Filosofische vragen:
- Wanneer ben je rijk?
- Kan iedereen rijk zijn?
- Denk je dat rijkdom eerlijk verdeeld is in de wereld?
Stellingen:
- Ik heb liever veel geld dan veel goede vrienden.
- Geld maakt gelukkig.
Tekstgerichte vragen:
Wat bedoelt de juf als ze zegt dat ze zich “de koning te rijk” voelt?
Leg uit wat de moeder van Sofie bedoelt met: "Het ligt er dus maar aan met wie je jezelf vergelijkt."
Als jij een werkstuk moest maken over ‘arm en rijk’, waar zou jij je op focussen en waarom?
Teken de personages uit het boek of omschrijf ze.