31-03-2025

31-03-2025
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansBeroepsopleiding

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

31-03-2025

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Mirar Deberes
Slide 8 : Video kijken
Slides 9, 10 oefeningen maken(stencil)
TB:
  • p. 44, ej. 2a/b/c (slide12): markeer de werkwoorden in indefinido (preguntó -  respondió.....) en imperfecto ( había/ estaba....)
  • Slides 13 t/m 18 : kijken 
  • p.45, ej. 3a/b/c/d
 WB: 
p. 41, ej. 1b
p.43, ej.1, ej.2


Slide 3 - Tekstslide

WB:

Unidad 4: p. 41, ej. 1b


Slide 4 - Tekstslide

slide 8

Slide 5 - Tekstslide

1. al pueblo de mis abuelos.
2. muy pequeño.
3. al lado de una gran montaña.
4 .eran de piedra.
5. estaban en medio del campo.
slide 9

Slide 6 - Tekstslide

1.había 
2.bajaba
3.gustaba
4.me divertía
5.había
6.había
7.nos bañábamos
8.estaba
slide 10

Slide 7 - Tekstslide

verkleinwoorden
TB: p. 45 
-ito/ -ita
-cito /-cita

Slide 8 - Tekstslide

Diminutivos (verkleinwoorden): -ito(s)/ -ita(s)
1. woorden met uitgang op  -o/ -a  worden verkleind : -ito(s)/ -ita(s).
hermano: hermanito / manzana: manzanita 

2. woorden met uitgang op een medeklinker (geen -n/-r) worden verkleind  : -ito ( s) / -ita (s).
ángel:angelito /  marqués: marquesito / lápiz :  lapicito

Slide 9 - Tekstslide

Unidad 5 - pg. 45 -Verkleinwoorden: -cito(s) /-cita (s)
- cito / - cita                   un café -> un cafecito
                                       una canción -> una cancioncita
Woorden met uitgaan op -e of medeklinker -n, -r

Slide 10 - Tekstslide

Unidad 5 - pg. 45 -Verkleinwoorden
De meest voorkomende uitgangen voor het maken van een verkleinwoord zijn: 


                                             

Gebruikt met... 

- Zelf. nw.................. la casita 
- Bijvoeglijk nw........  tontito 
- Bijwoord .............   cerquita
Gebruikt als... 

- iets klein is..................... pequeñito 
- koosnaam ....................  abuelita 
- betekenis af te zwakken...gordito

Slide 11 - Tekstslide

Escribe los diminutivos de las siguientes palabras
  • galleta ......................................
  • coche  ......................................
  • poco    ......................................
  • hombres ................................
  • mujeres ..................................
  • minuto  ..................................
  • balcones ................................
  • momento ..............................
  • boca  .........................................
  • ojo ...............................................

Slide 12 - Tekstslide

Los diminutivos
WB: p.44, ej. 3

Slide 13 - Tekstslide

TB: p. 50, ej. 11 

Slide 14 - Tekstslide

WB:


Unidad 5: p.43, ej.1, 2

Slide 15 - Tekstslide

Un cuento antes de dormir
  • 2a.Lees de zinnen  en combineer met één van de dieren uit 2c
  • 2b.Menciona: 2 objetos duros/
     2 blancos/ 2 pequeños / 2 brillantes
  • 2c. We lezen het verhaaltje: 
     ¿ Quién cogió el diente del niño?
slide 12

Slide 16 - Tekstslide

is als een foto......
is als een film.....
slide 13

Slide 17 - Tekstslide

 POEH: Plotselinge, Opeenvolgende, 
Eenmalige, Historische handelingen /gebeurtenissen


Het is als een film. Het verhaal gaat verder....

De indefinido
  • Geeft gebeurtenissen aan die op een bepaald moment in het verleden plaats vonden.                                                                             
  • Deze gebeurtenissen zijn afgesloten en hebben geen verband met het heden.        
slide 14

Slide 18 - Tekstslide

El indefinido: Poeh..
Plotseling,Opeenvolgend, Eenmalig, Historisch
  • Plotseling gebeurtenis.
     De repente empezó a llover .
  • Opeenvolgende handelingen/gebeurtenissen ( en toen, en   toen.....
     Entré en la tienda, pedí una barra de pan, pagué y volví a casa
  • Eenmalige gebeurtenis
     Nací en 1992.
  • Historische gebeurtenissen
     Los españoles gobernaron en América Latina durante 400 años. 
slide 15

Slide 19 - Tekstslide

Imperfecto : GRABIG
Gewoontes, Reden, Achtergrond,  
Beschrijving, Intenties, Gelijktijdig
Het is als een foto:
we stoppen het verhaal en geven details  over:
  • de situatie:
  • de plaats 
  • de personages  
  • wat ze dachten 
  • wat ze aan het doen waren
  •  acties die herhaald worden/gewoontes
  • gelijktijdige handelingen
  • intenties
slide 16

Slide 20 - Tekstslide

El  imperfecto  ( GRABIG)
Gewoonte, Reden, Achtergrondinformatie, Beschrijving, Intentie (van plan was), Gelijktijdigheid
  • Voor gewoontes of herhaalde gebeurtenissen in het verleden.
     Cuando vivía en Salamanca, iba todos los días a la piscina.
  • voor het aangeven van de reden dat iets gebeurt
      Llegué tarde, porque había mucho tráfico
  • voor het geven van achtergondinformatie
       Todavía llovía cuando terminó la reunión.
  • Voor het beschrijven van personen, plaatsen of zaken in het verleden.
      Mi abuelo era alto y llevaba gafas.
  • gelijktijdige handelingen
      Mi madre y mi tía cuando/ mientras  cocinaban, hablaban mucho
  • intenties
      Quería estudiar veterinaria, pero ahora soy profesora.
                                                         
   
     
slide 17

Slide 21 - Tekstslide

Kortom: de imperfecto geeft het kader (achtergrondinfo) waarbinnen de gebeurtenissen ( indefinido) plaatsvinden 
slide 18

Slide 22 - Tekstslide

TB: p.45, ej. 3a/b/c/d/e

Slide 23 - Tekstslide

  Niños listos
 TB: 
p. 46 , ej.4 a  
4b. Lees de zinnen en plaats ze in de tekst van 4
4c. Lees de volledige tekst 

Ej. 5. Historias de niños: Combineer de zinnen en  zet het ww in de juiste tijd

Slide 24 - Tekstslide

TB: p. 47  ej. 6a, b en c : no solo el ratoncito trae regalos......
20
21
22
23
1.
2.
3.
4.
  • una muñeca
  • una bicicleta
  • una caja de Lego
  • me puse muy triste y me dio mucha alegría
  • me encantó 
  • me decepcionó mucho 
  • me encantó 
  • un coche de bomberos
een mening over een gebeurtenis in het verleden: indefinido
7. vul het schema in en maak 1 zin

Slide 25 - Tekstslide

TB: p. 48, ej. 8a : Siempre hay historias para contar...
Circunstancia (situatie) -                   Acontecimiento( gebeurtenis)
-Cuando tenía 24 años,                               conocí a mi marido.
-Cuando estaba en la universidad,        aprendí a cocinar

Slide 26 - Tekstslide

El pasado
WB:
p.45, ej.7a/b
p.48, ejs.13, 14

Historias de Alicia  y Luis
Un cuento antes de dormir

Slide 27 - Tekstslide

Indefinido o Imperfecto
1. Mi primer amigo en la escuela (ser) _____español (tener)_______ los ojos azules y (ser)_______ muy divertido.
2. Mis padres (conocerse)__________ cuando (estar) __________ en la universidad.
3. El martes pasado no (trabajar)________ porque (estar)______ enfermo.

Slide 28 - Tekstslide

Objetos con historia: 
El abanico
TB:
P.40, ej. 2a/b, ej.3, 4a/b(mirar el vídeo)
p.41 El abanico en Europa 
ej. 6a/b/c
ej.7b
p.42, ej. 8a/b
ej. 9: Terapia de errores

Slide 29 - Tekstslide

Deberes
(vetgedrukt echt maken)
WB: p.44, ej. 3 diminutivos
p.45, ej.7a/b
p.48, ejs.13, 14
TB: (slide 16): El ratoncito Pérez
p.45, ej. 3a/b/c/d/e (slide 23)
p.46, ej. 4a/b/c, ej.5
p. 47,  ej. 6 a, b en c : no solo el ratoncito trae regalos.
p. 48, ej. 8a: Siempre hay historias para contar.
p.50, ej.11(slide 14)
Slide 28: Indefinido o Imperfecto

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide