3. De Nieren

De nieren
Startopdracht:
  • Ga rustig volgens de plattegrond.
  • Zit start klaar met je boek, schrift en pen.
  • Teken de nieren van blz. 166 (afb. 4)




Planning:
  • Uitleg de nieren
  • opdrachten maken
  • Filmpje kijken over niertransplantatie
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De nieren
Startopdracht:
  • Ga rustig volgens de plattegrond.
  • Zit start klaar met je boek, schrift en pen.
  • Teken de nieren van blz. 166 (afb. 4)




Planning:
  • Uitleg de nieren
  • opdrachten maken
  • Filmpje kijken over niertransplantatie

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel:
  • Aan het einde van de les weet ik wat de nieren doen.

Slide 2 - Tekstslide

Wat doen nieren in je lichaam?
Hoeveel nieren heb je?
Met welke orgaan hebben ze te maken?

Slide 3 - Tekstslide

Welk orgaan halen ook afvalstoffen uit je bloed?
Longen (koolstofdioxide)

Slide 4 - Tekstslide

Wat doen nieren in je lichaam?
Hoeveel nieren heb je?
Met welke orgaan hebben ze te maken?
De nieren maken het bloed schoon. Van de afvalstoffen maken ze urine (plas). Als je plast, gaan de afvalstoffen uit je lichaam. Biologen noemen dit uitscheiding. Bij uitscheiding gaan er afvalstoffen uit je lichaam.
Twee nieren in de buikholte. Éen links en één rechts. Ze zitten aan de achterkant dicht bij je rug.
Sommige mensen die rugpijn hebben, hebben eigenlijk nier pijn.
De urineblaas

Slide 5 - Tekstslide

Kun je zien/bedenken aan welke bloedvaten
de nieren verbonden zijn?

Slide 6 - Tekstslide

Kun je zien/bedenken aan welke bloedvaten
de nieren verbonden zijn?

Aan de nierslagader en de nierader.

De nierslagader komt van de aorta af, zie dikke buis.

De nierader gaat via de onderste holle ader naar het hart terug. 

Slide 7 - Tekstslide

Via welke weg gaat de urine het lichaam uit? 

  1. .
  2. .
  3. .

Slide 8 - Tekstslide

Via welke weg gaat de urine (afvalstoffen) het lichaam uit? 

  1. Nieren
  2. Urineleider
  3. Blaas
  4. Urinebuis
Plassen = uitscheiden

Slide 9 - Tekstslide

Via welke weg gaat de urine (afvalstoffen) het lichaam uit? 

  1. Nieren
  2. Urineleider
  3. Blaas
  4. Urinebuis
Plassen = uitscheiden
  1. Maakt urine.
  2. Vervoert urine vanaf de nieren naar de urineblaas.
  3. Vervoert urine vanaf de urineblaas tot buiten het lichaam.
  4. Vervoert urine vanaf de nieren naar de urineblaas

Slide 10 - Tekstslide

De blaas bij man & vrouw
Kun jij nu verklaren waarom vrouwen veel vaker blaasontsteking hebben dan mannen?
Kijk goed naar het plaatje.

*Een blaasontsteking ontstaat door een bacterie. 

Slide 11 - Tekstslide

De nieren
Startopdracht:
  • Ga rustig volgens de plattegrond.
  • Zit start klaar met je boek, schrift en pen.
  • Lees blz. 164




Planning:
  • Uitleg de nieren
  • opdrachten maken
  • Filmpje kijken over niertransplantatie

Slide 12 - Tekstslide

Gisteren:
  • De nieren maken het bloed schoon.
  • Van de afvalstoffen maken ze urine (plas).
  • Als je plast, gaan de afvalstoffen uit je lichaam.
  • Biologen noemen dit uitscheiding.

Slide 13 - Tekstslide

Lesdoel:
  • Aan het einde van de les weet ik wat de nieren doen.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Urine kan verschillend van kleur zijn. In de ochtend is je urine vaak heel donker
gekleurd. 

Hoe komt het dat de kleur van je urine in de ochtend vaak donkerder van kleur is
dan overdag?

Slide 16 - Tekstslide

Urine kan verschillend van kleur zijn. In de ochtend is je urine vaak heel donker
gekleurd. 
Hoe komt het dat de kleur van je urine in de ochtend vaak donkerder van kleur is
dan overdag?
Dat komt doordat je ’s nachts niet drinkt. Je nieren halen
’s nachts wel afvalstoffen uit je bloed. Deze afvalstoffen worden opgelost in minder vocht dan wanneer je overdag ook water drinkt. Daardoor is de kleur van je urine in de ochtend donkerder dan overdag.

Slide 17 - Tekstslide

Samenhang lezen & samen maken (blz. 168)

Slide 18 - Tekstslide

Samenhang lezen & samen maken (blz. 168)

A. Een kunstnier/apparaat haalt afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed. 


Slide 19 - Tekstslide

Samenhang lezen & samen maken (blz. 168)

A. Een kunstnier haalt afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed. 
B. D. urineleider


Slide 20 - Tekstslide

Samenhang lezen & samen maken (blz. 168)

A. Een kunstnier haalt afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed. 
B. D. urineleider
C. Met je hart, omdat je hart bloed rondpompt door je lichaam. De pomp pompt bloed rond in de kunstnier.


Slide 21 - Tekstslide

Samenhang lezen & samen maken (blz. 168)

A. Een kunstnier haalt afvalstoffen en overtollig vocht uit het bloed. 
B. D. urineleider
C. Met je hart, omdat je hart bloed rondpompt door je lichaam. De pomp pompt bloed rond in de kunstnier.
D.  C. ader

Slide 22 - Tekstslide

OM TE ONTHOUDEN
Je kunt de werking van de nieren benoemen.
• Uitscheiding: afvalstoffen uit het lichaam verwijderen.
• Nieren: liggen in de buikholte, één links en één rechts.
– Functie: afvalstoffen uit het bloed verwijderen.
– De verwijderde stoffen samen heten urine.
• Urineleiders: voeren de urine af naar de urineblaas.
• Urineblaas: hierin wordt de urine tijdelijk opgeslagen.
• Urinebuis: voert de urine af uit het lichaam.

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag
Maak de opdrachten van basisstof 5. (blz. 164)
timer
10:00

Slide 24 - Tekstslide