,6 km/h

Als je meer dan 1 fout hebt gemaakt weet je dat het verstandig is dat je er meer mee gaat oefenen!

Slide 15 - Tekstslide

Omrekenen tijd
15 min = .... h
698 min = .... h
2,8 h = .... min
0,45 h = .... min
654 sec = .... min
9240 sec = .... h

Slide 16 - Tekstslide

Tijd omrekenen
Gebruik je rekenmachine!!! 

Slide 17 - Tekstslide

Uitkomsten
15 min = 0,25 h
698 min = 11,63 h
2,8 h = 168 min
0,45 h = 27 min
654 sec = 10,9 min
9240 sec = 2,57 h

Als je meer dan 1 fout hebt gemaakt weet je dat het verstandig is dat je er meer mee gaat oefenen!

Slide 18 - Tekstslide

Oefenen snelheid berekenen
Een vliegtuig vliegt van Amsterdam in 3,6 uur naar Porto in Portugal. 
Je hebt een afstand van 2048 km afgelegd. Het vliegtuig vliegt de hele tijd even snel.

Hoe groot is de snelheid van het vliegtuig?

Slide 19 - Tekstslide

Antwoord
Gegevens:     afstand = 2048 km
                       tijd = 3,6 h

Gevraagd?     snelheid = ?

Uitwerking:     
Snelheid = afstand : tijd ( V= S : t)
Snelheid = 2048 : 3,6
snelheid = 568,89 km/h ( altijd afronden op 2 decimalen)

Slide 20 - Tekstslide