Straattaal

8.4 communicatieve ontwikkeling
Straattaal
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

8.4 communicatieve ontwikkeling
Straattaal

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

straattaal
- Sommige pubers ontwikkelen straattaal:
invloed social media
Verschillende culturen
omgaan leeftijdsgenoten

- Mengelmoes allerlei talen -> soms minder onschuldig -> afzetten maatschappij

Slide 3 - Tekstslide

straattaal
Amerika (gangsterrap)
Defensieve houding richting school en leren
Eigen levenswijze
Saamhorigheid
Eigen normen, waarden, taal en overtuigingen
Verspreidt zich snel
Nederlandse taalniveau gaat achteruit!



Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Nu jullie....
Kennen jullie alle straattaal?

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een
niffauw?
A
Nieuwe vrouw
B
Neef / vriend
C
Kat
D
Jointje

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een
fissa?
A
Visje
B
Visa-card
C
Feestje
D
Docente

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een
dampoe?
A
Mist
B
elektrische sigaret
C
Rookwolk
D
Scheet

Slide 9 - Quizvraag

Wat betekent
taki tak?
A
Rumba
B
Gek
C
Praten
D
tik tok

Slide 10 - Quizvraag

Hij gooit kaolo veel herres op die chimmies?
A
Hij maakt veel lawaai op z'n drumstel
B
Hij gooit veel afval op straat
C
Hij treitert de chimpansees
D
Hij bezorgt meisjes veel stress

Slide 11 - Quizvraag

Fakka niffo, hoe is die libi?
A
Zeg vriend, wat heb je met je lip?
B
Dag vriend, hoe gaat het met je?
C
Ben je nu alweer blut?
D
Hoe gaat het met je neef?

Slide 12 - Quizvraag

Wanneer is straattaal ontstaan?
A
eind 20e eeuw
B
eind 19e eeuw
C
Begin van het jaar 2000

Slide 13 - Quizvraag

Hoe komt het dat veel jongeren straattaal overnemen?
A
Het wordt gebruikt in songteksten
B
Jongeren zijn gevoelig voor populariteit en nemen dit van elkaar over.
C
Jongeren die straattaal spreken zijn vaak tweetalig opgevoed en leren dit thuis.

Slide 14 - Quizvraag

Straattaal heeft vaak te maken met seks, relaties, geld en geweld. Hoe komt dit?
A
Straattaal hoort bij een machocultuur. Mannen zijn hier de baas.
B
De mensen die straattaal hebben bedacht vonden dat belangrijke onderwerpen.
C
De nummers die worden gemaakt gaan over dit soort onderwerpen.
D
Meer mannen dan vrouwen spreken straattaal.

Slide 15 - Quizvraag

Waarom straattaal?
A
Een taal die niet iedereen begrijpt, kan handig zijn
B
Soms zijn Nederlandse woorden moeilijk te vinden
C
Het is een vorm van sociale identiteit onder jongeren.

Slide 16 - Quizvraag

Moet jij het differentiëren en de taxonomie nog integreren voor je beroepsproduct didactisch handelen?
A
Waar heb je het in vredesnaam over?
B
En nu in normaal Nederlands?
C
Wie?
D
Hier haak ik af!

Slide 17 - Quizvraag

Netnix
Dit is mijn neef Thomas. Hij woont in Lelystad. Hij is heeft zijn school niet afgemaakt, doet de hele dag niks, werkt niet en laat zijn ouders alles betalen. Ook hosselt hij bij zijn vrienden als hij geld nodig heeft.

Een aantal van zijn vrienden doet precies hetzelfde. En toen kregen ze ineens de volgende brief van de gemeente Lelystad...

Slide 18 - Tekstslide

Yo Tjappie, alles chill?
Je hebt (nog) geen diploma op minimaal MBO+2, havo of vwo niveau. De meesten van jouw leeftijdsgenoten met een diploma in the pocket volgen een opleiding of hebben een baan. En daarmee hebben ze money at the bank voor een telly, een scoetoe of een waggie. Kijk, dat is pas chill, dat wil jij toch ook?
Vertel ons wat je doet:
Heb je een baantje?
Ga je naar school?
Wil je hulp om naar school te gaan of om een (bij)baan te vinden?
App het ons op 06-123456789,
Team Jeugd
Gemeente Lelystad

Slide 19 - Tekstslide

Vind jij deze brief goed aansluiten bij de doelgroep? Leg uit waarom wel / waarom niet.

Slide 20 - Open vraag

Wat zou je zelf vinden als je zo'n brief van de gemeente zou krijgen?

Leuk/niet leuk. Licht je antwoord toe

Slide 21 - Open vraag